Organische mest
Compost: goede bodemverbeteraar
Compost ontstaat door vertering van plantaardig materiaal. GFT-compost wordt gemaakt van groente-, fruit- en tuinafval. Heeft u een tuin, dan kunt ook u zelf compost maken. Kijk daarvoor op Zelf composteren.
Compost kunt u het best door het bovenste grondlaagje mengen. Hierdoor wordt de grond losser, dat helpt de plantenwortels bij het opnemen van de voedingsstoffen. Ook voor het gazon is compost geschikt: strooi het dan uit in een dun laagje. Voor zware grond (kleigrond) is het najaar de beste periode; voor overige gronden is het voorjaar een goede tijd.
Compost is een betere bodemverbeteraar dan dierlijke mest. Compost verbetert namelijk de structuur van zowel lichte grond (zand) als zware grond (klei).
Hoveniers gebruiken ook wel champost: paardenmest dat wordt gecomposteerd met kippenmest, stro en gips. Champost is erg basisch (hoge pH-waarde) door de kalk die erin zit. Daarom kunt u dit type compost beter niet gebruiken op grond die van zichzelf al een hoge pH-waarde heeft (pH > 7). Houd er rekening mee dat champost meer zouten (fosfor, kalium) bevat dan gewoon compost.
Dierlijke mest: meer voedingsstoffen
Dierlijke mest bevat wat meer voedingsstoffen dan compost, en verbetert ook de bodemstructuur (wel iets minder dan compost). Dat versterkt het bodemleven. Dierlijke mest is vers verkrijgbaar, in korrelvorm of als poeder. Verpakte mest is meestal koemest, soms wordt wat kippenmest bijgemengd.
Kijk even op de verpakking voor de juiste dosering. In de moestuin is jaarlijks twee tot drie kilo verteerde of gecomposteerde runderstalmest per vierkante meter meestal voldoende.
Verse mest geeft niet direct voldoende voedingsstoffen af, het moet daarvoor eerst een beetje verteren. Zorg er bij gebruik voor, dat u het ondiep (maximaal tien tot vijftien centimeter) onderspit. De voorkeur gaat uit naar stalmest van minstens een jaar oud. Verse koemest bevat namelijk ammoniak; dat kan de bladeren van planten 'verbranden', waardoor ze verwelken en geel worden.
Staat uw tuin op kleigrond, gebruik dierlijke mest dan het liefst in het najaar. De beste periode voor bemesten van tuinen op zandgrond is het vroege voorjaar (maart).
Aanvullende meststoffen
Natuurlijke meststoffen bevatten extra voedingsstoffen, die bruikbaar zijn als aanvulling op bemesting met compost of dierlijke mest. Op de verpakking staat hoe u de aanvullende meststoffen het best kunt gebruiken. Afhankelijk van de behoefte van het groen kunt u kiezen uit aanvullende meststoffen met verschillende hoofdbestanddelen:
- slachtafval (beender- en bloedmeel) voor extra fosfor en stikstof;
- vinassekali (een afvalproduct uit de voedingsindustrie) voor extra kalium;
- basaltmeel, lavameel (hard en zacht vulkanisch gesteente) en bentoniet (klei) voor verbetering van de bodemstructuur;
- meststoffen met kalk, zoals maerl (koraal- algenkalk), voor regulatie van de zuurgraad van de bodem.
Milieugevolgen van kunstmest
Kunstmest is een geconcentreerde vorm van voeding voor planten; er zitten voedingsstoffen in zoals stikstof, fosfor en kalium. Kunstmest wordt gemaakt uit onder meer stikstof en fosfaaterts. Voordeel van kunstmest is dat het precies de juiste verhouding en concentratie voedingsstoffen bevat: in organische mest kan dat variëren. Maar kunstmest verbetert de bodemstructuur niet. Bovendien belast kunstmest het milieu meer dan organische mest: de productie van kunstmest kost veel energie en er komen zware metalen bij vrij.
Zo kost het winnen van stikstof uit de lucht veel energie. Bovendien komen er broeikasgassen vrij bij de productie. Dit draagt bij aan klimaatverandering. In fosfaaterst komt van nature (giftig) cadmium voor. Dat wordt bij het productieproces grotendeels verwijderd, en komt vrij als chemisch afval. Daarnaast komen ook andere schadelijke stoffen vrij, zoals fosfaat, radioactief radium, lood en polonium. Nog een nadeel van fosfaat is dat de erts beperkt aanwezig is: het gaat een keer op.
Overdaad schaadt!
Goed doseren van kunstmest is belangrijk, want meer mest is niet per se beter. Overbemesting kan leiden tot te snelle groei: de planten worden dan kwetsbaar voor ziektes en plagen. Door kunstmestkorrels die de voedingsstoffen direct afgeven, kunnen planten 'verbranden'. Ze krijgen dan gele bladeren en verwelken.
Kunstmest lost meestal gemakkelijk op, waarna de plant de mest direct kan opnemen. Gebruik kunstmest liefst alleen in het groeiseizoen. Strooien buiten het seizoen is eigenlijk verspilling: de kunstmest lost op en spoelt weg (met regen- en bodemwater), voordat de planten ervan kunnen profiteren. Dat vervuilt het grond- en oppervlaktewater.
Slim bemesten
Soms is een bodem van nature arm aan voedingsstoffen. Als u vermoedt dat dit in uw tuin het geval is, raadpleeg dan een gespecialiseerd bedrijf. (Dat kan soms ook via het tuincentrum.) Een bodemanalyse van uw tuin laat zien of er een tekort is.
Ook de zuurgraad van de bodem (pH-waarde) kan ervoor zorgen dat planten niet goed groeien. Een optimale zuurgraad is nodig om bepaalde voedingsstoffen op te kunnen nemen. Een pH-waarde tussen 5,5 en 7,5 (afhankelijk van de grondsoort) is voor de meeste planten goed. Met een eenvoudige test kunt u zelf de zuurgraad bepalen; zo'n test is te koop bij tuincentra. Als de grond te zuur is (pH-waarde te laag), kunt u dat verbeteren (pH-waarde verhogen) door kalk te strooien en de bodem wat losser te maken.
Mest: goed doseren
Meestal staat op de verpakking wat de juiste dosering is. Overdaad schaadt, dus vraag een tuinspecialist om advies als u twijfelt. Er zijn ook verschillen tussen grondsoorten: zandgrond heeft bijvoorbeeld relatief meer (organische) bemesting nodig dan kleigrond, omdat zandgrond voedingsstoffen minder goed kan vasthouden.
Ingrediënten van mest
Op de verpakking van mestproducten staat de samenstelling aangegeven met cijfers: het eerste cijfer geeft het percentage stikstof aan, het tweede het aandeel fosfaat en het derde dat van kalium. Een etiket met 10 + 5 + 3 betekent dus tien procent stikstof, vijf procent fosfaat en drie procent kalium. Soms staat er een vierde getal vermeld, dan is dat het percentage magnesium.
Van zelfgemaakte compost en dierlijke mest die rechtstreeks bij de boer word gekocht, is de samenstelling niet bekend.
Keurmerk: EKO

Compost met het EKO-keurmerk is voor minstens 75 procent van ecologische oorsprong, zoals organisch afval van biologische bedrijven, en gras uit natuurterreinen. EKO-compost bevat niet alleen weinig zware metalen, ook het gehalte aan andere verontreinigingen is laag.
Kijk op www.biogids.nl voor leveranciers van EKO-compost. Meer over EKO staat op Keurmerk landbouw.
Naar boven