- Home
- Thema's
- Natuurlijk tuinieren
- Tuinonderhoud
- De tuin bemesten
De tuin bemesten
Heeft uw tuin extra voeding nodig? Dan is organische mest de milieuvriendelijkste keuze. Deze mest voedt én verbetert de bodemstructuur. Slim bemesten zorgt er bovendien voor dat u minder bestrijdingsmiddelen hoeft te gebruiken.
Eens in de zoveel tijd bemesten doet de meeste tuinen goed. Organische mest belast het milieu het minst, omdat hiervoor compost of dierlijke mest wordt (her)gebruikt. Organische mest verbetert bovendien de bodemstructuur. Gebruik liever geen kunstmest: dat bevat weliswaar de juiste voedingsstoffen, maar de productie ervan kost veel energie en belast het milieu.
Tips voor bemesting
- Te veel bemesten vervuilt de bodem, en maakt planten juist kwetsbaarder. Gebruik daarom nooit meer mest dan nodig is: kijk op de verpakking voor de aanbevolen hoeveelheid.
- Wilt u voedingsstoffen aan de bodem toevoegen, gebruik dan dierlijke mest of aanvullende meststoffen. Wilt u de bodemstructuur verbeteren waardoor de planten deze voedingsstoffen beter kunnen opnemen, gebruik dan compost.
- Bemest een siertuin alleen tijdens de groeiperiode, in het voorjaar. Moestuinen hebben een paar keer per jaar bemesting nodig, en een gazon twee keer per jaar.
- Komen uw planten ondanks bemesting niet goed op? De bodem kan (van nature) arm zijn aan voedingsstoffen. Een gespecialiseerd bedrijf kan vaststellen of er een tekort is.
-
Milieuvriendelijk mest gebruiken
Met de juiste bemesting van uw tuin voorkomt u onnodige milieubelasting. Want als u de tuin voldoende bemest en de planten laat wortelen in goede grond, dan krijgt u gezondere planten. En die hebben minder snel bestrijdingsmiddelen nodig. Voldoende bemeste planten hebben bovendien beter ontwikkelde wortels en daardoor minder water nodig. Door goede organische bemesting hechten voedingszouten zich aan de bodemdeeltjes, waardoor ze niet weg kunnen spoelen met het regenwater; dit vermindert verontreiniging van het grond- en oppervlaktewater.
Organische mest en kunstmest
Om milieubelasting te voorkomen, is het belangrijk dat u let op het soort mest dat u gebruikt, en de hoeveelheid. Er zijn grofweg twee soorten: organische mest en kunstmest. Daarnaast kunt u meststoffen gebruiken als aanvulling op organische mest.
Organische mest is de milieuvriendelijkste keuze en een goede bodemverbeteraar. Kunstmest belast het milieu meer dan organische mest, want voor de productie is veel energie nodig en er komen zware metalen bij vrij.
Voor alle soorten mest geldt dat overdaad schaadt. Gebruikt u te veel mest, dan verzwakt u de planten, en vervuilt u het grond- en oppervlaktewater omdat de mest wegspoelt met het regenwater.
Wanneer bemesten?
Vooral in en vlak voor het groeiseizoen heeft uw tuin behoefte aan meststoffen. In een siertuin is één keer bemesten vaak voldoende, alleen rozen en eenjarige planten zijn gebaat bij een tweede bemesting in juni. Een moestuin kan vaker mest gebruiken, afhankelijk van de groenten die u verbouwt. Tomaten, maïs, bietjes en kool hebben regelmatig mest nodig, uien en boontjes veel minder. Uw gazon kunt u het best tweemaal jaarlijks bemesten.
Zandgronden houden water en voedingsstoffen minder goed vast dan kleigronden en hebben daarom meestal meer mest en bodemverbetering nodig.
-
Organische mest: milieuvriendelijk
De voedende eigenschappen van organische mest maken planten beter bestand tegen schadelijke bacteriën en schimmels, en houden het bodemleven gezond. Daardoor krijgen plagen minder kans en heeft u minder vaak bestrijdingsmiddelen nodig. Bovendien verbetert de structuur van de bodem, waardoor die regenwater beter kan vasthouden: dat scheelt water geven met drinkwater.
U kunt kiezen uit twee soorten organische mest: compost en dierlijke mest. Voor extra voedingsstoffen zijn ook aanvullende meststoffen te koop.
-
Compost: goede bodemverbeteraar
Compost is vooral geschikt als bodemverbeteraar, voor zowel zand- als kleigrond. Het stimuleert de plant om de aanwezige voedingsstoffen op te nemen, maar voegt zelf weinig voedingsstoffen toe. Wilt u juist wél voedingsstoffen toevoegen aan de bodem, dan zijn dierlijke mest of aanvullende meststoffen geschikter.
Compost ontstaat door vertering van plantaardig materiaal, bijvoorbeeld groente- fruit- en tuinafval. U kunt zelf compost maken: meer daarover op Zelf composteren.
Goed gebruik van compost
Compost kunt u het best door de bovenste grondlaag mengen. Hierdoor wordt de grond losser, dat helpt de plantenwortels bij het opnemen van de voedingsstoffen. Ook voor het gazon is compost geschikt: strooi het dan uit in een dun laagje. Kleigrond kunt u het best in het najaar bemesten; voor overige gronden is het voorjaar een goede tijd.
Champost
Hoveniers gebruiken ook wel champost: paardenmest die is gecomposteerd met kippenmest, stro en gips. Champost is erg basisch (hoge pH-waarde) door de kalk die erin zit. Daarom kunt u dit type compost beter niet gebruiken op grond die van zichzelf al een hoge pH-waarde heeft (pH > 7). Houd er rekening mee dat champost meer zouten (fosfor, kalium) bevat dan gewoon compost.
Compost met EKO-keurmerk
Er is ook compost met EKO-keurmerk te koop. Dit type compost is voor minstens 75 procent van ecologische oorsprong, zoals organisch afval van biologische bedrijven, en gras uit natuurterreinen. EKO-compost is voordelig voor het milieu omdat het weinig zware metalen of andere vervuiling bevat. Meer over het EKO-keurmerk staat op Keurmerk landbouw.
-
Dierlijke mest: meer voedingsstoffen
Dierlijke mest bevat wat meer voedingsstoffen dan compost en versterkt het bodemleven meer. Het verbetert ook de bodemstructuur, maar in mindere mate dan compost.
Dierlijke mest is vers verkrijgbaar, in korrelvorm of als poeder. Verpakte dierlijke mest is meestal koemest, soms bijgemengd met wat kippenmest. De beste keuze is stalmest van minstens een jaar oud. Verse koemest bevat namelijk ammoniak, dat kan de bladeren van planten 'verbranden', waardoor ze verwelken en geel worden.
Let op dosering
Kijk op de verpakking voor de juiste dosering. In de moestuin is jaarlijks 2 tot 3 kilo verteerde of gecomposteerde runderstalmest per vierkante meter meestal voldoende. Verse mest geeft niet meteen voldoende voedingsstoffen af, het moet daarvoor eerst een beetje verteren. Zorg er daarom voor dat u het ondiep (maximaal 10 tot 15 centimeter) onderspit.
Beste tijd
Staat uw tuin op kleigrond, gebruik dierlijke mest dan het liefst in het najaar. De beste periode voor bemesten van tuinen op zandgrond is het vroege voorjaar (maart).
-
Aanvullende meststoffen
Als organische meststoffen (compost of dierlijke mest) niet voldoende zijn, kunnen aanvullende meststoffen uitkomst bieden.
Goed gebruik aanvullende meststoffen
Op de verpakking staat hoe u de aanvullende meststoffen het best kunt gebruiken. Afhankelijk van de behoefte van het groen in uw tuin, kunt u kiezen uit aanvullende meststoffen met verschillende hoofdbestanddelen:
- slachtafval (beender- en bloedmeel) voor extra fosfor en stikstof;
- vinassekali (een afvalproduct uit de voedingsindustrie) voor extra kalium;
- basaltmeel, lavameel (hard en zacht vulkanisch gesteente) en bentoniet (klei) voor verbetering van de bodemstructuur;
- meststoffen met kalk, zoals maerl (koraal- algenkalk), voor regulatie van de zuurgraad van de bodem.
-
Kunstmest belast het milieu meer
Kunstmest is een geconcentreerde vorm van voeding voor planten. Er zitten voedingsstoffen in zoals stikstof, fosfor en kalium in precies de juiste verhouding en concentratie. Nadeel van kunstmest is dat die de bodemstructuur niet verbetert. Bovendien belast kunstmest het milieu meer dan organische mest, want de productie van kunstmest kost veel energie. Dit draagt bij aan klimaatverandering. En er komen zware metalen vrij bij de productie.
De grondstoffen van kunstmest zijn onder meer stikstof (uit de lucht) en fosfaaterts, waarvan de voorraad beperkt is.
Juiste soort kunstmest kiezen
Gaat uw voorkeur toch uit naar kunstmest, kies dan kunstmest met de hoeveelheid stikstof, fosmaat en kalium die uw tuin nodig heeft. Op de verpakking staat de samenstelling vermeld met cijfers. Het eerste cijfer geeft het percentage stikstof aan, het tweede het aandeel fosfaat en het derde dat van kalium.
Een etiket met 10 + 5 + 3 betekent dus 10 procent stikstof, 5 procent fosfaat en 3 procent kalium. Soms staat er een vierde getal vermeld, dan is dat het percentage magnesium.
-
Gespecialiseerd advies
Soms is een bodem van nature arm aan voedingsstoffen. Als u vermoedt dat dit in uw tuin het geval is, raadpleeg dan een gespecialiseerd bedrijf voor een bodemanalyse (dat kan soms via het tuincentrum).
Ook als de bodem te zuur is (te lage pH-waarde) kunnen planten niet goed groeien. Bij het tuincentrum kunt u terecht voor advies en eenvoudige tests om zelf de zuurgraad te bepalen. Is de bodem te zuur, dan helpt het waarschijnlijk als u kalk strooit en de bodem wat losser maakt.
-
Meer informatie
- Meer informatie over bemesting en de verzorging van uw planten vindt u op de website van de belangenvereniging voor hobbytuinders: www.avvn.nl.
- Kijk op www.biogids.nl voor leveranciers van EKO-compost.
