Trend verkoop vaatwassers
Bij aankoop van een vaatwasser kiezen bijna alle consumenten voor een machine met energielabel A (97 procent). Dat was in 2001 nog maar 74 procent. Slechts 1,7 procent van de vaatwassers die in 2008 de winkel uit gingen, had energielabel B of C (respectievelijk 4.286 en 550 stuks). Sinds 2004 zijn er geen afwasmachines meer verkocht met energielabel D of lager.
Volgens de laatste cijfers (over 2006) heeft ongeveer de helft van de Nederlandse huishoudens een vaatwasser. In 2000 lag dat aandeel nog op veertig procent.

Kansen voor besparing
CO2-uitstoot: 190 miljoen kilo besparen
Jaarlijks gaan er (ruim) een kwart miljoen vaatwassers de winkel uit. Negen van de tien keer is dat een energiezuinig apparaat. Maar er zijn nog veel oude, onzuinige apparaten in gebruik.
Wanneer alle huishoudens met een onzuinige vaatwasser deze zouden vervangen door een nieuwe met energielabel A, dan zou de Nederlandse uitstoot van CO2 jaarlijks met 190 miljoen kilogram omlaag gaan. Dat komt omdat afwasmachines met energielabel A zo'n 27 procent minder elektriciteit verbruiken dan een vergelijkbaar exemplaar met energielabel C.
Lagere energierekening
Een vaatwasser met energielabel A van gemiddeld formaat (twaalf couverts) heeft ongeveer 1,1 kWh elektriciteit nodig voor een afwasbeurt. Eenzelfde apparaat met energielabel C heeft daar 1,5 kWh voor nodig. Bij kleinere vaatwassers is dat verschil kleiner, namelijk 0,2 kWh per wasbeurt.
Een huishouden dat een compacte afwasmachine koop met energielabel A (ter vervanging van eenzelfde apparaat met energielabel C), bespaart gemiddeld 50 kWh per jaar (of 11 euro). Gaat het om een gewoon (standaard) formaat, dan bespaart een huishouden 85 kWh (19 euro, prijspeil 2010).