MilieuCentraal.nl maakt gebruik van cookies. Meer weten? Zie Cookies op deze website.

Sluiten

Mollen

Molshopen in de tuin zijn vaak een reden om de mol te bestrijden. De dieren kunnen namelijk flink wat schade toebrengen aan grasvelden en tuinen

Tips tegen mollen

  • Bestaande molshopen kunt u zonder probleem uitharken over het gazon.
  • Het gebruik van een mollenklem is de meest effectieve manier om mollen te bestrijden. Het gebruik van een schaarklem is het meest diervriendelijk, omdat deze leidt tot een snelle en pijnloze dood van de mol.
  • U kunt de mol ook levend vangen met een kunststof mollenkoker of vangbuis, en ergens anders uitzetten. Dat laatste heeft alleen zin op een plaats waar voldoende voedsel is, maar waar geen andere mollen zijn.
  •  Nut en overlast van mollen

    Mollen hebben nut voor de bodem. Ze maken de grond losser en bevorderen daarmee de afwatering. Bovendien bestrijden ze schadelijke bodeminsecten. Het menu van de mol bestaat echter voor het grootste deel uit regenwormen die dezelfde nuttige invloed op de bodem hebben. Op tuingrond met een rijk bodemleven is de meeste kans op overlast van mollen. De overlast ontstaat doordat de mol met zijn graafwerk molshopen opwerpt en verzakkingen doet ontstaan. Dit gebeurt vooral wanneer een mol zijn territorium uitbreidt.

    Molshopen kunt u het beste zo snel mogelijk weer naar beneden drukken. Druk dan het midden van de molshoop omlaag, zodat de grond de gang weer vult. Hark de overgebleven aarde uit over het gazon. Het gras heeft daar geen last van.

    Onderstaande tips helpen om langdurige overlast van mollen te verhelpen.
     

  •  Mollen weren en bestrijden

    Verjagen

    Mollen hebben een matige reuk: het effect van sterk ruikende stoffen zal daarom beperkt zijn. Vooral de geur van natuurlijke vijanden schrikt mollen af. Zo zijn er druppels met geurstoffen van het stinkdier, korrels van gecomposteerd dierlijke mest en turf, weringsticks op basis van kaneel en korrels met plantaardige geurstoffen.

    Ook met zwavelpatronen kunt u mollen verjagen. Dit is echter een onveilige methode en de kans is groot dat u de ongezonde gassen inademt. Van molwerende planten, trilapparaten, omgekeerde plastic flessen en allerlei huishoudchemicaliën is de effectiviteit nooit aangetoond.

    Weren

    De meest doeltreffende, maar wel bewerkelijke, methode om mollen te weren is het ingraven van een mollennet. Dat is metaalgaas dat u verticaal in de bodem plaatst. Het gaas steekt 10 cm boven de grond uit en reikt tot minstens 70 cm diepte, of tot het grondwater. Onderin is het net horizontaal omgebogen, om naar beneden gravende mollen tegen te houden.

    U beschermt het gazon ook door op een diepte van 25 cm een horizontaal net aan te brengen.

    Vangen

    Met een kunststof mollenkoker of vangbuis vangt u mollen levend. Erg diervriendelijk is dat echter niet, omdat de mol vaak dood gaat door de stress van het vangen. Ook het uitzetten van de mol op een andere plek leidt tot veel stress als de mol in het territorium van een andere mol terechtkomt.

    Doden

    Mollen vangt u ook met klemmen. De veelgebruikte schaarklem leidt tot een snelle en pijnloze dood van de mol. Plaats de klem in een gang waar de mol actief is en niet in de molshoop. Als u bestaande molshopen vlak maakt, ziet u aan de nieuwe graafactiviteiten precies waar de mol actief is. De meeste kans op succes heeft de klem als u deze in een diepere tunnel geplaatst. Deze ligt op minstens 25 cm diep, en volgt vaak perceelscheidingen of verhardingen. Controleer de klem na twee dagen.

    Alleen professionals die in het bezit zijn van een vergunning voor mollen- en woelrattenbestrijding van het Ministerie van LNV mogen mollen chemisch bestrijden. Zij plaatsen tabletten met aluminium- of magnesiumfosfide in een diepe mollengang. Onder invloed van vocht ontstaat fosforwaterstof dat zwaarder is dan lucht en zich door het tunnelstelsel verspreidt. Het gebruik is dieronvriendelijk, omdat getroffen dieren een langzame en pijnlijke dood sterven. Bovendien is magnesiumfosfide giftig voor de mens en andere zoogdieren, zoals honden en katten. Het middel is ook giftig voor koudbloedige dieren, zoals insecten.

  •  Klein chemisch afval

    Bestrijdingsmiddelen horen bij het huishoudelijk chemisch afval. Zij zijn te herkennen aan het toelatingsnummer (of N-nummer), en soms het speciale KCA-logo op de verpakking. Fabrikanten zijn verplicht het N-nummer op de verpakking te zetten. Lege verpakkingen kunnen bij het huishoudelijk afval.
  •  Meer informatie

    • Uitgeverij Roodbont geeft een gids uit voor het herkennen, voorkomen en beheersen van ziekten en plagen in de tuin. Bestel de gids via de website www.roodbont.nl.
    • U kunt bij de NVPB (Nederlandse Vereniging Plaagdiermanagement Bedrijven) terecht voor adressen van erkende ongediertebestrijders, aangesloten bij een brancheorganisatie: www.nvpb.org.
    • Plaagdierbestrijders die voldoen aan het KAD-keurmerk hebben veel aandacht voor preventie, en gebruiken minder chemische bestrijding. Kijk voor adressen op www.kad.nl
 Naar boven
Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de
nieuwsbrief

Betrouwbare informatie

Milieu Centraal biedt betrouwbare informatie. Maar hoe komt de organisatie daar aan? Kijk op Werkwijze Milieu Centraal.