Klimadaptatie
Het klimaat verandert, ook in Nederland. Het weer wordt extremer: meer hitte, meer droogte en meer extreme neerslag. Als je je voorbereidt op een veranderend klimaat heb je minder last van de gevolgen. Dit noemen we klimaatadaptatie.

Van nature komen er broeikasgassen zoals CO2 voor in de atmosfeer. Dat is maar goed ook, want anders zou het op aarde veel kouder zijn. Broeikasgassen zorgen er namelijk voor dat de warmte van de zon wordt vastgehouden.
Onderwerpen

Waarom warmt de aarde eigenlijk op, en wat zijn de gevolgen voor Nederland?
Zonder broeikasgassen zou het hier gemiddeld -18 graden Celsius zijn. Door de broeikasgassen is het gemiddeld 15 graden Celsius. Daardoor is het leven op aarde zoals we dat nu kennen, mogelijk.
De laatste 250 jaar zijn er veel meer broeikasgassen in de atmosfeer gekomen. Die houden extra warmte vast, waardoor sinds 140 jaar de temperatuur stijgt. Wetenschappers noemen dit het ‘versterkte broeikaseffect’. De meeste mensen hebben het gewoon over ‘het broeikaseffect’ als ze over de opwarming van de aarde praten. Maar eigenlijk bedoelen ze dan het extra broeikaseffect.
De mens is de belangrijkste oorzaak van de opwarming van de aarde. Sinds de industriële revolutie stoten we steeds meer broeikasgassen uit. We gebruiken fossiele brandstoffen in fabrieken, energiecentrales, om ons huis te verwarmen en voor vervoer. We kappen op grote schaal bossen waarbij CO2 vrijkomt. En we houden steeds meer koeien, schapen en geiten voor vlees en zuivel. Door al deze activiteiten zit er nu 40 procent meer CO2 in de lucht dan 250 jaar geleden.
Door de opwarming van de aarde verandert ons klimaat. Dat heeft allerlei gevolgen: de zeespiegel stijgt bijvoorbeeld, het weer wordt extremer (hevige regenbuien, meer hittegolven), en sommige delen van de aarde worden droger. Op de pagina Klimaatverandering lees je hier meer over.
De belangrijkste broeikasgassen zijn CO2, methaan (CH4), lachgas en waterdamp.
CO2 is de afkorting van koolstofdioxide. Het wordt ook wel koolzuurgas genoemd. De twee belangrijkste bronnen van CO2 zijn fossiele brandstoffen en verandering van landgebruik.
Heel lang geleden - in vroege geologische tijdperken - is koolstofdioxide vastgelegd door bomen en andere organismen. Daaruit zijn uiteindelijk fossiele brandstoffen (aardolie, steenkolen, aardgas) gevormd. Bij het verbranden van deze fossiele brandstoffen komt de CO2 weer vrij.
Naast de uitstoot door fossiele brandstoffen zorgt verandering van landgebruik ook voor CO2 emissies. Er vindt ontbossing plaats om bijvoorbeeld ruimte te maken voor landbouwgrond. Hierbij komt de CO2 die in het hout is vastgelegd in de lucht terecht. Ook veengronden kunnen CO2 laten ontsnappen wanneer deze droogvallen. Dit komt omdat veengronden grote hoeveelheden plantenresten bevatten, die omgezet kunnen worden in CO2 als het waterpeil te ver zakt.
Methaan (CH4) komt vooral vrij bij de veeteelt. Koeien, schapen en geiten produceren methaan bij het verteren van voedsel. Die methaan komt via hun adem, boeren en scheten in de lucht. Verder komt er methaan vrij bij het verbouwen van rijst en uit afvalstortplaatsen. Methaan is een sterk broeikasgas: 1 kilo methaan heeft hetzelfde effect als 28 kilo CO2.
Lachgas (N2O, distikstofoxide) komt vooral vrij uit grond die bemest is met kunstmest of dierlijke mest. Lachgas is een zeer sterk broeikasgas: 1 kilo lachgas heeft hetzelfde effect als 265 kilo CO2.
Waterdamp is ook een broeikasgas. Door de opwarming van de aarde wordt de lucht warmer, en warme lucht kan meer waterdamp bevatten. Omdat waterdamp een broeikasgas is, zorgt die extra waterdamp in de lucht voor meer opwarming, waardoor de lucht nog meer waterdamp kan bevatten, waardoor de aarde nog verder opwarmt enzovoort. Zo versterkt het broeikaseffect van waterdamp zichzelf. Mensen kunnen niets doen of laten om de hoeveelheid waterdamp in de lucht te sturen.
Fluorgassen zijn de sterkste broeikasgassen op aarde: ze kunnen duizenden keren zoveel opwarming veroorzaken als CO2. Bekende fluorgassen zijn HFK’s en PFK’s die kunnen voorkomen in onder andere spuitbussen, airco’s en koelkasten. Het krachtigste fluorgas is SF6, dat wordt gebruikt als isolatiegas in het elektriciteitsnet. SF6 veroorzaakt 22.800 keer zoveel opwarming als CO2.
Vorige eeuw zijn afspraken gemaakt om te voorkomen dat dit soort sterke broeikasgassen vrijkomen. Toch eindigen fluorgassen nog in de lucht, bijvoorbeeld als koelkasten en airco’s niet goed worden afgedankt. Om te voorkomen dat fluorgassen weglekken ontwikkelen overheden steeds strengere regels.
Om het effect van al deze broeikasgassen mee te nemen, worden deze uitgedrukt in CO2-equivalenten of 'CO2-eq'. In berekeningen van Kenniscentrum Duurzaam Leven gebruiken we CO2-equivalenten, maar om het makkelijker leesbaar te maken schrijft Kenniscentrum Duurzaam Leven meestal 'CO2-uitstoot' en CO2.
Van alle broeikasgassen die de mens uitstoot, is CO2 het belangrijkst. Ruim de helft van het versterkte broeikaseffect wordt veroorzaakt door CO2. Methaan staat met 16% op de tweede plaats. Waterdamp is ook een belangrijk broeikasgas, maar de mens brengt dit niet zelf in de lucht.
Je keuzes hebben invloed op de hoeveelheid broeikasgassen die je uitstoot
Laatst gewijzigd: 24 juni 2026
Pagina delen
Het klimaat verandert, ook in Nederland. Het weer wordt extremer: meer hitte, meer droogte en meer extreme neerslag. Als je je voorbereidt op een veranderend klimaat heb je minder last van de gevolgen. Dit noemen we klimaatadaptatie.

Hoeveel broeikasgas stoot jouw huishouden precies uit? Kenniscentrum Duurzaam Leven rekent het je voor! Een huishouden stoot jaarlijks gemiddeld 16.500 kilo CO2 uit. De keuzes die je maakt voor je huis, vervoer, kleding, spullen en voeding hebben impact op je CO2-uitstoot.

Stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) zijn schadelijk voor de natuur als er te veel van in de bodem of het water terechtkomt. Planten als bramen, brandnetels en gras gaan er harder door groeien en overwoekeren andere planten. Daardoor verdwijnen ook insecten, vlinders en vogels. Stikstofdeeltjes inademen kan bovendien slecht zijn voor de gezondheid.

Alles wat leeft heeft zijn eigen rol in de natuur: van plant tot dier, van schimmel tot bacterie. Biodiversiteit beschrijft de rijkdom van het leven op aarde, die helaas zorgelijk snel achteruit gaat. Door planten, dieren en ecosystemen te helpen herstellen kunnen gebieden beter tegen verstoringen zoals plagen en hevige buien. Kenniscentrum Duurzaam Leven legt uit hoe dit zit en wat je zelf kunt doen.
