De belangrijkste broeikasgassen zijn CO2, methaan (CH4), lachgas en waterdamp.
CO2 is de afkorting van koolstofdioxide. Het wordt ook wel koolzuurgas genoemd. De twee belangrijkste bronnen van CO2 zijn fossiele brandstoffen en verandering van landgebruik.
Heel lang geleden - in vroege geologische tijdperken - is koolstofdioxide vastgelegd door bomen en andere organismen. Daaruit zijn uiteindelijk fossiele brandstoffen (aardolie, steenkolen, aardgas) gevormd. Bij het verbranden van deze fossiele brandstoffen komt de CO2 weer vrij.
Naast de uitstoot door fossiele brandstoffen zorgt verandering van landgebruik ook voor CO2 emissies. Er vindt ontbossing plaats om bijvoorbeeld ruimte te maken voor landbouwgrond. Hierbij komt de CO2 die in het hout is vastgelegd in de lucht terecht. Ook veengronden kunnen CO2 laten ontsnappen wanneer deze droogvallen. Dit komt omdat veengronden grote hoeveelheden plantenresten bevatten, die omgezet kunnen worden in CO2 als het waterpeil te ver zakt.
Methaan (CH4) komt vooral vrij bij de veeteelt. Koeien, schapen en geiten produceren methaan bij het verteren van voedsel. Die methaan komt via hun adem, boeren en scheten in de lucht. Verder komt er methaan vrij bij het verbouwen van rijst en uit afvalstortplaatsen. Methaan is een sterk broeikasgas: 1 kilo methaan heeft hetzelfde effect als 28 kilo CO2.
Lachgas (N2O, distikstofoxide) komt vooral vrij uit grond die bemest is met kunstmest of dierlijke mest. Lachgas is een zeer sterk broeikasgas: 1 kilo lachgas heeft hetzelfde effect als 265 kilo CO2.
Waterdamp is ook een broeikasgas. Door de opwarming van de aarde wordt de lucht warmer, en warme lucht kan meer waterdamp bevatten. Omdat waterdamp een broeikasgas is, zorgt die extra waterdamp in de lucht voor meer opwarming, waardoor de lucht nog meer waterdamp kan bevatten, waardoor de aarde nog verder opwarmt enzovoort. Zo versterkt het broeikaseffect van waterdamp zichzelf. Mensen kunnen niets doen of laten om de hoeveelheid waterdamp in de lucht te sturen.
Fluorgassen zijn de sterkste broeikasgassen op aarde: ze kunnen duizenden keren zoveel opwarming veroorzaken als CO2. Bekende fluorgassen zijn HFK’s en PFK’s die kunnen voorkomen in onder andere spuitbussen, airco’s en koelkasten. Het krachtigste fluorgas is SF6, dat wordt gebruikt als isolatiegas in het elektriciteitsnet. SF6 veroorzaakt 22.800 keer zoveel opwarming als CO2.
Vorige eeuw zijn afspraken gemaakt om te voorkomen dat dit soort sterke broeikasgassen vrijkomen. Toch eindigen fluorgassen nog in de lucht, bijvoorbeeld als koelkasten en airco’s niet goed worden afgedankt. Om te voorkomen dat fluorgassen weglekken ontwikkelen overheden steeds strengere regels.
Om het effect van al deze broeikasgassen mee te nemen, worden deze uitgedrukt in CO2-equivalenten of 'CO2-eq'. In berekeningen van Milieu Centraal gebruiken we CO2-equivalenten, maar om het makkelijker leesbaar te maken schrijft Milieu Centraal meestal 'CO2-uitstoot' en CO2.