Verse groente en fruit bevatten belangrijke voedingsstoffen en zijn een noodzakelijk bestandsdeel van ons menu. Veel mensen denken bij verse groente en fruit aan het landelijke leven en aan eten volgens de natuurlijke seizoenen. Groente en fruit is echter vaak geïmporteerd of in kassen geteeld en daarom niet alleen in het groeiseizoen, maar gedurende het hele jaar beschikbaar. Dit kost energie en belast het milieu, onder meer door de uitstoot van broeikasgassen.
Tips
- De uitstoot van broeikasgassen is hoog bij groente en fruit die met het vliegtuig zijn vervoerd of zijn gekweekt in een verwarmde kas.
- Het invliegen van biologische producten en het telen van biologische producten in de verwarmde kas kost evenveel energie als bij gangbare producten. De teelt van biologische producten vindt plaats zonder het gebruik van kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen.
De Groente- en Fruitkalender
Milieu Centraal geeft met de groente- en fruitkalender een praktisch hulpmiddel bij het kiezen van groente en fruit met een lage klimaatbelasting. Deze kalender geeft een schatting van de uitstoot van broeikasgassen, omgerekend naar CO2-equivalent, per kilogram product.

In de totale milieubelasting van groente en fruit spelen naast de uitstoot van broeikasgassen ook zaken als watergebruik en het gebruik van bestrijdingsmiddelen een rol. Vooral wanneer de teelt plaats vindt in landen waar water schaars is of er bij de teelt veel gewasbeschermingsmiddelen gebruikt zijn kan de werkelijke milieudruk van verse groente en fruit hoger liggen.
Klimaatklassen groente- en fruitkalender
De groente- en fruitkalender is ingedeeld in vijf klassen. Hoe hoger de uitstoot van broeikasgassen bij teelt en transport, des te hoger de klasse. De klassenindeling kan helpen bij het maken van een keuze voor producten met een lage uitstoot. Zowel klasse A als klasse B zijn een klimaatvriendelijke keuze.
- Klasse A: minder dan 0,5 kg CO2-eq per kg product
- Klasse B: 0,5 tot 1 kg CO2-eq per kg product
- Klasse C: 1 tot 5 kg CO2-eq per kg product
- Klasse D: 5 tot 10 kg CO2-eq per kg product
- Klasse E: meer dan 10 kg CO2-eq per kg product
Klasse A betreft merendeels vollegrondsproducten uit Nederland. Soms zijn het bewaarproducten die in grote koelhuizen zijn bewaard. Ook een aantal importproducten valt nog in deze klasse.
Klasse B betreft merendeels vollegrondsproducten die per zeeschip zijn ingevoerd, of per vrachtwagen uit Zuid-Europa komen. Een aantal Nederlandse vollegrondsproducten dat bij de teelt minder goed scoort vallen ook in deze klasse.
Klasse C betreft veel producten uit de Nederlandse verwarmde kas. In deze klasse vallen ook importproducten waarvan de teelt of het transport vrij veel energie vraagt.
Klasse D betreft producten die een lange vliegreis achter de rug hebben. Ook intensieve Nederlandse kasteelten als aardbeien vallen in deze klasse.
Klasse E betreft een aantal producten waarvan zowel teelt als vervoer per kilogram veel energie kost. Bijvoorbeeld ingevlogen asperges en zachtfruit. Zachtfruit uit de Nederlandse verwarmde kas kan ook in deze klasse vallen.
Wat bepaalt CO2-uitstoot van groente en fruit?
Herkomst en vervoer
De winkelier moet het land van herkomst vermelden. De wijze waarop een product vervoerd is, staat niet aangegeven, maar afhankelijk van het soort product is daar wel iets over te zeggen. Bederfelijke producten die geteeld zijn op een ander continent zijn vaak ingevlogen. Dit zijn bijvoorbeeld asperges, boontjes, peultjes, verse kruiden, exotisch fruit en rijp geplukt fruit. Voor groente en fruit dat minder snel bederft geldt vaak dat ze per boot of vrachtwagen zijn vervoerd. Denk hierbij aan appels, peren, druiven, bananen, avocado's, uien, knoflook en suikermaïs.
Producten uit de kas
Tien procent van het gasverbruik in Nederland dient voor de verwarming van kassen en drie procent van de elektriciteit wordt gebruikt als groeilicht. De glastuinbouw is verantwoordelijk voor bijna tachtig procent van de energie die de totale Nederlandse landbouw gebruikt en veroorzaakt daarmee de grootste CO2-uitstoot van alle landbouwsectoren.
Producten uit de glastuinbouw zijn vaak lastig te herkennen. Voor veel producten kan echter wel worden afgeleid dat zij uit de warme kas komen. Zo zijn in Nederland geteelde vruchtgroenten als paprika, tomaat, komkommer en aubergine altijd uit verwarmde kassen afkomstig. Verder zijn in de herfst en het voorjaar ook veel andere Nederlandse producten uit de verwarmde kas afkomstig omdat het hier dan te koud is om in de volle grond te telen.
Voor veel kasproducten (met name vruchtgroenten) geldt dat zij 's zomers in dezelfde klimaatklasse vallen als in andere seizoenen. Dit lijkt vreemd, omdat in de zomer niet of weinig hoeft te worden gestookt. De verklaring hiervoor is dat deze kasproducten jaarrond worden geteeld en er gedurende meerdere seizoenen van dezelfde plant wordt geoogst. De milieudruk van de teelt moet dan ook over de gehele oogstperiode worden verdeeld. Voor het bepalen van de klimaatklasse van een in de zomer geoogst product, moet daarom ook het energiegebruik van dezelfde plant in andere seizoenen worden meegenomen.
Geteeld op potgrond
Producten die geteeld zijn op potgrond hebben een hoge CO2-uitstoot. Dat komt doordat potgrond voor een groot deel uit veen bestaat. De in het veen opgeslagen koolstof komt tijdens de teelt vrij als het broeikasgas kooldioxide.
Meer informatie
- Bij het Voedingscentrum kunt u terecht voor informatie over voedingswaarde, gezondheid, bewaren en bereiden van voedsel, hygiëne en voedselveiligheid (070-3068810 van 12 tot 16 uur of www.voedingscentrum.nl/).
- Voorlichtingsbureau Groenten en Fruit, www.groentenenfruit.nl/.