MilieuCentraal.nl maakt gebruik van cookies. Meer weten? Zie Cookies op deze website.

Sluiten

Milieuaspecten van landbouw

De manier waarop we ons voedsel produceren, heeft grote invloed op het milieu. Vooral de landbouwsector heeft grote gevolgen. Milieu Centraal zet verschillende milieugevolgen van landbouw op een rij.

Voedselproductie is de grootste bron van milieubelasting. Twintig tot dertig procent van alle milieubelasting die we veroorzaken, hangt samen met onze voeding. Vooral de landbouwsector heeft een grote impact.

Van al het land dat mensen gebruiken, is een derde in gebruik voor voedselproductie. Ook een derde van al het transport houdt verband met voedselproductie, net als driekwart van al het zoetwatergebruik, en een vijfde van het wereldwijde verbruik van energie. Ook gewasbeschermingsmiddelen en mest hebben hun effect.

Er zijn verschillende methoden van landbouw: gangbare landbouw, biologische landbouw, en er zijn tussenvormen. Meer hierover op Landbouw: biologisch of gangbaar?

  •  Mest en mineralen

    Mest en mineralen, zoals fosfaat, nitraat en ammoniak, zijn nodig om gewassen te laten groeien. Gebruik van te veel dierlijke mest en kunstmest leidt echter tot vervuiling van bodem, water en lucht en tast de diversiteit van de natuur aan. Een ander gevolg is dat het grondwater verontreinigd raakt met nitraat. Door inkrimping van de veestapel zijn de afgelopen jaren de nitraatconcentraties substantieel gedaald en is ook het mestoverschot gehalveerd.

  •  Gewasbeschermingsmiddelen

    Boeren gebruiken gewasbeschermingsmiddelen om plagen of onkruid te bestrijden. Door wind en regen komen deze middelen ook buiten de akkers terecht. Veel beschermingsmiddelen zijn niet alleen giftig voor de plaag of het onkruid, maar ook voor andere planten en dieren. Zo kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen de natuur aantasten.
  •  Energiegebruik en klimaat

    De glastuinbouw stoot veel CO2 uit

    De landbouw veroorzaakt 27 procent van de Nederlandse bijdrage aan het versterkte broeikaseffect. Voor een deel komt dat doordat voor het bedrijven van landbouw energie nodig is. Bij het gebruik van fossiele brandstoffen komt het broeikasgas CO2 vrij. De glastuinbouw stoot de meeste CO2 (80 procent van de uitstoot door landbouw) uit door het hoge energieverbruik voor het verwarmen en belichten van kassen. Verder komt er CO2 vrij door het directe energiegebruik op het bedrijf, en door het indirecte energiegebruik voor de productie van bijvoorbeeld veevoer.

    Andere broeikasgassen zijn methaan (CH4) en lachgas (N2O). Bij herkauwers (zoals koeien) komt bij de vertering methaan vrij. De landbouw zorgt voor 42 procent van de methaanuitstoot in Nederland en de veeteelt heeft hier de grootste bijdrage aan. Lachgas ontstaat onder meer bij een hoge bemesting en daardoor snelle afbraakprocessen in de bodem.

  •  Landgebruik

    De FAO schat dat van de 50 miljoen km2 die de mens in gebruik heeft voor landbouw, bijna 40 miljoen km2 in gebruik is voor veeteelt. Hiervan wordt bijna 35 miljoen km2 grasland en 5 miljoen km2 als akkerland gebuikt om veevoer te telen. In Nederland beslaat landbouw zestig procent van de ruimte. Daarmee is ze belangrijk voor het landschapsbeheer. Het landelijk gebied vormt door verstedelijking en intensieve landbouw een steeds grotere barrière voor planten en dieren. De melkveehouderij, akkerbouw, en vollegrondstuinbouw kunnen een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteit van het landschap. De glastuinbouw en de intensieve veehouderij dragen volgens velen weinig positiefs bij aan natuur en landschap.
  •  Verdroging

    Nederland is in de afgelopen 50 jaar een stuk droger geworden, ondanks de (bijna) overstromingen in het gebied van de grote rivieren en de soms overvloedige neerslag. De landbouw draagt meer dan zestig procent bij aan de verdroging. Niet alleen wordt in droge periodes beregend, maar ook wordt het grondwaterpeil naar beneden gebracht omdat de grond anders te nat zou zijn voor landbouwgewassen.

    Verdroging is een milieuprobleem omdat veel van de karakteristieke planten en de daar weer van afhankelijke dieren, van natte en vochtige standplaatsen verdwijnen of dreigen te verdwijnen. Ter compensatie voor de verlaging van de grondwaterstand voeren waterbeheerders water van elders aan. Doorgaans bevat dit water veel meer meststoffen dan het oorspronkelijke water, waardoor verruiging optreedt: de oorspronkelijke vegetatie die op voedselarme bodems groeide, wordt verdrongen door andere planten.
     

  •  Genetische modificatie van gewassen

    Bij genetische modificatie in de landbouw wordt het erfelijk materiaal van landbouwgewassen aangepast, zodat bepaalde eigenschappen veranderen. Dat levert economisch voordeel op, maar over de milieugevolgen zijn veel mensen het oneens.

    Meer hierover op Genetische modificatie van gewassen.

  •  Dierenwelzijn en diergezondheid

    Voor het dierenwelzijn in de veehouderij zijn wettelijke normen vastgesteld in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Er zijn in internationaal verband vijf vrijheden voor het dier opgesteld. Deze vrijheden houden in dat dieren vrij zijn van dorst, honger en onjuiste voeding; van fysiek en fysiologisch ongerief; van pijn, verwondingen en ziektes; van angst en chronische stress; en vrij om hun natuurlijke (soorteigen) gedrag te vertonen. De dagelijkse praktijk is voor veel dieren echter nog anders.

 Naar boven
/Domeinen/Algemeen/Images/Onderwerp/milieuaspecten van landbouw.jpg
Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de
nieuwsbrief

Betrouwbare informatie

Milieu Centraal biedt betrouwbare informatie. Maar hoe komt de organisatie daar aan? Kijk op Werkwijze Milieu Centraal.