Energiezuinige lampen op een rij

In de winkel kunt u kiezen uit steeds meer energiezuinige verlichting: spaarlampen, led-lampen en tl-buizen. Ook halogeenlampen besparen stroom ten opzichte van gloeilampen, maar veel minder.

Als een lamp met minder stroom evenveel licht kan geven, dan gaat het milieu erop vooruit. Minder stroomverbruik zorgt namelijk voor minder verbruik van fossiele brandstoffen in elektriciteitscentrales. Daarvoor zorgen energiezuinige lampen. Milieu Centraal legt uit waar het verschil met gloeilampen in zit, en maakt het makkelijker om te vergelijken tussen de led-lamp, tl-lamp, de spaarlamp en de halogeenlamp.

Tips en weetjes energiezuinige lampen

  • De spaarlamp, de tl-lamp en een deel van de led-lampen zijn zeer zuinig met elektriciteit. Ook halogeenlampen besparen stroom, maar wel minder.
  • Energiezuinige lampen zijn zuiniger met stroom dan gloeilampen doordat ze elektriciteit veel efficiënter omzetten in licht.
  • Onder energiezuinige lampen van hetzelfde soort bestaan grote (kwaliteits)verschillen; er zijn bijvoorbeeld zuinige en onzuinige led-lampen. Let daarom in de winkel op het energielabel: energielabel A en B zijn het zuinigst. Geen energielabel? Kies dan de lamp met het hoogste aantal lumen per watt.
  • Hieronder meer over de eigenschappen van de diverse soorten energiezuinige lampen. Zie voor uitgebreide keuzehulp Energiezuinige lamp kiezen.
  •  Milieuvoordeel energiezuinige lamp

    De milieubelasting van verlichting ontstaat tijdens de productie van lampen, tijdens het branden van de lamp, en tijdens het verwerken van lampen als afval. Van de totale milieubelasting ontstaat het grootste deel tijdens gebruik in huis; afhankelijk van de lampsoort veroorzaakt elektriciteitsverbruik tot 99 procent van de milieubelasting. Het gaat vooral om de uitstoot van vervuilende stoffen en het broeikasgas CO2 die ontstaat door de verbranding van fossiele brandstoffen voor het opwekken van elektriciteit.

    Milieubelasting van productie vergelijken

    De productie van energiezuinige lampen kost iets meer energie dan die van gloeilampen. Maar tijdens het gebruik levert een energiezuinige lamp zoveel elektriciteitsbesparing op ten opzichte van een gloeilamp, dat dit nadeel van het productieproces ruimschoots overtroffen wordt door het voordeel. Zo heeft Milieu Centraal berekend dat een spaarlamp van 15 watt vanaf 70 branduren energie bespaart ten opzichte van een 60 watt gloeilamp; aangezien de spaarlamp dan nog 6.930 branduren voor de boeg heeft, is de winst groot.

    Er circuleren enkele fabels over zuinige verlichting; meer daarover op Energiezuinig verlichten.

  •  Energiezuinige lamp: minder stroom door andere werking

    Energiezuinige lampen werken veel efficiënter dan de ouderwetse gloeilamp. Slechts 3 tot 9 procent van de elektriciteit die een gloeilamp opmaakt, zet die om in licht. Dat gebeurt als er elektriciteit loopt door de gloeidraad, gemaakt van wolfraam (een metaalsoort). De gloeidraad warmt op tot wel 3.000 graden Celsius en straalt dan behalve warmte ook licht uit. Het warmteverlies is dus onlosmakelijk verbonden aan de manier waarop de gloeilamp werkt.

    Vergelijkbaar licht voor minder stroom

    Spaarlampen, led- en tl-verlichting wekken op een andere manier licht op; ze kunnen een veel groter deel van de elektriciteit omzetten in licht. Vergelijkbare verlichting voor minder stroom dus. Dat verlaagt het elektriciteitsverbruik en de milieubelasting.

    Halogeenlampen wekken trouwens licht op zoals gloeilampen doen, maar de lucht in een halogeenlamp staat onder hoge druk en bevat een gas (een zogeheten halogeenverbinding), waardoor de gloeidraad heter kan worden en meer licht kan geven bij eenzelfde hoeveelheid stroom. Daarom is een halogeenlamp 25 procent zuiniger dan een gloeilamp. Halogeenlampen met een extra infraroodcoating op het glas houden de warmte beter in de lamp en zijn daardoor 40 procent efficiënter dan gloeilampen.

    Gemiddelde elektriciteitsbesparing spaarlamp ten opzichte van gloeilamp

    Soort lamp Energiebesparing tov gloeilamp
    Tl-lamp 85 %
    Spaarlamp 80 %
    Led-lamp 70 %
    Halogeenlamp met infrarood coating 40 %
    Halogeenlamp zonder infrarood coating 25 %

    In de praktijk zijn tl-lampen iets minder zuinig dan hier vermeld, doordat de armatuur waar een tl-buis in zit ook wat stroom verbruikt. In de tabel hierboven zijn alleen de lampen met elkaar vergeleken.

    Buislamp is niet zuinig!

    Verwar een armatuur voor tl-lampen trouwens niet met een armatuur voor buislampen. Deze lijken sprekend op tl-lampen, maar het zijn zeer onzuinige gloeilampen.

    Tl-lamp (links) en buislamp.
     

  •  Energielabel laat zuinigheid zien

    Op de verpakking van de meeste lampen staat een energielabel. Dat geeft in klassen aan hoe zuinig een lamp is. Energielabel A is zeer zuinig met stroom, energielabel G zeer onzuinig.

    De tabel toont welke energielabels voorkomen op elke soort lamp. Tl-buizen, spaarlampen en goede led-lampen zijn het zuinigst, daarna volgen halogeenlampen. Gloeilampen zijn zeer onzuinig.

    Soort lamp Energielabel
    Spaarlampen A, B
    Tl-lampen A, B
    Led-lampen A t/m G*
    Halogeenlampen met infrarood coating B
    Halogeenlampen zonder infrarood coating C, D
    Gloeilampen E t/m G

    *) Grote verschillen ontstaan door variatie in kwaliteit; veel led-lampen hebben geen energielabel.

    Gewone halogeen en halogeenlamp met infraroodcoating (links).

    Geen energielabel? Let op aantal lumen per watt

    De ontwikkeling van verlichting is sneller gegaan dan de regelgeving. Daardoor hebben nog niet alle energiezuinige lampen een energielabel. Het energielabel is voor led-lampen nog niet verplicht, en voor lampen met een laag vermogen (minder dan 4 watt) nog niet toegestaan bij gebrek aan standaard meetmethoden.

    Heeft de lamp geen energielabel (of wilt u van twee soorten lampen met energielabel A weten welke het zuinigst is)? Kijk dan op de verpakking naar het aantal lumen en het aantal watt. Lumen is een maat voor de hoeveelheid licht die de lamp geeft. Hoe meer lumen per watt, des te zuiniger de lamp.

  •  Trend: spaarlamp al jaren in de lift!

    De spaarlamp zit al jaren in de lift: huishoudens hebben er steeds meer in huis. In 1990 had een gemiddeld huishouden nog maar één spaarlamp in huis; in 2003 waren dat er vier, en in 2009 acht. Het totaal aantal lampen in huis steeg trouwens ook: van bijna 24 in 1990 naar 43 lampen per woning in 2009.

    Klik om grotere afbeelding te openen.

    Het aantal gloeilampen daalde afgelopen jaren: in 2003 had een gemiddeld huishouden nog 25 gloeilampen in huis, maar in 2009 nog maar zeventien. Verder had een huishouden in 2009 gemiddeld vier tl-lampen in huis en dertien halogeenlampen. Halogeenlampen hebben daarmee hun toenemende populariteit vastgehouden.

  •  Meer informatie

 Naar boven
/Domeinen/Algemeen/Images/Onderwerp/energiezuinige-lam-kiezen.png
Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de
nieuwsbrief

Minder energiekosten? Bespaartest.nl!

Kies je tips voor energie- besparing, en verlaag je energiekosten tot honderden euro's per jaar: Bespaartest.nl!