Er staan in Nederland 13 afvalenergiecentrales (aec's). Restafval gaat naar zo'n centrale en wordt daar verbrand. Dat levert stroom en warmte op. Bij verbranding ontstaan rookgassen die worden gezuiverd voordat ze de schoorsteen uitgaan. Na de verbranding wordt het metaal uit de as gehaald met magneten en wervelstromen.
De 13 afvalenergiecentrales produceerden in 2015 ruim 3,5 miljard kWh elektriciteit en 21,3 Petajoule warmte. Zo'n 80 procent van de elektriciteit kan aan het stroomnet geleverd worden, dat is genoeg om ruim 750.000 huishoudens van stroom te voorzien. De warmte gaat naar huizen, kassen en industrie in de omgeving van de centrales. Na het verbranden van huisvuil blijven asresten en slakken over. Dit wordt deels gebruikt als vulmiddel voor asfalt.
Minder dan 1 procent van het huishoudelijk afval gaat naar een stortplaats (vuilnisbelt). Dat is vooral bouw- en sloopafval dat niet gerecycled kan worden.
Stortplaatsen worden gesloten als ze vol zijn. Ze moeten dan nog lange tijd gecontroleerd worden om te zorgen dat er geen schadelijke stoffen uit weglekken.
Een van de redenen dat we afval liever niet storten, is dat er methaan (stortgas) vrijkomt uit stortplaatsen (vooral uit organisch afval zoals groente, fruit en tuinafval). Methaan is een sterk broeikasgas. Gft-afval mag daarom helemaal niet meer gestort worden. Verder wordt stortgas verbrand ('afgefakkeld'), of gebruikt om energie op te wekken.