Praktisch over duurzaam

Schoonmaaktips

Schoonmaken is goed voor het onderhoud van je spullen en voor de hygiëne in huis. In de winkel vind je voor elk schoonmaakklusje wel een speciaal middel. Maar als je regelmatig schoonmaakt, kom je een heel eind met water, allesreiniger en een doekje of borstel.

bigstock-Male-Cleaning-Service-44443969-400x300.jpg

De belangrijkste richtlijnen voor milieuvriendelijk schoonmaken zijn: niet teveel warm water gebruiken, schoonmaakmiddelen goed doseren, en producten met vluchtige organische stoffen (zoals bepaalde spuitbussen en glasreinigers) vermijden.

Tips

  • 1

    Chloor is niet nodig om je toilet te reinigen. Regelmatig goed schoonmaken is voldoende.

  • 2

    Hardnekkige kalkaanslag kun je goed verwijderen met schoonmaakazijn.

  • 3

    Spoel schoonmaakmiddelen altijd door de afvoer. Gooi sop nooit buiten op straat of in je tuin.

  • 4

    Let bij (af)wasmiddelen goed op de dosering: je gebruikt al snel te veel.

  • 5

    Ramen en spiegels kun je uitstekend schoonmaken met water en een beetje afwasmiddel.

  • 6

    Meng schoonmaakmiddelen nooit, dan kunnen schadelijke gassen ontstaan.

  • 7

    Keurmerken als het Europees Ecolabel garanderen dat ze het milieu zo weinig mogelijk belasten.

Milieubelasting

Voor de productie van schoonmaakmiddelen zijn grondstoffen en energie nodig. Na gebruik kunnen ze het oppervlaktewater vervuilen. Schadelijke stoffen blijven achter in het rioolslib van waterzuiveringsinstallaties. Bovendien draagt de verpakking van schoonmaakmiddelen bij aan de afvalberg.

Grondstoffen

Schoonmaakmiddelen moeten geproduceerd worden. Dit kost grondstoffen. Vroeger was de meest gebruikte wasactieve stof zeep. Zeep ontstaat door dierlijke- of plantaardige vetten (afkomstig van talgolie, palmolie of kokosolie) te koken met natronloog of kaliloog. Sinds de jaren zestig worden wasactieve stoffen gesynthetiseerd uit aardolie.

Het is niet te zeggen of een schoonmaakmiddel op basis van plantaardige grondstoffen beter is voor het milieu dan een product op basis van aardolie. Hetzelfde geldt voor zeep. Gebruik van verschillende grondstoffen veroorzaakt namelijk verschillende soorten milieubelasting. Plantaardige grondstoffen (bijvoorbeeld kokosolie of palmolie) raken niet op, in tegenstelling tot aardolie. Het opmaken van aardolie zorgt bovendien op den duur voor extra CO2 in de atmosfeer, bij plantaardige grondstoffen wordt die CO2 door de planten weer uit de lucht gehaald en vastgelegd in biomassa. Aan de andere kant kent het telen van plantaardige grondstoffen ook milieubelasting. Zo is er landbouwgrond nodig, water, bestrijdingsmiddelen en kunstmest, en kan de aanleg van plantages voor plantaardige grondstoffen zoals palmolie gepaard gaan met ontbossing.

Schadelijke stoffen

Schoonmaakmiddelen zijn geen probleem in de rioolwaterzuivering. Maar het verwijderen ervan kost wel energie, en het lukt niet om alles eruit te halen. De rioolwaterzuivering ontlasten heeft dus een milieuvoordeel:
• Volg het doseeradvies, maar kijk ook of je met minder schoonmaak- of wasmiddel toe kan. Bij wasmiddelen is dit bijvoorbeeld afhankelijk van hoe vuil de was is, de waterhardheid in je gemeente en de belading van de machine.
• En soms kan het zelfs nog minder dan de aanbevolen hoeveelheid. Niet al te vervuild wasgoed bijvoorbeeld blijkt zelfs met alleen water al redelijk schoon te worden.

Een milieukeurmerk (dat goed scoort op milieu in de Keurmerkenwijzer van Milieu Centraal) op een schoonmaakmiddel is een garantie dat het product geen schadelijke stoffen bevat. Ook kun je producten met een waarschuwing dat het giftig of schadelijk is voor in het water levende organismen, beter vermijden. Ook producten waar het gevaarlogo met de dode vis en dode boom op staat, kun je beter niet kopen en gebruiken. 

Warm water

Je zou het misschien niet bedenken, maar de belangrijkste milieubelasting van schoonmaken is: het gebruik van warm water. Tenminste, als daarvoor fossiele brandstoffen zijn verbrand en dus CO2 is uitgestoten. Water dat is verwarmd door een zonneboiler, heeft dat milieunadeel niet.

Een hygiënische keuken

Ook in de keuken zijn speciale schoonmaakmiddelen niet nodig. Als je eten kookt, maak je werkvlak dan na gebruik snel schoon. Spoel het aanrecht na met water en droog dit goed. Houd rauw en gekookt voedsel altijd gescheiden. Gebruik hiervoor ook niet dezelfde snijplank of hetzelfde mes.

Luchtvervuiling door schoonmaakmiddelen

Oplosmiddelen en drijfgassen zijn vluchtige organische stoffen (VOS). Deze dragen bij aan smogvorming. Oplosmiddelen zitten in vlekkenmiddelen, glasreinigers, ruitenwisservloeistof en sommige onderhoudsmiddelen. Vermijd spuitbussen met vluchtige organische stoffen als drijfgas. Het gaat dan om propaan en (iso)butaan. Vermijd ook spuitbussen met lachgas (distikstofoxide). Dat is een broeikasgas, ruim 250 keer sterker dan CO2.

Ramen schoonmaken

Glasreinigers en spiritus bevatten veel oplosmiddelen die bijdragen aan luchtvervuiling. Je hebt ze meestal niet nodig. Ramen en spiegels worden goed schoon met water en een beetje afwasmiddel. Ben je bang voor strepen? Zeem het glas na met water en azijn.

Slecht voor je gezondheid?

Vluchtige oplosmiddelen kunnen je luchtwegen irriteren. Sommige parfums en conserveermiddelen in schoonmaakproducten kunnen tot allergische reacties leiden bij mensen die daar gevoelig voor zijn. Vaatwasmiddelen, toiletreinigers, chloorbleekmiddel, gootsteenontstoppers en ovenreinigers kunnen irriterend of zelfs bijtend zijn voor je huid.

Denk aan de dosering

Let vooral bij compacte wasmiddelen op dat je niet te veel gebruikt: het milieuvoordeel is juist dat je van deze middelen minder hoeft te gebruiken.

Gootsteen ontstoppen

Leg een zeefje in je gootsteen, dan heb je geen gootsteenontstopper nodig. Raakt je afvoer toch verstopt, probeer dit dan eerst op te lossen met een rubberen gootsteenontstopper. Of maak de zwanenhals los om de oorzaak te verwijderen. Gebruik liever geen chemische ontstopper, die is bijtend voor de huid. Gebruik je het wel, volg dan goed de gebruiksaanwijzing. 

Beperk je afval

Hoe minder schoonmaakmiddelen je gebruikt, hoe minder verpakkingsafval er overblijft. Kies daarom zoveel mogelijk voor navulverpakkingen en compacte (was)middelen; die verbruiken minder verpakkingsmateriaal en minder chemicaliën. Sommige winkels en leveranciers bieden de mogelijkheid om lege flessen zelf opnieuw te vullen.

Kijk op de afvalscheidingswijzer hoe je een lege verpakking van schoonmaakmiddelen het beste kunt afdanken. Niet elke plastic fles mag namelijk in de plasticinzameling. Ook zijn er regels voor wat je het beste met restanten kunt doen. Huishoudelijke reinigingsmiddelen belanden bij normaal gebruik ook in het riool (denk aan wasmiddelen, of een sopje). Het beste is natuurlijk om de middelen op te gebruiken, maar als dat niet kan: een restant (circa een tiende) van wasmiddelen, allesreiniger, wasverzachter, sanitairreiniger, wc-reiniger (behalve chloorbleek), afwasmiddel, schuurmiddelen en glasreiniger mag door de gootsteen gespoeld worden, als daarmee de verpakking gerecycled kan worden. Maar restanten van agressieve schoonmaakmiddelen als chloor, ammonia en gootsteenontstopper kun je het beste met verpakking en al bij het restafval gooien. 

Meer schoonmaaktips vind je bij de Consumentenbond en de Nederlandse Vereniging van Zeepfabrikanten. Op de website van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit kun je terecht voor informatie over wetten en regels rond schoonmaakmiddelen.

Terug naar boven

Deze site gebruikt alleen cookies om te meten, je bezoek is dus anoniem.