- Home
- Thema's
- Klimaat en milieuproblemen
- Milieuaspecten van landbouw
- Landbouw biologisch of gangbaar
Landbouw: biologisch of gangbaar
Maakt het echt wat uit, biologische of gangbare landbouw? Jazeker, blijkt uit inventarisatie van Milieu Centraal. Maar vergelijken is lastig omdat verschillende sectoren van landbouw en verschillende milieugevolgen betrokken zijn. Daarom op een rij: biologisch versus gangbaar in de akkerbouw, glastuinbouw, veeteelt, melk- en vleesveehouderij.
Biologische landbouw is meestal milieuvriendelijker, maar niet altijd. De biologische teelt en veehouderij maken geen gebruik van kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen en dat is voordelig voor het milieu. Maar de biologische landbouw scoort niet op alle milieuaspecten beter dan de gangbare sector. Deze landbouwmethode neemt meer ruimte in beslag, en stelt geen eisen aan energieverbruik voor bijvoorbeeld het verwarmen van kassen en transport.
Initiatieven in de gangbare landbouw om de milieubelasting te verlagen, zoals vermindering van gebruik van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen, heten ook wel geïntegreerde teelt of precisielandbouw. De boer gebruikt dan bijvoorbeeld alleen chemische bestrijdingsmiddelen in als de opbrengst in gevaar komt. Dat is een tussenvorm van gangbaar en biologisch.
Een voorbeeld van geïntegreerde teelt is die volgens het keurmerk Milieukeur, dat hoge milieueisen stelt. Er is ook een certificatiesysteem van de Europese detailhandel, producenten en telers (GlobalGab), maar u kunt producten die aan de GlobalGap-normen voldoen (voedselveiligheid en gewasbeschermingsmiddelen) kunt u niet herkennen: er staat niet over op de verpakking.
-
Biologisch en gangbaar vergelijken per bedrijfstak
Akkerbouw en tuinbouw
Akkerbouw en tuinbouw telen in de volle grond producten zoals aardappelen, granen, uien, peulvruchten, winterpeen en koolsoorten (dus nooit in kassen). Bij vergelijking van de milieubelasting van biologische en gangbare producten uit de akker- en tuinbouw, blijkt het volgende:
- Biologische akkerbouwers gebruiken geen chemische gewasbeschermingsmiddelen; zij bestrijden ziekten en plagen via hun keuze in plantenras, door wisselteelt en het inzetten van natuurlijk vijanden, en door zich in te zetten voor bodemleven en grotere biodiversiteit. In de geïntegreerde teelt is het gebruik van chemische beschermingsmiddelen de laatste jaren fors beperkt.
- De biologische akkerbouw geeft per hectare lagere opbrengsten en heeft dus meer ruimte nodig. Daar staat tegenover dat de biologische landbouw leidt tot een betere landschapskwaliteit, meer biodiversiteit en een betere bodemkwaliteit.
- In de biologische landbouw is genetische modificatie van gewassen niet toegestaan. In de gangbare landbouw is wel - maar in Nederland staat zulk gewas niet (alleen veldproeven).
Glastuinbouw
De glastuinbouw gebruikt (verwarmde) kassen voor de teelt van groente en fruit (komkommer, tomaat, paprika, courgette en aubergine). Uit de vergelijking van biologische en gangbare producten op milieuaspecten blijkt het volgende:
- De glastuinbouw kost veel energie, ongeacht of het biologisch is of niet. De glastuinbouw in Nederland gebruikt zo'n 80 procent van alle energieverbruik in de Nederlandse landbouw. Per kilogram product kost de teelt van kasgroenten tot tien keer zoveel energie als die van groenten uit de volle grond.
- Het verwarmen van kassen kost aardgas; belichting van de gewassen kost elektriciteit. Steeds meer glastuinbouwbedrijven werken als elektriciteitscentrales: met technieken voor warmtekrachtkoppeling produceert de kas warmte en elektriciteit bij het stoken van aardgas. Als er elektriciteit overblijft, levert het bedrijf dat aan het elektriciteitsnet. Netto hebben deze bedrijven nog steeds energie nodig, maar het streven is om kassen in 2020 energieneutraal te maken, bijvoorbeeld met zonne-energie, aardwarmte en bio-energie moeten komen.
- De bestrijding van onkruid, ziekten en plagen gebeurt in de gangbare glastuinbouw steeds vaker met niet-chemische methoden, zoals natuurlijke vijanden.
Melkveehouderij
De Nederlandse melkveehouderij (1,5 miljoen melkkoeien) produceert zuivel (melk, yoghurt, kaas) en rundvlees. Uit de vergelijking van gangbare en biologische producten blijkt het volgende:
- Bij de teelt van veevoer voor biologische koeien is geen gebruik gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest, bij de teelt van gangbaar veevoer wel.
- Er is meer landoppervlak nodig voor biologische melkveehouderij dan voor gangbare. Maar de biologische landbouw leidt tot een betere landschapskwaliteit, een grotere biodiversiteit en een betere bodemkwaliteit.
- In de biologische melkveehouderij komen minder stikstof, ammoniak en broeikasgassen vrij per hectare grondgebruik. Maar gemeten per liter geproduceerde melk valt dit verschil met gangbare melkveehouderij weg, aangezien de biologische melkveehouderij meer grond nodig heeft.
- De biologische melkveehouderij heeft per liter melk minder energie nodig dan de gangbare melkveehouderij.
- De biologische melkveehouderij scoort beter op dierenwelzijn en diergezondheid. Biologische melkkoeien hebben minder stofwisselingsziektes en pootgebreken. Wel komt bij hen uierontsteking vaker voor. Biologische koeien kunnen natuurlijk gedrag meer uiten, omdat ze vaker naar buiten gaan.
Vleesveehouderij
De vleesveehouderij in Nederland levert vooral vlees van runderen, varkens en kippen. Voor de vergelijking van milieubelasting tussen biologisch en gangbaar vlees, geldt het volgende:
- De productie van vlees kost zeer veel energie, vergeleken met het telen van plantaardige producten - ongeacht of het biologisch vlees is of gangbaar. Meer daarover op Vlees.
- Mestoverschotten zijn een probleem in de gangbare veehouderij. Ook in de biologische houderij zijn mestoverschotten, maar de hoeveelheid is minder doordat de sector kleiner is.
- Bij de teelt van veevoer voor de gangbare veehouderij worden chemische gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest gebruikt; bij de teelt van biologisch veevoer niet.
- De biologische vleesveehouderij heeft meer landoppervlak nodig dan de gangbare houderij (met name bij varkens en kippen). Maar de biologische landbouw voor veevoer leidt tot een betere landschapskwaliteit en een betere bodemkwaliteit.
- Wat betreft dierengezondheid pakt biologische veehouderij vaak beter uit, bijvoorbeeld als het gaat om pootgebreken, stofwisselingsziektes, hartziektes en verwondingen door agressie en de mogelijkheid om natuurlijk gedrag te vertonen.
-
Totale milieugevolgen - lastig te vergelijken
Om de totale milieuprestaties van biologische landbouw en gangbare landbouw goed te kunnen vergelijken, moeten niet alleen gebruik van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen worden meegewogen, maar ook andere aspecten, zoals energiegebruik en ruimtegebruik.
Voor- en nadelen afwegen
Voor de Nederlandse landbouw geldt dat biologische groenten en fruit (per kilogram eindproduct) beter voor het milieu zijn dan gangbare producten, als gelet wordt op biodiversiteit en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
Voor biologische landbouw is wel meer land nodig, dan voor gangbare landbouw, aangezien de opbrengst per hectare in de biologische landbouw lager is. Biologische akkerbouw- en vollegrondsgroentebedrijven hebben per hectare grond een lager energiegebruik en minder uitstoot van broeikasgassen. Dat houdt verband met de lagere opbrengst. Het milieuvoordeel hiervan valt waarschijnlijk weg als je biologische en gangbare producten per kilogram eindproduct vergelijkt - maar zeker is het niet.
Geen onderzoeksgegevens
Milieu Centraal kan niet aangeven welke van de twee vormen van landbouw beter uitpakt voor het milieu, als het gaat om bemesting en watergebruik; daarover zijn geen onderzoeksgegevens bekend.
-
Keurmerken voor biologische producten
Een fabrikant van voeding mag niet zomaar 'biologisch' op zijn verpakking zetten, dat is namelijk een juridisch beschermd begrip. Een product dat biologisch heet, moet minimaal voldoen aan de Europese normen voor biologische producten. Biologische producten uit Nederland zijn herkenbaar aan het EKO-keurmerk. Deze producten zijn verkrijgbaar in natuurvoedingswinkels en de meeste supermarkten.
Behalve EKO zijn ook producten met Demeter keurmerk biologisch. Demeter staat op producten uit de biologisch-dynamische landbouw, die is gestoeld op de antroposofie.
Meer over deze en andere keurmerken op Keurmerken landbouw.
-
Regels en beleid
Elk landbouwbedrijf moet zich houden aan wettelijke regels, ongeacht of het gaat om een biologisch of gangbaar bedrijf, dan wel een tussenvorm. De bedrijven hebben te maken met de Europese regelgeving, zoals de Nitraatrichtlijn, maar ook met nationale regelgeving (zoals de Wet ammoniak en veehouderij), en met regionale regelgeving, zoals verordeningen over stankoverlast.
In de gangbare landbouw kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, kunstmest en diergeneesmiddelen weliswaar hoog zijn, maar zeker niet onbeperkt: bedrijven moeten binnen de normen van de regelgeving blijven.
Wetten verminderen milieubelasting
Mede door Europese en Nederlandse wetgeving is de milieubelasting van de land- en tuinbouw de afgelopen jaren flink gedaald. Het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen is ruimschoots gehalveerd sinds 1985. En de uitstoot van broeikasgassen door land- en tuinbouw is ruim tien procent gedaald sind begin jaren '90, door inkrimping van de veestapel. Ook de uitstoot van ammoniak door veehouderij is gehalveerd ten opzichte van vijftien jaar terug; de uitstoot van mineralen en het mestoverschot verminderen. Desondanks moet er nog veel gebeuren voordat gangbare landbouw milieuvriendelijk is.
Europees en Nederlands Beleid
Het Europees landbouwbeleid richt zich op duurzame productiemethoden en op duurzaam gebruik en beheer van het landelijk gebied. Er komt meer aandacht voor natuur, milieu, voedselveiligheid, dierenwelzijn en ruimte.
Ook het Nederlandse landbouwbeleid heeft in het teken gestaan van verbeteringen ten aanzien van natuur, dierziekten, milieu en voedselveiligheid. Hierdoor is de uitstoot van nitraat en het mestoverschot verminderd, en zijn voedselveiligheid en hygiëne verbeterd. De boer als landschapsbeheerder voor de openbare groene ruimte, en het verder extensiveren van de melkveestapel zijn belangrijke thema's voor het beleid van de komende jaren.
-
Standpunten
LTO Nederland
De agrarische belangenorganisatie LTO zet zich in voor een sterke economische en maatschappelijke positie voor ondernemende agrariërs en voor een duurzame land- en tuinbouw in Nederland. Volgens LTO is de biologische land- en tuinbouw één van de belangrijke voortrekkers op het gebied van duurzame bedrijfsvoering. Biologische land- en tuinbouw heeft door haar productiewijze een positieve uitstraling waarvan de gehele land- en tuinbouw kan profiteren.
Bionext
Bionext (voorheen Biologica), de beleids- en promotieorganisatie voor biologische landbouw en voeding, vindt dat de biologische landbouw gegarandeerd de meest milieu- en diervriendelijke vorm van landbouw is, en gezonde en veilige producten voortbrengt.
Stichting Natuur en Milieu
De meerprijs van biologische producten is volgens Stichting Natuur en Milieu de belangrijkste belemmering voor veel consumenten om biologische producten te kopen. Natuur en Milieu doet voorstellen om dit prijsverschil te verkleinen. Een duurzame landbouw is volgens de Stichting van wezenlijk belang voor een rijke natuur en een leefbaar platteland. Stichting Natuur en Milieu pleit voor vernieuwing en verduurzaming van de gangbare landbouw, en voor uitbreiding van de biologische sector.
Dierenbescherming
De Dierenbescherming vindt dat de gangbare veehouderij op een verwerpelijke manier dieren houdt. De dieren leiden een miserabel leven in schuren en krappe hokken, een leven vol stress en verveling. De Dierenbescherming is een voorstander van de biologische veehouderij.
-
Meer informatie
- www.voedingscentrum.nl. Voor informatie over voedselveiligheid, gezondheid en kwaliteit van biologische en gangbare voedingsmiddelen.
- Voor meer informatie over de organisaties vermeld onder standpunten: www.lto.nl, www.bionext.nl, www.natuurenmilieu.nl, en www.dierenbescherming.nl.
