Chemische bestrijdingsmiddelen en milieu
Er zijn veel verschillende werkzame stoffen voor chemische bestrijdingsmiddelen, maar de gemeenschappelijke eigenschap is dat ze giftig zijn. Ook zijn de meesten niet specifiek: het middel schaadt niet alleen het plaagbeest maar ook andere dieren, zoals beestjes die het plaagbeest opeten, uw huisdier of zelfs uw gezondheid. Daarom heeft het voorkomen van plagen de voorkeur, net als milieuvriendelijke alternatieven voor bestrijding.
Weinig risico bij gebruik volgens voorschrift
Zolang u zich aan de gebruiksaanwijziging op de verpakking houdt, is het risico op schade voor het milieu of gezondheidsklachten door chemischie bestrijdingesmiddelen klein. Dat klinkt plausibel, maar uit onderzoek blijkt dat bestrijdingsmiddelen tegen plagen, groene aanslag en ongedierte vaak verkeerd worden gebruikt.
Let dus op de voorgeschreven dosis, en de omstandigheden waarin uw het middel gebruikt. Veel bestrijdingsmiddelen zijn bijvoorbeeld niet toegestaan in gebieden van waterwinning, en voor alle middelen geldt dat u ze niet mag gebruiken in of nabij sloten of vijvers. Het weer heeft ook invloed: gebruik geen bestrijdingsmiddelen vlak voor een regenbui, want dan spoelen de chemische bestrijdingsmiddelen weg en vervuilen ze de bodem en het grondwater.
Zekerheid over soort
Zoek uit welk beestje precies overlast veroorzaakt; zo voorkomt u dat u een middel gebruikt tegen een beest waarvoor het niet bedoeld is – met onnodige vervuillingsrisico’s van dien. Zilvervisjes en papiervisjes lijken erg op elkaar, en ook verschillende houtwormen zijn makkelijk te verwarren. Raadpleeg zonodig een deskundige.
Milieuvriendelijk ongedierte, vraat en plagen bestrijden
Als uw huis ontoegankelijk is voor ongedierte, krijgt overlast geen kans. Stop daarom kieren en naden dicht, of scherm ze af met gaas, tegen muizen en kruipende insecten. Horren voor het raam en de tuindeuren houdt vliegende insecten tegen. Ongedierte dat per ongeluk toch in uw huis belandt, krijgt geen kans zich daar vestigen als u ervoor zorgt dat de basisbehoeften niet beschikbaar zijn: eten, vocht, en een schuilplaats. Berg etenswaren dus goed op, maak kieren en kasten goed dicht, en ventileer om de luchtvochtigheid laag te houden.
In de tuin horen insecten en andere dieren thuis. Meestal leiden die ook niet tot overlast, of alleen in korte perioden. Kies voor de tuin planten die het op die plek goed doen; gezonde planten zijn minder vatbaar voor platen en ziekten. Door regelmtig te vegen, schoffelen en aangetaste plantendelen te verwijderen, smoort u een beginnende plaag in de kiem.
Huismiddeltjes
Voor binnen én buiten geldt dat u een enkel insect of beestje kunt bestrijden, door het weg te halen of met een huismiddeltje te bestrijden. Voor een enkele muis is een val meestal effectief. Ontstaat er toch langdurige overlast binnen of buiten, dan kan het zinvol zijn om ongedierte of een insectenplaag te bestrijden. Kijk voor milieuvriendelijke bestrijding en huismiddeltjes op bladluizen, houtworm, kakkerlakken, mieren, mollen, motten, muggen, muizen, slakken, vlooien, wespen of zilvervisjes.
Professionele bestrijding?
Sommige soorten ongedierte kunt u niet zelf bestrijden, omdat ze alleen verdwijnen met zware middelen: alleen een professioneel bestrijder mag die gebruiken. Dat geldt voor houtworm en andere houtaantasters (zoals de grote houtkever en de boktor die in de balken van het huis voorkomen), maar ook voor kakkerlakken en faraomieren. Ook het verwijderen van lastig bereikbare grote wespen- en muizennesten kunt u beter aan een deskundige overlaten, en in sommige gevallen ook de bestrijding van oven- en papiervisjes.
Wetten en regels over bestrijdingsmiddelen
In Nederland komt een bestrijdingsmiddel pas op de consumentenmarkt als het is toegelaten door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Dat geldt ook voor biologische bestrijdingsmiddelen. Het Ctgb onderzoekt het bestrijdingsmiddel op risico’s voor mens, dier en milieu.
Het gebruik van een middel is alléén toegestaan voor de specifieke bestrijding waarvoor het is goedgekeurd, (bijvoorbeeld tegen mieren). Gebruik tegen andere beestjes dan op de verpakking staat vermeld mag niet, omdat daarvan de risico’s niet zijn onderzocht.
U herkent een goedgekeurd middel aan een nummer op de verpakking: een vier- of vijfcijferig nummer gevolgd door een hoofdletter N, bijvoorbeeld 1234N.
Wet gewasbescherming en biociden
Alle bestrijdingsmiddelen vallen onder de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Deze is gebaseerd op de zogeheten Europese Biocidenrichtlijn. Alle bestrijdingsmiddelen die planten beschermen tegen hun belagers, zijn gewasbeschermingsmiddelen. Alle andere bestrijdingsmiddelen vallen onder de biociden. Deze groep middelen wordt vooral gebruikt in gebouwen.
Bij wet zijn de regels vastgelegd rond het toelaten en beoordelen van biociden. Bovendien bevat de Biocidenrichtlijn een lijst van stoffen die in aanmerking komen voor toelating. Komt een bepaalde werkzame stof niet voor op die lijst, dan mag die niet worden toelaten.
Gebruik door consument of professionele bestrijder?
Sommige bestrijdingsmiddelen tegen plaagdieren (oftewel biociden) zijn alleen toegelaten voor professioneel gebruik. Andere zijn specifiek voor particulier gebruik, en weer andere voor beide. Als een biocide geschikt is voor particulier gebruik, dan staat dat op het etiket vermeld.
De Voedsel en Waren Autoriteit houdt toezicht op het gebruik van bestrijdingsmiddelen door de consument.
Meer informatie
-
Advies over ongediertebestrijding kunt u krijgen bij de gemeentelijke Ongedierte Bestrijdingsdiensten.
-
Bent u huurder en heeft u last van ongedierte in huis? Neem dan contact op met de woningbouwvereniging.
-
Het Kenniscentrum Dierplagen (KAD) verkoopt consumentenfolders over de bestrijding van beestjes in en rond de woningen. Ook voor het determineren van een beestje kunt ubij het KAD terecht: www.kad.nl / 0317 419660 / info@kad.nl.
-
Voor adressen van erkende ongediertebestrijders kunt u terecht bij de Nederlandse Vereniging Plaagdiermanagement Bedrijven (NVPB): www.nvpb.org.
Naar boven