Een elektrische barbecue moet gemaakt worden. Bij de productie komen broeikasgassen en schadelijke stoffen vrij. Maar tijdens het grillen in de tuin ontstaat er weinig rook en andere schadelijke stoffen. Daarom geeft elektrisch barbecueën nauwelijks overlast voor je gasten en buren, en ook niet voor de natuur.
De grillplaat moet eerst op temperatuur komen voordat je er iets op legt. Dat kan even duren. Daarna kun je de temperatuur van een elektrische barbecue goed regelen, dat bespaart energie. En als je de barbecue uitzet als iedereen zit te eten, bespaar je ook elektriciteit.
Gas levert tijdens het gebruik van de barbecue broeikasgas op. Gasbarbecues zijn geschikt voor butaan- of propaangas. Gas is een goede keuze, omdat het schoon brandt (geen rook) en nauwelijks luchtvervuilende stoffen geeft.
Barbecueën op gas is eenvoudig. Het gas is makkelijk aan te steken en de barbecue is snel klaar voor gebruik. Bovendien kun je de barbecue uitschakelen als iedereen aan het eten is - dat scheelt brandstof. Bij een barbecuemaaltijd die 1,5 uur duurt, zal 0,5 tot 1,2 kg gas nodig zijn. Butaan- en propaangas zijn in tankjes of flessen te koop, met of zonder statiegeld.