Alles over energie en milieu in het dagelijks leven

Wild

Het najaar is traditioneel het seizoen voor wild. Toch is wild het hele jaar verkrijgbaar, bovendien is niet al het verkochte wild afkomstig uit de vrije natuur.

wilde fazandschotel

Wild is de naam voor dieren die in de vrije natuur leven maar ook voor vlees dat afkomstig is van deze dieren. De term 'wild' is niet warenwettelijk beschermd, hierdoor vallen ook gekweekte dieren die in het wild voorkomen, zoals eenden, duiven, ganzen en konijnen, onder het wild. Hetzelfde geldt voor herten die binnen een afrastering in de vrije natuur leven. Wild is verkrijgbaar bij gespecialiseerde poeliers en soms als seizoensproduct bij supermarkten.

Dieren die in het wild leven hebben een functie in de natuur, hierdoor kan de klimaatbelasting worden toegeschreven aan de natuur.

Milieuaspecten wildvlees

Energiegebruik

Wild_Hert_400.png

Er is geen onderzoek gedaan naar de milieubelasting van vlees van in het wild levende dieren. Wat leefwijze betreft is wild te vergelijken met extensief gehouden vee in Brazilië, en daar is wel onderzoek naar gedaan. Dit vee zoekt net als wild zelf zijn voedsel en wordt niet bijgevoerd, hierdoor is het vlees op het punt van energiegebruik beter dan vlees van vergelijkbare dieren uit de veehouderij.

Broeikasgasemissie

Voor de productie van veevoer is kunstmest nodig, en dat draagt bij aan de broeikasgasemissie. Hier scoren dieren in het wild goed op. Aan de andere kant stoten herkauwers in het wild net als hun soortgenoten uit de veehouderij het broeikasgas methaan uit. De extensief gehouden runderen in Brazilië leven langer en produceren zelfs meer methaan dan runderen uit Nederland. Op basis van dit gegeven valt te verwachten dat de broeikasgasemissie per kilogram product voor wilde herkauwers hoger is dan voor vergelijkbaar vee. Het is echter de vraag of de klimaatbelasting van wild aan het door de mens gegeten vlees toegerekend moet worden of aan de ecologische functie die het wild in het gebied vervult.

Mest

Vlees uit het wild goed scoort goed op mest. De mest van het dier valt verspreid op het land en komt in de kringloop terecht. Er is geen sprake van overbemesting of een mestoverschot.  

In Nederland worden sommige dieren gekweekt en als ‘wild’ verkocht.

Dierenwelzijnsaspecten wild

Kweekwild

In Nederland worden konijnen, eenden, duiven en ganzen gekweekt en als ‘wild’ verkocht. Volgens de Dierenbescherming kennen de dieren in de konijnen- en eendenfokkerij de nodige welzijnsproblemen. Er komen pootproblemen voor door het dunne draadgaas waar de dieren op zitten, en ze kunnen geen natuurlijk gedrag vertonen, zoals knagen en graven (konijnen) en zwemmen en poetsen (eenden).

Vrij wild

Als het goed is, komen de bejaagde dieren vrijwel stress- en pijnloos aan hun eind. Jagers zijn er op getraind dieren op slag te doden. Het is niet bekend in hoeverre dit in de praktijk ook lukt. Volgens de Dierenbescherming zijn bij de jacht voor recreatieve doeleinden dieren vaak niet direct dood. Door onervarenheid of jagen bij schemer worden dieren niet goed geraakt. De dieren lijden dan onnodig veel pijn.

Wildconsumptie

Jaarlijks wordt zo’n twaalf miljoen kilo aan wild gegeten in Nederland, dat is nog geen één procent van de totale vleesconsumptie. Slechts vijf procent hiervan komt uit eigen land. Het gaat dan om duif, eend, fazant, gans, haas, damhert, edelhert, konijn, moeflon en ree.

Eenderde van het wild is afkomstig uit Europa. Naast het Nederlandse wild gaat het om eland, gems, fazant, houtsnip, patrijs, wilde gans. De rest (60 procent) is afkomstig uit landen als Argentinië en Chili, Zuid- Afrika en Nieuw- Zeeland. Buitenlands wild komt over het algemeen diepgevroren naar Nederland.

Wild is een relatief begrip: kangoeroevlees is daadwerkelijk afkomstig van wilde kangoeroes uit Australië, maar de struisvogels uit Afrika leven vaak op grote boerderijen en ook het bizonvlees is afkomstig van fokprogramma’s in de Verenigde Staten en Canada.

Specifiek beleid

Flora en Faunawet

De Flora- en Faunawet stelt sinds april 2002 de kaders voor jacht, beheer en schadebestrijding. Gewerkt wordt volgens het principe van planmatig beheer. Recente wijzigingen in de Flora- en Faunawet hebben tot gevolg gehad dat het ‘nee, tenzij principe’ steeds meer aan uitholling bloot staat. De discussie over jacht op en afschot van ganzen en vossen vormt daarvan een belangrijke illustratie.

Jachtakte

De vrije jacht is in Nederland verboden. Slechts een jachtvergunning of jachtakte geeft toestemming tot jacht. Voor het verkrijgen van de jachtakte is het jachtdiploma verplicht. Als er zonder deze papieren gejaagd wordt, is er sprake van stropen.

Standpunten wildvlees

Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging

wild_jager.jpg

Volgens de jagersvereniging heeft de jacht mede tot taak het wild en de groene ruimte waarin het wild leeft in stand te houden. Het jachtbedrijf is voor een belangrijk deel toegespitst op actief natuurbeheer. De moderne jager is vóór alles een wildkenner en faunabeschermer.

Jagers jagen in het jachtseizoen op vijf wildsoorten: konijn, haas, fazant, wilde eend en houtduif. Verder worden ze ook ingeschakeld voor het beheer van grote hoefdieren, zoals reeën, edelherten, damherten en wilde zwijnen. Jagers helpen ook bij (dreigende) landbouwschade. Dit kan veroorzaakt worden door de wildsoorten, maar ook door dieren die in principe gedurende het hele jaar beschermd zijn, zoals knobbelzwanen, meerkoeten en ganzen. Meer informatie: www.jagersvereniging.nl

Sommige dieren in de konijnen- en eendenfokkerij kennen de nodige welzijnsproblemen en kunnen geen natuurlijk gedrag vertonen.

Dierenbescherming

De Dierenbescherming wijst jacht voor recreatieve doeleinden af. Jacht is in strijd met de erkenning van de eigenwaarde van dieren. Het doodschieten van dieren is alleen gerechtvaardigd als er een dringende noodzaak is en er geen alternatieven zijn. Volgens de Dierenbescherming doden jagers echter ook de natuurlijke vijanden van de bejaagde soorten, zoals de vos. Jacht verstoort de natuurlijke regulering van de dierpopulaties, evenals familie- en groepsverbanden. Ieder dier is nuttig als element in het totale ecosysteem, in zo'n systeem is geen overschot. Meer informatie: Dierenbescherming

Natuurmonumenten

Sinds 1979 voert Natuurmonumenten voor de jacht in haar gebieden een ‘Nee, tenzij’- beleid. De redenen voor afschot zijn het voorkomen van onaanvaardbare (ecologische) schade aan de terreindoelstellingen, het voorkomen van belangrijke financiële schade bij derden, het bestrijden van exoten die het ecosysteem verstoren, beheer van grofwild op de Veluwe en uit hun lijden verlossen van dieren.

Het afschieten van wild gebeurt meestal door eigen personeel. Alle geschoten wilde zwijnen, edelherten en damherten op de Veluwe blijven achter als karkas, zo wordt de natuurlijke kringloop in stand gehouden. Natuurmonumenten verkoopt geen wild maar het is aan de jachtaktehouders in gebieden van Natuurmonumenten vrij om te kiezen wat ze met het geschoten wild doen. Meer informatie: Natuurmonumenten.  

Meer informatie

  • Voor meer informatie per vleessoort zie Wildplaza
Terug naar boven