Alles over energie en milieu in het dagelijks leven

Goede bemesting voor een gezonde bodem

Natuurlijk tuinonderhoud begint bij de bodem. In een rijke, luchtige voedingsbodem groeien en bloeien jouw planten goed. Hoe gezonder en sterker planten zijn, hoe minder snel ze ziek worden. Zo voorkom je onnodig gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Tips

  • 1

    Maak de bodem gezond en vruchtbaar door er compost of mest door te scheppen.

  • 2

    Gebruik niet te veel mest: dan worden planten juist slap en kwetsbaar.

  • 3

    Bemest je (sier)tuin alleen in het voorjaar, als alles weer gaat groeien en bloeien.

  • 4

    Een gazon heeft twee keer per jaar bemesting nodig.

  • 5

    Check welke bodem jouw tuin heeft, dan kun je de bemesting aanpassen.

Laat de bodem ademen

Voor een goede voedingsbodem zijn twee dingen belangrijk: de juiste voedingsstoffen én een bodemstructuur waardoor plantenwortels deze voedingsstoffen makkelijk kunnen bereiken.

Test: graaf een kuil

De bodem van je tuin moet kunnen ‘ademen’ en daarvoor is een losse structuur nodig. Voordeel van een luchtige bodem is ook dat die meer water vasthoudt, zodat je minder vaak hoeft te sproeien. Je kunt dit testen door een kuil te graven. Als de grond kruimelig uiteenvalt, heeft jouw tuin een goede bodemstructuur. Valt het resultaat tegen en is de grond niet erg los, dan helpt het om wat compost door de bovenlaag te scheppen. Plakkerige kleigrond kun je met basaltmeel verbeteren – dit is te koop in tuincentra (ook biologisch).

Welke grondsoort heb je?

Op vrijwel elke grond kun je een mooie tuin creëren, als je maar weet welke soort het is. Zo herken je verschillende grondsoorten:

  • Kleigrond bestaat uit hele fijne, plakkerige deeltjes en valt in grote brokken uiteen als je spit. Klei houdt water goed vast, maar kan daardoor ook zompig worden. Zware, vette kleigrond is lastig te bewerken, maar wel erg vruchtbaar.
  • Zandgrond valt makkelijk uit elkaar, de gronddeeltjes zijn grover dan klei. De grond voelt korrelig aan. Zandgrond is goed waterdoorlatend, maar voedingsstoffen spoelen ook makkelijker weg.
  • Zavelgrond is een tussenvorm die water en voedingsstoffen redelijk goed kan vasthouden.
  • Veengrond bestaat grotendeels uit een dikke laag vergane takken en bladeren (humus). Veengrond is heel vruchtbaar. Je herkent deze grondsoort aan de zwarte kleur en de wat vochtige, sponsachtige structuur.

Drie soorten mest

Ook al is de bodem van jouw tuin van nature niet erg vruchtbaar, dan kun je er met de juiste bemesting toch goede tuingrond van maken. Grofweg kun je kiezen uit drie soorten mest.

  • Compost verbetert de bodemstructuur, zodat plantenwortels de voedingsstoffen beter kunnen opnemen.
  • Dierlijke mest bevat iets meer voedingsstoffen dan compost en verbetert ook de bodemstructuur.
  • Kunstmest bevat eveneens de juiste voedingsstoffen, maar verbetert de bodemstructuur niet. Bovendien belast deze mest het milieu meer.

Organische mest (dierlijke mest en compost) geeft zijn voedingsstoffen langzaam af aan de bodem. Bij kunstmest gaat dit zó snel dat planten kunnen 'verbranden' als je te veel gebruikt. De planten krijgen dan gele bladeren en verwelken. Een bodem die is bemest met organische mest houdt de voedingsstoffen beter vast.

Compost: de milieuvriendelijkste keuze

Compost ontstaat door de vertering van plantaardig materiaal. Dit is de milieuvriendelijkste bemesting, vooral omdat je voedingsstoffen (plantenresten) uit de tuin hergebruikt. Compost houdt het bodemleven met nuttige bacteriën in evenwicht en gaat ziekteverwekkers tegen.

Compostwater als oppepper

bigstock-Female-Gardener-Working-In-Gar-50540411-400x300.jpg

Compost kun je het beste door de bovenste grondlaag mengen. Dit stimuleert het bodemleven, waardoor de grond losser wordt en plantenwortels de voedingsstoffen beter kunnen opnemen. Ook over het gazon kun je een dun laagje compost strooien. Voor planten die een extra oppepper nodig hebben, is compostwater heel geschikt. Je maakt dit door gelijke delen compost en water te mengen.

Maak je eigen compost

Je kunt eenvoudig zelf compost maken: daarmee spaar je je portemonnee en het milieu. Groente- en fruitresten en tuinafval kunnen over het algemeen prima op de composthoop. Koop je kant-en-klare compost, dan zijn biologische compost en compost met het Europese Ecolabel de milieuvriendelijkste keuzes. Deze bevatten minder zware metalen en andere vervuiling dan gewone compost.

Verse of gedroogde koemest

De milieunadelen van dierlijke mest hangen vooral af van de veehouderijsoort. Koemest is de meest gebruikte dierlijke tuinmest. De gedroogde koemestkorrels die je in tuincentra koopt, zijn soms vermengd met wat (snel werkende) kippenmest. Deze mest is vrij van onkruiden, ziektekiemen en insecten.

Aanvullende meststoffen

Als de bodem een tekort heeft aan bepaalde voedingsstoffen kun je speciale meststoffen inzetten. Slachtafval voor extra fosfor en stikstof, vinassekali voor extra kalium en kalk om de zuurgraad te verminderen. Hoe herken je een tekort?

  • Stikstof is nodig voor de bladgroei. Een kleiner en lichter gekleurd blad duidt op een tekort.
  • Kalium bevordert de bloei en de vorming van vruchten. Zijn de bladeren geel of bruingerand, dan is er waarschijnlijk een kaliumtekort.
  • Fosfaat is nodig voor sterke wortels. Een tekort zie je aan paarse verkleuringen van het blad en een slechte vruchtontwikkeling.

Kunstmest belast het milieu

De productie van kunstmest kost veel energie en veroorzaakt de uitstoot van het sterke broeikasgas lachgas. Bovendien komen hierbij schadelijke stoffen vrij zoals cadmium, arseen en radioactief radium. Wat meetelt voor de milieubelasting is ook dat een van de grondstoffen van kunstmest, fosfaaterts, schaars is. Gebruik dus liever organische mest om je bodem te verbeteren.

Kies de juiste soort

Kies je toch voor kunstmest, gebruik dan de soort die past bij jouw tuin. Waaraan heeft de bodem gebrek? Op de verpakking staat onder 'samenstelling' hoeveel procent stikstof (eerste cijfer), fosfaat (tweede cijfer) en kalium (derde cijfer) erin zit. Een eventueel vierde cijfer geeft de hoeveelheid magnesium weer.

Wanneer en hoeveel mest?

Wanneer heeft je tuin extra voedingsstoffen nodig? Planten hebben meestal genoeg aan één keer bemesten, vlak voor of tijdens het groeiseizoen (maart). Rozen en eenjarige planten doen het beter als je ze nog een tweede keer mest geeft (juni). Ook het gazon kun je het beste twee keer per jaar bemesten.

Te veel mest verzwakt je planten

Compost kun je in een laagje van 1 cm uitstrooien over de border en het gazon. Kijk voor de hoeveelheid gedroogde dierlijke mest op de verpakking. Zandgrond heeft meer mest en bodemverbetering nodig dan veen- of kleigrond. Gebruik nooit te veel mest, want dat verzwakt je planten juist. Bovendien spoelt de overtollige mest weg als het regent en dat vervuilt het grond- en oppervlaktewater.

Planten in potten

Zet jij ook planten in potten en bloembakken? Dan kun je kiezen uit verschillende soorten potgrond. Gewone potgrond bestaat vaak uit veengrond. Het afgraven van veengrond levert veel CO2-uitstoot op (in veengrond ligt namelijk veel CO2 opgeslagen die dan vrijkomt). Kies daarom voor potgrond die het milieu niet of minder belast. In de Keurmerkenwijzer zie je op welke keurmerken je kunt letten.

Als niets lijkt te helpen

Doen je planten het telkens niet goed, ondanks alle zorg en aandacht? Of ga je een nieuwe tuin aanleggen? Dan kan een bodemanalyse zinvol zijn, zodat je weet of bepaalde voedingsstoffen ontbreken. Je kunt testers kopen bij tuincentra of een bedrijf inschakelen. Ook de landelijke organisatie van hobbytuinders AVVN biedt bodemanalyses aan (de analyse kost € 60, inclusief een natuurvriendelijk bemestingsadvies).

 

Terug naar boven