Vis

Regelmatig vis en schaal- en schelpdieren eten is goed voor onze gezondheid. Maar visvangst en -kweek schaden de natuur en het milieu. Sommige vissoorten dreigen uit te sterven door overbevissing en bijvangst. U kunt dit helpen voorkomen door te kiezen voor duurzaam gevangen of gekweekte vis - en voor vis van het seizoen.

Of het eten van vis milieuvriendelijk is, hangt niet af van kweek of wildvangst, maar van de totale milieuscore. Bij wilde vis telt de vraag of de soort met uitsterven bedreigd is, en hoe de vis gevangen is. Bepalend voor de milieuscore van kweekvis zijn onder meer de hoeveelheid wilde vis die nodig is voor visvoer, de milieuvervuiling door diergeneesmiddelen in het water en het energieverbruik bij de kweek.

Recente cijfers ontbreken, maar in 2003 werd voor de wereldwijde visconsumptie 103 miljard kilogram vis gevangen: gemiddeld is dat zeventien kilo per persoon. Dit is inclusief de delen van de vis die we niet eten zoals de kop, ingewanden en graten. Nederlanders aten in 2007 per persoon bijna zes kilo vis, schaal- en schelpdieren.


Tips


Wildgevangen vis en milieu

In 2003 vingen vissers wereldwijd 90,2 miljard kilo vis. Ze doen dat met verschillende soorten netten en lijnen, afhankelijk van de vissoort. De vis gaat eerst per schip naar de haven, dan per vrachtauto naar de visafslag en vervolgens per vrachtauto of vliegtuig naar verwerkers en de winkels. Een deel van de vangst wordt ook gekoeld vervoerd; de rest wordt al op de vissersboot ingevroren.

Overbevissing en bijvangst

Een aantal vissoorten komt steeds minder vaak voor. Daardoor neemt de vangst af. Oorzaken hiervan zijn klimaatinvloeden, vervuiling, natuurlijke variaties - en overbevissing. Meer dan de helft van de commerciële vissoorten werd in 2005 maximaal bevist. Bijna een kwart van de vissoorten wordt overbevist. Soorten als zwaardvis, Atlantische kabeljauw, heilbot, schelvis en de meeste soorten tonijn staan daarom op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten.

Naast de vis die ze willen vangen, krijgen de vissers ook andere soorten in hun netten: bijvangst. Ruim eenderde daarvan gaat weer overboord. Meestal zijn de vissen dan al gestikt of dodelijk gewond. Ook raken er veel vogels, dolfijnen, walvissen en zeeschildpadden verstrikt in de netten. Zij raken gewond en verdrinken.

Foto: Bijvangst van een Belgisch vissersschip (Bron: Greenpeace/Reynaers).

Achteruitgang van natuur

Alle soorten planten en dieren in zeeën en rivieren lopen door visvangst schade op. De drie grootste boosdoeners zijn de boomkorvisserij, drijfnetten en 'spooknetten'.

Bij de boomkorvisserij slepen de vissers kettingen over de zeebodem, om zo platvissen zoals schol, tong, bot en heilbot in het net te jagen. Vanwege de schade aan het onderwaterleven werkt men aan alternatieven zoals de pulskor. Daarbij drijft men de platvis in het net met kleine elektrische schokjes .

Drijfnetten hangen vlak onder het wateroppervlak en zijn vaak vele kilometers lang. Vele vissoorten, maar ook vogels, dolfijnen, walvissen en zeeschildpadden, raken erin verstrikt. Daarom zijn drijfnetten in de EU verboden voor de tonijnvisserij. Ze zijn nog wél toegestaan voor de zalmvisserij in de Oostzee. Nederlandse vissers gebruiken geen drijfnetten.

Spooknetten zijn losgeraakt van vissersschepen en zwerven jarenlang door het zeewater. Volgens schattingen verdrinken daarin jaarlijks vele tienduizenden zeeschildpadden, dolfijnen en walvissen, en honderdduizenden vogels in de Noord-Atlantische oceaan. Ook sterven zo gigantisch veel vissen.

Vervuiling door vissersschepen

Van de vervuiling van water en kusten komt tachtig procent van het land en twintig procent van de scheepvaart. De scheepsvaart, inclusief de vissersschepen, veroorzaakt twee specifieke vormen van vervuiling. Ten eerste lekt uit zo'n veertig procent van de schepen koelvloeistof, die de ozonlaag aantast en het broeikaseffect versterkt. Daarnaast zetten schepen een grote hoeveelheid afval overboord: alleen al in de Noordzee verdwijnt jaarlijks twintig miljoen kilo. Het plastic komt terecht in vogelmagen en op de stranden. Dit komt doordat schepen moeten betalen voor de afvalinzameling in de haven.

Energieverbruik

Het energiegebruik voor de visserij neemt de laatste jaren toe: de schepen varen verder en verbruiken meer brandstof. Verwerking en transport vragen relatief weinig energie, als de vis per schip naar de winkels gaat. Vervoer per vliegtuig kost per kilo ongeveer honderd keer zoveel energie een vrachtschip; de CO2-uitstoot is zelfs bijna driehonderd keer hoger. Het etiket meldt niet hoe de vis is vervoerd. Verse nijlbaars of victoriabaars wordt ingevlogen; ook verse kabeljauw, zeewolf, roodbaars en tilapia kunnen dagelijks per vliegtuig vanuit Afrika, IJsland en Jamaica komen. Ook de soort vis maakt veel verschil: vooral de boomkorvisserij op platvis, de lijnvisserij op zwaardvis en tonijn en de garnaalvisserij met trawlers vreten energie.


Kweekvis in open systemen

De vraag naar vis groeit zo hard dat de visvangst het niet meer kan bijbenen. Een oplossing daarvoor is het kweken van vis. Dat kan in gesloten of open kweeksystemen. Open kweek vindt plaats in binnenwateren, kustwateren en zeegebieden, waar men een deel van het water afzet met netten. Een voorbeeld is de gekweekte zalm uit de Noorse fjorden. Vanaf de kwekerij gaat de vis in bakken water per vrachtauto naar de visverwerker.

De milieubelasting van open kweeksystemen zit onder andere in diergeneesmiddelen, voer, mest en afval: die kunnen in kuststreken overbemesting en vervuiling veroorzaken. Verder eet veel kweekvis als voer wilde vis; de vangst daarvan leidt weer tot overbevissing. En ten slotte ontsnappen er de nodige vissen uit kwekerijen. Wanneer die zich voortplanten met wilde vissen, kunnen de oorspronkelijke vissoorten zwakker worden of verdwijnen.

Garnalen bedreigen mangrove

Er komen steeds meer garnalen uit Azië en Zuid-Amerika: in 2002 was 76 procent van de garnalen in Nederlandse winkels van tropische afkomst. De garnalen komen uit grote kweekvijvers in de kuststreken, waarvoor zeldzame mangrovebossen en rijstvelden zijn verwijderd. De kweekvijvers vervuilen ook het oppervlaktewater met grote hoeveelheden medicijnen, hormonen en visvoer.

Initiatieven voor een meer duurzame garnaal komen op gang, zoals biologische garnalen en Noordzeegarnalen met het MSC-keurmerk.

Hollandse garnalen worden niet gekweekt, maar gevangen in de Noordzee en de Waddenzee. Ze gaan dan voor een groot gedeelte per koelvrachtwagen naar Marokko of Polen om gepeld te worden, en komen dan weer terug.

Kleurstoffen

In het wild zijn zalmen roze doordat ze garnalen en planktonkreeftjes eten die natuurlijke roze kleurstoffen bevatten, zoals astaxanthine. Kweekzalmen krijgen ander voer en zouden normaal gesproken grijs kleuren. Om toch mooi roze vlees te krijgen, doen de kwekers synthetische astaxanthine in hun voer.


Kweekvis in gesloten systemen

In Nederland is vooral visteelt op het land te vinden, in bassins. Die produceerden in 2007 ongeveer 5 miljoen kilogram paling; 4,5 miljoen kilogram meerval en elf miljoen kilogram andere vissoorten (vooral tilapia).

Er zijn in Nederland nog geen officiële regels voor het gebruik van diergeneesmiddelen in de visteelt. De Nederlandse visteelt gebruikt weinig tot geen medicijnen. Recirculatiesystemen zuiveren het water via filters, en voorkomen zo dat vissen snel ziek worden. Binnen de visbranche is afgesproken om bij ziekte een aantal geneesmiddelen toe te staan. In het buitenland komen recirculatiesystemen minder voor.

Bijna alle Nederlandse kweekvis komt uit gesloten systemen, behalve forellen en mosselen. De milieubelasting komt vooral voort uit het visvoer: daarin is wilde vis verwerkt, en de vangst daarvan leidt tot overbevissing.


Dierenwelzijn

Sinds de jaren negentig gaan onderzoekers er vanuit dat gewervelde vissen pijn kunnen lijden en angst en stress ervaren. Over de pijnervaring van ongewervelde soorten (zoals garnalen en kreeften) is minder bekend. Onderzoekers bekijken hoe je vis zo diervriendelijk mogelijk grootschalig kunt doden op vissersschepen. Bijvoorbeeld door de dieren eerst te bedwelmen en dan pas te doden.

Ook het natuurlijke gedrag van bepaalde vissoorten en criteria voor een diervriendelijk kweeksysteem zijn onderwerp van onderzoek. Wanneer hierover meer duidelijk is, zal er wetgeving komen.


Goed voor hart en bloedvaten

In vissen die leven in vervuild water kunnen zich schadelijke stoffen ophopen, vooral in het lichaamsvet. Vis kan zware metalen, dioxines, bestrijdingsmiddelen en broomhoudende brandvertragers bevatten - met dank aan lozingen door industrie, landbouw en schepen. Maar het vet in vette vis bevat ook erg gezonde vetzuren, die goed zijn voor hart en bloedvaten.

Twee keer per week vis

Twee keer per week vis eten, waarvan minimaal één keer vette vis, is zo gezond dat het risico van verontreiniging in verhouding zeer klein is. Alleen in een aantal specifieke situaties is het volgens het Voedingscentrum beter om bepaalde vissoorten te laten staan. Stevige rokers kunnen beter geen paling en schaal- en schelpdieren eten; zwangere vrouwen kunnen vacuüm verpakte rauwe vis en roofvissen zoals tonijn, zwaardvis en koningsmakreel beter mijden. Wilde paling uit Maas en Rijn is voor niemand erg gezond. Vaker dan twee keer per week vette vis eten levert geen extra gezondheidswinst op. Het Voedingscentrum adviseert wel om regelmatig te variëren met vissoorten.


Labels en keurmerken

Op de verpakking van vis staan diverse logo's. Een aantal daarvan zijn keurmerken en geven garanties op een specifiek gebied, zoals biologische kweek, duurzame visserij of milieuvriendelijke visserij. Andere logo's geven alleen informatie. Hieronder komen ze kort aan bod. Kijk voor uitgebreide informatie op Keurmerk vlees, vis en gevogelte.

Biologische vis

Steeds meer kwekerijen brengen biologische vis op de markt: zalm, forel, kabeljauw en garnalen. Biologische viskweek garandeert goede kweekomstandigheden en heeft als enige minimumnormen voor dierenwelzijn. De vis draagt naast het predikaat ‘biologisch’ ook een buitenlands keurmerk voor biologisch landbouw, te weten het Duitse Naturland-keurmerk of het Engelse Soil-association keurmerk

Dolfijnvriendelijk gevangen tonijn

Dolfijnvriendelijk gevangen tonijn is geen officieel keurmerk, maar een particulier label van de visserij. Er zijn diverse variaties en ze staan op bijna alle blikjes tonijn, met de tekst 'dolfijnvriendelijk gevangen'.

Helaas is de regeling vrijwillig en ontbreekt een waterdichte controle. In Europa is de meeste tonijn in blik bovendien skipjacktonijn. Daarbij speelt het dolfijnprobleem niet; het label is hiervoor dus overbodig.

Milieukeur

Het Milieukeur kunt u tegenkomen op consumentenproducten en voedingsmiddelen. Voor een aantal vissoorten zijn er ook Milieukeurcriteria: de Nederlandse meerval, paling en tilapia. De eisen gaan over water- en energieverbruik, voer, diergeneesmiddelen en waterkwaliteit.

Er is één tilapiakweker die kweekt volgens de criteria van het Milieukeur. Deze tilapia ligt alleen nog niet herkenbaar in de winkel.

Zie voor meer informatie over Milieukeur Keurmerk landbouw, Keurmerk vlees, vis en gevogelte en Milieukeurmerken.

Marine Stewardship Council (MSC)

Het MSC keurmerk is een internationaal keurmerk voor een goed beheerde, duurzame visserij. Vis vangen volgens het MSC-keurmerk tast de natuur en de visstand niet aan. De vis is te herkennen aan het MSC-logo op de verpakking. In Nederland zijn Alaska koolvis (in de vorm van vissticks), kabeljauw, haring, heek, hoki, tong, makreel, sint jacobsschelp en Alaska zalm met het MSC-keurmerk verkrijgbaar. Het keurmerk omvat geen gekweekte vis.

Waddengoud

De eerste milieuvriendelijk gevangen vissoort in Nederland was de harder: die is gerookt verkrijgbaar met het Waddengoud keurmerk. Intussen zijn ook garnalen, snoekbaars en zeebaars met het keurmerk verkrijgbaar op sommige boerenmarkten, in natuurvoedingswinkels en een aantal restaurants. De criteria en richtlijnen van Waddengoud voor herkomst en duurzaamheid zijn goedgekeurd door de Waddenvereniging en Vogelbescherming Nederland. Er vindt onafhankelijke controle plaats. Waddengoud is aangesloten bij de Stichting Streekproducten Nederland (SPN).


Regelgeving en standpunten

Ministerie van LNV

In Nederland is het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV) verantwoordelijk voor de nationale uitvoering van het Europese visserijbeleid. Elk jaar bepaalt de minister hoeveel de vissers maximaal van elke vissoort mogen vangen, afhankelijk van de visstanden. Het ministerie is verantwoordelijk voor de verdeling van de visquota over de Nederlandse vissers. Zie ook www.minlnv.nl.

Productschap Vis

Het Productschap Vis komt op voor de belangen van de vissector. Het productschap ziet erop toe dat afspraken worden nagekomen. Ook zorgt ze voor de promotie van vis bij de media en de consument. Zie ook www.pvis.nl.

Stichting De Noordzee

Stichting De Noordzee zet zich in voor de natuur- en milieubelangen van de zee. De organisatie streeft naar betere wet- en regelgeving, stelt misstanden aan de kaak en zoekt naar alternatieven voor een schoner en duurzamer gebruik van de (Noord-)zee, in dialoog met overheid en bedrijfsleven. Zie voor haar standpunten www.noordzee.nl.

Wereld Natuur Fonds

Het Wereld Natuur Fonds zet zich wereldwijd in voor de bescherming van de natuurlijke rijkdom van de oceanen. Zo pleit het voor natuurreservaten op zee. Om duurzame visvangst te bevorderen heeft het WNF in samenwerking met Unilever het MSC keurmerk opgericht; inmiddels is het keurmerk helemaal onafhankelijk. Het WNF voert een campagne 'Kies voor een levende zee' en roept consumenten op verantwoord gevangen vis te kopen. Zie ook www.wnf.nl.

Dierenbescherming

De Dierenbescherming vindt de huidige beroepsvisserij onverantwoord. De organisatie vindt dat de zeeën worden leeggevist en er veel bijvangst is van dolfijnen en vogels (aalscholvers). Alle leven in de zee raakt zo verstoord, en de (dodings)methoden bezorgen vele vissen onnodig pijn en angst. In kwekerijen kunnen de dieren volgens de Dierenbescherming lijden, omdat ze niet voldoende bedwelming krijgen voordat ze gedood worden, en omdat ze soms niet of onvoldoende hun natuurlijke gedrag kunnen tonen. Lees meer op www.dierenbescherming.nl.


Meer informatie en andere sites



© 2010 Milieu Centraal. Voor overname van informatie zie www.milieucentraal.nl (trefwoord: copyright). Milieu Centraal staat voor betrouwbare milieu-informatie. De informatie is tot stand gekomen door veel partners te raadplegen. Een externe toetsingscommissie beoordeelt de informatie van Milieu Centraal op juistheid en volledigheid. Heeft u nog vragen, bel de Milieu Centraal Informatielijn 0900-900 1719 (15 eurocent per minuut).