MilieuCentraal.nl maakt gebruik van cookies. Meer weten? Zie Cookies op deze website.

Sluiten

Leven in de tuin

Met voldoende beschutting, bloemen en water trekt u leven naar de tuin. Uw tuin is dan echt een thuis voor vogels en vlinders. Zo draagt u bij aan meer natuur in de buurt.

Wanneer uw tuin niet alleen voor u, maar ook voor dieren en insecten aantrekkelijk is, is er sprake van een natuurlijke tuin. Zo'n tuin biedt dieren en insecten voldoende schuilplaatsen en voedsel. Bijkomend voordeel is dat u in een natuurlijke tuin niet snel last zult hebben van plagen.

Tips voor leven in de tuin

  • Kies voor bomen en struiken die een dichte takkenstructuur hebben, een ruwe schors, bloemen en eetbare vruchten.
  • Zorg dat er zo lang mogelijk bloeiende planten in uw tuin staan. Hierdoor hebben insecten lange tijd voedsel.
  • Breng water in de tuin. Als u geen ruimte voor een vijver heeft, is een waterschaal voor dieren al voldoende.
  • Zorg voor voldoende beschutting en nestgelegenheid.
  •  Aantrekkelijke tuin

    Er zijn vele manieren om uw tuin aantrekkelijk te maken voor dieren en insecten. Maak hoogteverschillen door gebruik te maken van bomen, struiken en bloemen. Hierdoor neemt het leefgebied voor dieren toe, bovendien geeft het uw tuin ook direct voedsel voor dieren.

    Hou bij de keuze van de beplanting rekening met de standplaats. De grondsoort en de hoeveelheid zon moet aansluiten bij de eisen die een plant stelt. Informeer bij het tuincentrum, of zoek in tuinboeken naar de standplaatseisen van planten. Denk bij het kiezen van beplanting ook aan kruiden.

    Probeer de tuin zo in te richten dat niet overal intensief onderhoud nodig is. De beplanting in de tuin zorgt voor veel afval. Gebruik dit afval in composthopen, rommelhoeken en takkenwallen, dit werkt verrijkend voor het leven in de tuin. U kunt het tuinafval ook gescheiden inleveren en door de gemeente laten verwerken. Beperk het winterklaar maken van de tuin tot die plaatsen die direct in het zicht liggen. Laat uitgebloeide plantenstengels staan en snoei die pas in het voorjaar weg.

  •  Plant bomen en struiken

    Bomen en struiken zijn extra aantrekkelijk voor dieren als ze een dichte takkenstructuur hebben, een ruwe schors, bloemen en eetbare vruchten. Voor kleine tuinen zijn andere bomen en struiken geschikt dan voor grote. Om u een idee te geven wat in uw tuin zou kunnen passen, geven we op Beplanting kiezen een selectie van mooie, goed verkrijgbare, bomen, struiken en kruidachtige planten.

  •  Kleurige tuinbloemen

    Vaste planten vormen een goede aanvulling op de bomen en struiken in de natuurlijke tuin. Zorg dat er het gehele seizoen bloemen in de tuin zijn. Hoe meer variatie in bloemen hoe meer soorten insecten de tuin aantrekt. Met name nectarrijke bloemen trekken insecten aan en die zijn weer belangrijk voedsel voor vogels en vleermuizen. Bloemzaden zijn weer aantrekkelijk voor onder meer vogels en knaagdieren.

    Milieu Centraal heeft lijsten samengesteld met zomerbloeiende vaste planten, en planten die in de nazomer en herfst aantrekkelijk zijn voor mensen en dieren. Zie Beplanting kiezen.

  •  Breng water in de tuin

    Dieren en insecten hebben behoefte aan vocht. Een tuinvijver is voor veel soorten aantrekkelijk. Het aantal planten en dieren in en rond een vijver met geleidelijke oevers, veel plantengroei en weinig vissen is veel groter dan de diversiteit rond een kale vijver met harde randen en veel vis. In de natuurlijke vijver vinden amfibieën en waterminnende insecten een thuis. Kijk voor informatie op Tuinvijvers.

    Als er geen ruimte voor een vijver is, heeft water in de tuin altijd een meerwaarde. Zelfs een drinkschaal heeft al nut voor vogels en insecten.

  •  Zorg voor dieren

    U kunt dieren naar uw tuin lokken door extra voorzieningen aan te brengen. Voor elke diersoort die in de tuin voorkomt is wel iets te koop, denk aan nestkastjes, vlinderkasten en hommelhotels. U heeft de meeste kans dieren te lokken die al in de directe omgeving van uw tuin voorkomen.

    Dieren en insecten gebruiken bladeren, takjes, achtergelaten bloempotten en andere rommeltjes om een nest mee te maken, te schuilen en te overwinteren. Wees daarom niet te netjes in de tuin. Laat in de winter afgestorven plantenstengels staan en snoei die pas in het voorjaar weg.

    Vogels

    Zorg voor voedsel met bomen en struiken die bessen leveren. Daarnaast is nestelgelegenheid belangrijk. Dat kan met nestkasten, maar ook met bomen en struiken. Vogels nestelen graag in natuurlijke heggen (veldesdoorn, liguster, beuk); groenblijvers (taxus, hulst, conifeer); stekelige struiken (meidoorn, vuurdoorn, berberis) en klimplanten tegen een muur (klimop, klimhortensia, klimroos).

    Insecten

    Insecten zoeken ’s zomers naar geschikte plekken om eitjes te leggen. Kieren tussen tegels, omgekeerde bloempotjes en blokken hout vormen goede nestelplekken.

    Ze kunnen het beste overwinteren in een tuin die niet te veel is opgeruimd. De voorwaarde is dat de overwinterplek niet te nat is, en dat de insecten af en toe kunnen opdrogen. Klimmende planten tegen een muur, spleten in muren of gestapelde muurtjes en takjes, dor blad en zaadstengels zijn goede overwinterplekken.

    Zie verder www.vlinderstichting.nl en www.plantaardigheden.nl.

    Zoogdieren

    Egels zijn nachtdieren, overdag rusten ze op een wat verborgen plek. Ze trekken rond en zoeken iedere dag een nieuwe nestelplek. U kunt de egel een handje helpen door een begin van een nesthoop te maken. De onderkant van de hoop moet grotere, open ruimtes hebben. Dat kan door wat grote stukken hout of steen op te stapelen, die losjes te vullen met wat blad en daarop kleinere takken te stapelen. Van oktober tot april houden ze een winterslaap. In die tijd moeten ze niet worden verstoord: anders gaan ze op zoek naar een nieuwe plek en dat kost erg veel energie.

    Spitsmuizen zijn geen familie van de huismuis en juist nuttig, want ze eten insecten. Spitsmuizen gaan niet met winterslaap, maar hebben wel moeite om eten te vinden als het kouder wordt. Een composthoop levert in de winter het nodige voedsel op.

    Amfibieën

    Kikkers in een vijver.Padden verblijven graag op een vochtige plek. Bijvoorbeeld onder een takkenhoop of in de strooisellaag in een beschutte plek in de tuin.

    Kikkers leven in en om vijvers. Voor de overwintering in de vijver is een diepte van tachtig tot honderd centimeter voldoende. Enkele stapels stenen of hout op de bodem geven de kikkers een goede schuilplaats. Bij vorst moet het water een open verbinding met de buitenlucht houden. Holle plantenstengels die uit het water boven het ijs omhoogsteken, zorgen voor gasuitwisseling tussen water en lucht. Hak nooit een wak in het ijs: dit verstoort het planten- en dierenleven te veel. Haal sneeuw van het ijs om zoveel mogelijk licht door het ijs te laten.

    Salamanders overwinteren meestal aan land, vaak in groepen onder hout of stenen en in holen. Salamanders die in het water overwinteren, doen dit in modderige bodems.

 Naar boven
/Domeinen/Algemeen/Images/Onderwerp/De_natuurlijke_tuin.jpg
Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de
nieuwsbrief

Betrouwbare informatie

Milieu Centraal biedt betrouwbare informatie. Maar hoe komt de organisatie daar aan? Kijk op Werkwijze Milieu Centraal.