
Omgaan met plagen in de tuin
Bladluizen, slakken en andere beestjes horen bij de natuur en dus ook een beetje bij jouw tuin. Zolang je er geen last van hebt, hoef je ze dus niet te bestrijden. Heb je toch overlast? Bekijk dan deze tips.
Ontdek test en tools die je stap voor stap helpen verduurzamen.
Mollen houden met hun gegraaf en gewoel de grond gezond, maar kunnen in korte tijd ook schade veroorzaken aan je gazon. Heb jij toch veel last van een mol in je tuin? Lees hoe je je tuin minder aantrekkelijk voor ze maakt en hoe je molshopen kunt camoufleren.

Als mollen nieuwe gangen graven, verplaatsen ze met hun sterke voorpoten de aarde. Daardoor ontstaan er gaten en hopen in je tuin. Het omwoelen van grond is goed voor de afwatering en het bodemleven. Het beestje helpt je ook om plagen in toom te houden: een mol smult van insecten als aardrupsen en emelten (larven van langpootmuggen), en eet ook jonge muizen.
Worden de molshopen toch te veel, dan zijn er manieren om je tuin minder aantrekkelijk te maken voor mollen.
01
Omarm dit nuttige dier voor je tuin. Molshopen haal je makkelijk weg door de aarde van een verse molshoop over het gazon te verspreiden met een hark. Zo kan het gras rustig doorgroeien. Door graszaad te zaaien op de plek waar de molshoop was, zorg je dat je tuin er mooi uit blijft zien.
02
Laat (een deel van) het gras lang groeien of leg een bloemenweide aan. Zo verberg je de molshopen én geniet je van meer biodiversiteit in je tuin. Lees meer over hoe je je grasveld levendig houdt.
03
Maak je tuin onaantrekkelijk voor mollen: plant bomen aan. Mollen zijn sterk maar kunnen niet door boomwortels graven. Ze vinden zo minder snel de weg naar jouw tuin.
04
Om mollen in je gazon te voorkomen, kun je een mollennet ingraven.
05
Gebruik nooit zelf gif om een mol te doden. Alleen professionele bedrijven mogen chemische bestrijdingsmiddelen inzetten tegen mollen.
06
Middelen met explosief gas als zwavelpatronen, carbid en de Rodenator zijn verboden, tenzij de provincie, op aanvraag, toestemming geeft.
Naast mollen graven ook woelratten ondergrondse gangen met de bijbehorende hopen in het gazon. Het maakt voor de bestrijding weinig verschil, maar toch kan het handig zijn om te weten of je last hebt van een mol of woelrat. Woelratten kunnen namelijk schade toebrengen aan de wortels van je planten en moestuin. Mollen laten je planten met rust en smullen juist van insecten en babymuizen.
Deskundigen zien aan de hoop en de schade aan planten of het om woelratten of mollen gaat. Schakel een professionele bestrijder in voor hulp als je zeker wilt weten welk dier onder de grond zit. Hier zijn wel kosten aan verbonden. Woon je in een gemeente met een uitgebreide serviceovereenkomst met het Kenniscentrum Dierplagen (KAD)? Dan is het in sommige gevallen gratis om te bepalen of het om een mol of woelrat gaat. Check of jouw gemeente een overeenkomst met het KAD heeftopen_in_new.

Een mol leeft het liefst in een gazon met alleen maar gras. Mollen bezoeken je tuin minder snel als je verschillende soorten planten en bomen plant in plaats van alleen gras. Boomwortels zijn mooie obstakels voor de mol.
Je kunt mollen ook effectief uit je tuin weren door een mollennet verticaal in te graven tot een diepte van 70 cm aan de randen van het gazon. Je kunt een mollennet ook horizontaal onder het hele gazon ingraven. Dat doe je dan op 25 cm diepte.
Meestal is er geen sprake van een mollenplaag: mollen zijn solitaire dieren en er leeft er gemiddeld maar één per tuin. Je kunt zonder veel moeite vreedzaam samenleven met de mol in je tuin, door de hopen uit te spreiden of te verbergen achter lang gras en bloemenweiden. De mol woelt je tuin om, eet insecten op en is op die manier een gratis tuinhulp. Lees meer over de molopen_in_new.
Vermijd sticks, korrels en druppels met stank om mollen te verdrijven. Los van het feit dat mollen slecht kunnen ruiken, zijn die middelen niet toegelaten, omdat het effect op het milieu niet onderzocht is. Het is ook niet aangetoond dat deze middelen werken. Sterk ruikende planten als stinkend nieskruid, kruisbladwolfsmelk, wilde knoflook en narcis kunnen wel een aanrader zijn. Ze hebben als voordeel dat ze de mollen mogelijk op een natuurlijke manier afweren, en tegelijk de tuin mooier maken.
Een zogenaamde mollentriller probeert mollen weg te jagen met trillingen. Dat trileffect kan ook worden veroorzaakt door glazen flessen of potten te begraven met de opening naar boven. Maar het is niet aangetoond dat trillende objecten of apparaten mollen uit je tuin kunnen houden.
Een mollenvanger (kunststof mollenkoker of vangbuis) lijkt een diervriendelijke optie omdat de mol blijft leven. Maar gevangen mollen sterven vaak door de stress tijdens het vangen of omdat ze op de verkeerde plek worden losgelaten. Als een mol op het territorium van een andere mol komt, vechten ze met elkaar tot de dood. De meest diervriendelijke optie is dan ook om met deze nuttige beestjes te leren leven.
Als je het doden van de mol echt het laatste redmiddel vindt, kies dan voor een schaarklem. Plaats die in een diepe gang waar de mol actief is. Dat is te zien aan de verse molshopen. Sommige katten blijken ook uitstekende mollenvangers.
Bedenk wel dat een nieuwe mol de plek in kan nemen van een gedode mol. Deze nieuwkomer graaft mogelijk weer een heel nieuw gangenstelsel. Hierdoor kun je uiteindelijk juist meer hopen in je tuin krijgen in plaats van minder.
Erkende bestrijders overleggen eerst welke maatregelen zinvol zijn om mollenoverlast te voorkomen. Daarna zetten ze vallen en klemmen in. Ze gebruiken alleen gif als laatste redmiddel. Alleen professionele bedrijven met een vergunning voor mollen- en woelrattenbestrijding mogen dit gif gebruiken. Het gebruikte gif zit in tabletten die in de diepe gangen overgaan in voor mollen dodelijk gas. Het gebruik is dieronvriendelijk, omdat getroffen dieren een langzame en pijnlijke dood sterven.
Laatst gewijzigd: 24 juni 2026

Bladluizen, slakken en andere beestjes horen bij de natuur en dus ook een beetje bij jouw tuin. Zolang je er geen last van hebt, hoef je ze dus niet te bestrijden. Heb je toch overlast? Bekijk dan deze tips.

Een tuin vol leven is niet alleen leuk om naar te kijken, maar ook nuttig. Vogels, egels en allerlei insecten helpen je tuin gezond en vrij van plagen te houden. Milieu Centraal geeft tips om jouw tuin gastvrij te maken voor insecten, vogels en andere dieren.

Alles wat leeft heeft zijn eigen rol in de natuur: van plant tot dier, van schimmel tot bacterie. Biodiversiteit beschrijft de rijkdom van het leven op aarde, die helaas zorgelijk snel achteruit gaat. Door planten, dieren en ecosystemen te helpen herstellen kunnen gebieden beter tegen verstoringen zoals plagen en hevige buien. Milieu Centraal legt uit hoe dit zit en wat je zelf kunt doen.

Lukt het echt niet om ongedierte, onkruid of schimmel op een milieuvriendelijke manier weg te krijgen? Dan kun je gebruikmaken van bestrijdingsmiddelen. Omdat bestrijdingsmiddelen giftig zijn, zitten er risico’s aan voor mens, dier en milieu. Lees op deze pagina waar je op moet letten als je bestrijdingsmiddelen inzet, zodat mensen, planten en dieren (vooral insecten) geen gevaar lopen.