De hoeveelheid aardolie is niet onbeperkt, hierdoor zullen brandstofprijzen stijgen. Daarnaast heeft het gebruik van fossiele brandstoffen grote gevolgen voor het klimaat. Biobrandstoffen lijken uitkomst te bieden, maar de duurzaamheid van biobrandstof is nog onderwerp van discussie.

Het rijden op biobrandstof spaart fossiele energie, biedt energiezekerheid voor de toekomst en zorgt voor werkgelegenheid voor boeren. Bovendien kan biobrandstof autorijden milieuvriendelijker maken. Dit alles geldt alleen als biobrandstof duurzaam geproduceerd wordt en minder uitstoot veroorzaakt.

Elke automobilist tankt nu al een paar procent biobrandstof bij de pomp. Bio-ethanol en biodiesel of pure plantaardige olie zijn toegevoegd aan gewone benzine en diesel.

Tip

  • Met een flexifuelauto kunt u ook op gewone benzine rijden en alleen E85 tanken als dat goedkoper is dan Euro95.
  • Door te rijden in een auto met energielabel A bespaart u veel brandstof. Dit is goed voor het milieu en uw portemonnee.

Biobrandstoffen en milieu

Bij het rijden op biobrandstoffen komt minder CO2 vrij dan bij de gangbare fossiele brandstoffen. Biobrandstoffen zijn echter niet klimaatneutraal: de productie ervan kan grote gevolgen hebben voor klimaat en milieu. Wanneer tropisch bos moet wijken voor de teelt van energiegewassen leidt dit tot verlies van natuur. Bovendien komt koolstof dat is opgeslagen in het hout en de grond, vrij in de vorm van CO2. Ook het gebruik van kunstmest als biobrandstof geeft milieuproblemen. Daar komt bij dat de teelt van energiegewassen op landbouwgrond onze voedselproductie in gevaar kan brengen.

Een systeem dat garandeert dat biobrandstoffen duurzaam geproduceerd zijn is nog in ontwikkeling. Op dit moment zijn er alleen enkele algemene voorwaarden. Zo moet de biobrandstof een duidelijke vermindering van uitstoot van broeikasgassen opleveren; en mogen nieuwe landbouwgronden bestaande natuurgebieden niet verdrukken. Ook moet het gebruik van kunstmest en water afnemen terwijl de opbrengsten stijgen en moeten de gebruikte landbouwmethoden bevorderlijk zijn voor milieu, arbeidsomstandigheden en lokale economieën in de productielanden. Tot slot geldt ook de voorwaarde dat de energie-inhoud van de plant zo veel mogelijk wordt benut.

Herkomst van biobrandstof

De productie van biobrandstoffen in Nederland is onvoldoende om aan de vraag te voldoen. Daarom importeert ons land ongeveer de helft van de biodiesel en negentig procent van de bio-ethanol. Een deel komt uit de ons omliggende landen, maar er komt ook veel uit tropische gebieden.

Verschillende generaties

De nu verkrijgbare biobrandstoffen staan bekend als eerste generatie biobrandstoffen. Biobrandstoffen van de tweede generatie zijn nog in ontwikkeling, de productie kan over vijf jaar kleinschalig en over tien jaar grootschalig plaatsvinden.

Eerste generatie

Landbouwgewassen, slachtafval en frituurvet vormen de basis voor biobrandstoffen van de eerste generatie. De gewassen kunnen een probleem vormen doordat ze groeien op landbouwgrond en dus concurreren met de voedselproductie. Bovendien is slechts een deel van de plant bruikbaar voor de productie van biobrandstoffen. De behaalde broeikasgasreducties zijn over het algemeen matig. In een enkel geval is de besparing groot.

Biodiesel wordt gemaakt van dierlijke vetten en/of van plantaardige oliën. Bijvoorbeeld van de zaden van koolzaad of zonnebloemen.
PPO – pure plantaardige olie - kan ook als brandstof dienen, het wordt gebruikt in dieselauto’s.
Bio-ethanol is afkomstig uit suiker- en zetmeelhoudende gewassen zoals suikerriet, granen, aardappels, maïs en rijst. Het wordt gebruikt in mengsels met benzine.
Biogas wordt gewonnen uit gft-afval en andere afvalstromen. Deze brandstof werkt in een motor die geschikt is voor aardgas.

Tweede generatie

De bron van biobrandstoffen van de tweede generatie zijn houtachtige materialen, stengels en bladeren. Die zijn afkomstig uit restmateriaal en bijproducten van landbouw en de industrie, of uit restmateriaal van huishoudens. Hierbij is dus geen sprake van concurrentie met voedselgewassen. De verwachte broeikasgasreducties zijn over het algemeen aanzienlijk.

Biodiesel komt van gewassen met oliehoudende zaden, zoals jatropha en pongamia, of van eencellige algen die oliën maken. Ook kan het gemaakt zijn door biomassa, zoals houtachtige reststromen, te vergassen.
Bio-ethanol is afkomstig uit houtachtige reststromen, zoals stro, grassen en snoeiafval. Het wordt gebruikt in mengsels met benzine.
Biogas is afkomstig van diverse soorten biomassa. Deze brandstof kan na opwerking worden gebruikt in een motor die geschikt is voor aardgas.

Rijden op biobrandstof

Bijmengen van biobrandstof

De benzine of diesel die u aan de pomp koopt, bestaat voor een klein deel uit biobrandstoffen. Voor dit jaar heeft de overheid verplicht dat brandstof voor 3,75 procent bestaat uit biodiesel of bio-ethanol. De bijmengdoelstelling lag eerst hoger, maar als gevolg van de discussie over mogelijke nadelen van biobrandstoffen (zie Biobrandstof en milieu) is de bijmengdoelstelling bijgesteld.

Aan de pomp is niet te achterhalen uit welke biomassa de brandstof gemaakt is. De huidige mix aan biobrandstoffen geeft naar schatting een CO2-reductie van dertig tot vijftig procent.

Bio-ethanol

Een aantal autofabrikanten maakt flexifuelauto’s die zowel op benzine als op bio-ethanol (E85: 85 procent bio-ethanol en 15 procent benzine) kunnen rijden. De nieuwprijs van deze auto’s ligt nagenoeg gelijk aan de gangbare auto’s. Alleen de gebruikskosten zijn momenteel nog hoger: de literprijs van bio-ethanol ligt niet hoger, maar de afstand die een auto met een liter kan afleggen is kleiner dan bij benzine. Momenteel hebben zo’n 25 Nederlandse tankstations bio-ethanol in hun assortiment.

Biodiesel

Auto’s die op diesel rijden, kunnen in ieder geval rijden op B05, een mengsel van vijf procent biodiesel en 95 procent diesel. Er zijn ook auto’s die kunnen rijden op B100, pure biodiesel. Alleen sommige stukken rubber leiding, de pakking en de roetfilter moeten dan vervangen worden. Biodiesel is duurder dan ‘gewone’ diesel, de onderhoudskosten vallen zo’n tien procent hoger uit en de afstand die op een liter biodiesel kan worden gereden is kleiner.

Ombouwen

U kunt uw benzine- of dieselauto om laten bouwen tot biobrandstoffenauto’s. Hierdoor vervalt echter de fabrieksgarantie.

Overheidsbeleid

Europese Unie: doelen en richtlijnen

De Europese Unie is voor het gebruik van biobrandstoffen vanwege de mogelijke CO2-besparing, en het streven om minder afhankelijk te zijn van olieproducerende landen. Daarnaast verwacht de EU in de toekomst schaarste aan fossiele grondstoffen. De EU ziet in de productie van biomassa ook een middel om landelijke gebieden een stimulans te geven. Europa wil biobrandstof inzetten om de doelstelling van tien procent hernieuwbare energie in 2020 in de transportsector te halen.

Nederlands beleid: implementatie EU richtlijn

De Nederlandse overheid zet haar beleidsmaatregelen in op de bijmenging van biobrandstof bij diesel of benzine. De verkoop van een ‘hoge blend’ biobrandstof, zoals B100 (pure biodiesel) of E85 (85 procent bio-ethanol en 15 procent benzine) heeft geen prioriteit en wordt niet gestimuleerd met belastingvoordelen.

Standpunten

Bovag RAI

BOVAG en RAI Vereniging vinden de groei in het gebruik van biobrandstoffen niet snel genoeg gaat, door gebrek aan overheidsmaatregelen. Om echt resultaat te boeken, zouden meer automobilisten hoge mengsels als E85 (85 procent bio-ethanol, 15 procent benzine) moeten tanken. Daarvoor moeten ze wel een speciale auto kopen, een flexifuel, die niet alleen op benzine, maar ook op E85 kan rijden. De overheid moet volgens Bovag en RAI de accijns op E85 sterk verlagen en zo de acceptatie van deze brandstof te versnellen.
www.bovag.nl

Oliemaatschappijen

De Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI) vindt dat de ontwikkeling van de tweede generatie biobrandstoffen meer geld, inventiviteit en creativiteit nodig heeft. Ontwikkeling hiervan levert bovendien een goede bijdrage aan de kenniseconomie. De VNPI acht het niet bewezen dat de emissies van NOx en fijn stof van auto’s die op biobrandstoffen rijden, lager zijn dan die van auto’s op gangbare brandstoffen.
www.vnpi.nl

Productschap Margarine, Vetten en Oliën (MVO)

MVO pleit voor een overheidsbeleid, waarbinnen de ontwikkeling van en investering in de productie van biomassa en biobrandstoffen mogelijk is. MVO vindt dat voor de ontwikkeling van biobrandstoffen van de eerste en de tweede generatie geen enkele grondstof mag worden uitgesloten. MVO pleit voor het verduurzamen van de productie van biobrandstoffen. Het gebruik van reststromen als bron voor biobrandstof ziet het productschap als duurzaam.
www.mvo.nl

LTO Nederland

LTO heeft als koepelorganisatie van de land- en tuinbouwsector aangedrongen op fiscale faciliteiten om de productie van biobrandstoffen te stimuleren. De voordelen van biobrandstoffen beperken zich volgens LTO niet tot het milieu. Biobrandstoffen hebben volgens de organisatie een zeer positief effect op de economie en de werkgelegenheid. Daarnaast neemt de grote afhankelijkheid van fossiele brandstoffen af.
www.lto.nl

Milieu- en maatschappelijke organisaties

Stichting Natuur en Milieu is voorstander van duurzame biobrandstoffen. Veel biobrandstoffen zijn echter niet zo milieuvriendelijk, omdat voor de productie agrarische gewassen worden gebruikt die bij de teelt kunstmest en bestrijdingsmiddelen nodig hebben. Voor biobrandstoffen die goed scoren op duurzaamheid wil de stichting een accijnskorting.
www.natuurenmilieu.nl

Milieudefensie zet vraagtekens bij de effectiviteit en duurzaamheid van biobrandstoffen. De verplichte bijmenging in Nederland vindt ze willekeurig. De vereniging geeft de voorkeur aan het gebruik van reststoffen als bron voor biobrandstof, omdat de extra teelt van grondstoffen beslag legt op land, water en andere natuurlijke hulpbronnen. Milieudefensie wil meer onderzoek om effecten van de van tweede generatie biobrandstoffen in kaart te brengen.
www.milieudefensie.nl

Oxfam Novib maakt zich zorgen om de grote schaal waarop de biobrandstoffenproductie hoogstwaarschijnlijk zal gaan plaatsvinden. Duurzaamheidscriteria moeten duidelijk maken wat een verantwoorde productiewijze is. Zeker omdat er ook meer behoefte gaat komen naar landbouwgronden voor voedselproductie. Er is vooralsnog onvoldoende regie in het Nederlandse beleid inzake biobrandstoffen, terwijl de handel al op gang komt.
www.oxfamnovib.nl
 

Meer informatie

 


© Milieu Centraal. Voor overname van informatie zie Copyright.
Een externe toetsingscommissie beoordeelt de informatie van Milieu Centraal op juistheid en volledigheid. Zie Werkwijze Milieu Centraal.



Home
Background
Tekst kleiner maken Tekst groter maken Print deze pagina Verstuur pagina

Stuur deze pagina door.

Uw naam:  
Uw e-mailadres:  
Naam ontvanger:  
E-mailadres ontvanger:  
Verstuur

 

Foto van Biobrandstof voor vervoermiddelen

Rijdt u al zuinig?

Nieuwe auto's vragen een andere rijstijl dan u misschien tijdens rijles hebt geleerd. 'Het Nieuwe Rijden' bespaart tot tien procent brandstof, verlaagt de uitstoot van milieuvervuilende stoffen en vermindert slijtage aan uw auto. Bent u al een Nieuwe Rijder? Doe de test.

Nieuwsbrief