Alles over energie en milieu in het dagelijks leven

Ioniserende straling

In het dagelijks leven wordt iedereen blootgesteld aan zogeheten ioniserende straling. Die komt van natuurlijke bronnen, zoals kosmische straling en straling uit de bodem, of wordt opgewekt, zoals röntgenstraling. Het risico voor de gezondheid is echter klein, want de dosis van ioniserende straling is laag.

Ioniserende-straling.png (1)

Ioniserende straling is zeer energierijke straling die atomen kan veranderen: de elektrische lading van een atoom in bestraald weefsel verandert dan van neutraal naar positief of negatief geladen. Het atoom heet vanaf dan een ion, vandaar de naam 'ioniserend'. Bekende vormen van ioniserende straling zijn röntgenstraling en straling die vrijkomt uit radioactieve stoffen.

Ioniserende straling kan op deze manier het DNA beschadigen, wat kanker kan veroorzaken. De risico's van een eenmalige lage dosis ioniserende straling die korte tijd aanhoudt, zoals tijdens een röntgenfoto of CT-scan, zijn echter heel erg klein.

In het kort

  • 1

    Natuurlijke straling uit de ruimte en bodem, straling uit bouwmaterialen (radon) en straling opgewekt voor diagnoses in het ziekenhuis, zijn de belangrijkste bronnen van straling in het dagelijks leven.

  • 2

    Het risico om ziek te worden van de dagelijkse straling is zeer klein.

  • 3

    Uit kerncentrales komt nauwelijks straling vrij.

Ioniserende straling: van röntgen tot radioactief

Er zijn diverse soorten elektromagnetische straling die ioniserend werken. Bekende voorbeelden zijn röntgenstraling en straling in CT-scans. Deze worden kunstmatig opgewekt in een röntgenbuis (hierbij is geen radioactiviteit betrokken). Gammastraling komt wel uit radioactieve stoffen.

Deeltjesstraling

Daarnaast is er deeltjesstraling. Dat bestaat niet uit elektromagnetische golven, maar uit atoomdeeltjes: neutronen-, protonen-, alfa- en bètastraling. Dit type ioniserende straling komt alleen vrij uit radioactieve stoffen.

Straling van radioactieve bronnen kan zowel deeltjesstraling als hoogfrequente elektromagnetische straling (gammastraling) bevatten. Of dat het geval is, en in welke verhouding de radioactieve stof gamma- en deeltjesstraling uitstraalt, hangt af van de specifieke stof.

Ziekenhuis: straling voor diagnostiek en behandeling

Met hulp van ioniserende straling is het mogelijk om afbeeldingen te maken van de binnenkant van het lichaam. Dat helpt artsen bij het stellen van de juiste diagnose. Denk aan röntgenfoto’s en CT-scans. De stralingsbelasting voor medische diagnostiek is in Nederland laag, in vergelijking met andere landen met een vergelijkbaar niveau van de gezondheidszorg. Het diagnostisch onderzoek veroorzaakt naar schatting maximaal 0,7 procent van de nieuwe kankergevallen.

Ook bestraling, een medische behandeling tegen kanker, is een vorm van ioniserende straling; doel is om de cellen van het tumorweefsel stuk te maken.

Natuurlijke straling uit de ruimte en bodem

Deeltjesstraling die ontstaat als geladen deeltjes uit de ruimte reageren met deeltjes in de atmosfeer, heet kosmische straling. De atmosfeer vangt zelf een deel van de kosmische straling op. Aan het aardoppervlak is de kosmische straling daardoor het laagst; op grote hoogte, in de bergen of in een vliegtuig, is de blootstelling hoger. Mensen die veel vliegen, ontvangen een hogere dosis kosmische straling.

Maar de dosis kosmische straling is zelfs bij mensen die veel vliegen nog steeds erg laag; daarom is het risico op kanker door kosmische straling erg klein.

Radioactieve stoffen in bodem en bouwmaterialen

Nog een vorm van natuurlijke ioniserende straling is deeltjesstraling uit de bodem, afkomstig van radioactieve stoffen die daar van nature aanwezig zijn, zoals uranium, radium en radioactief kalium.

Verder kan het radioactieve gas radon, een vervalproduct van radium, ontsnappen uit gesteente en uit bouwmaterialen die van dat gesteente worden gemaakt. In Nederland komen stenige bodems weinig voor; radonafgifte uit de bodem is minder belangrijk dan afgifte uit bouwmaterialen.

Voeding en radioactiviteit

Via de bodem, de lucht en het water kunnen radioactieve stoffen in onze voeding terechtkomen. De hoeveelheid radioactiviteit in voedingsmiddelen is echter beneden de limieten die hiervoor gelden.

Soms komt het voor dat er in honing, wild of bepaalde bessen en paddenstoelen uit Oost-Europa te veel radioactief cesium (Cs) zit. Dat is nog steeds het gevolg van het reactorongeluk in Tsjernobyl in 1986.

Straling uit kerncentrales

De hoeveelheid radioactiviteit die vrij komt door gebruik van nucleair materiaal in kerncentrales, is onder normale omstandigheden verwaarloosbaar klein. In Nederland staat één kerncentrale die in bedrijf is (Borssele), en één die dicht is maar nog niet ontmanteld (Dodewaard). Verder is er een kernreactor in Petten, een verrijkingsfabriek van uranium in Almelo, een onderzoeksreactor in Delft en de Centrale opslag voor radioactief afval (Covra) in Borssele.

 

Terug naar boven