Duurzamer kiezen door keurmerken
Aan keurmerken kunt u herkennen welke producten duurzaam geproduceerde soja of palmolie bevatten. Het verwarrende is wel dat in sommige producten zonder keurmerk toch duurzaam geteelde palmolie of soja zit.
Soja

Biologisch geteelde soja (met Demeter of EKO-keurmerk) is duurzaam geproduceerd en niet genetisch gemodificeerd. Producten met biologisch geteelde soja zijn verkrijgbaar in natuurvoedingswinkels en supermarkten. (Meer over Demeter en EKO op Keurmerk landbouw.)
Het keurmerk Fairtrade garandeert voldoende inkomen voor de boer en stelt ook milieu-eisen. U herkent Fairtradeproducten aan het logo op de verpakking. (Meer over Fairtrade op Keurmerk tropische producten.)
Sommige fabrikanten gebruiken duurzaam geteelde soja met andere keurmerken zoals Pro Terra en het Braziliaanse EcoSocial keurmerk, maar deze staan niet op de verpakking. Deze keurmerken geven aan dat er milieu-eisen zijn gesteld aan de teelt en dat de soja niet genetisch gemodificeerd is.
Soja met het GMO-vrij certificaat is gangbaar geteeld, maar niet genetisch gemodificeerd. Ook dit staat vaak niet op de verpakking. Sommige fabrikanten geven wel informatie via hun website.
Gemiddeld 4 procent van de soja die in Nederland verwerkt wordt, is tegenwoordig voorzien van een duurzaamheidscertificaat.
Palmolie
Natuurvoedingswinkels verkopen levensmiddelen en schoonmaakproducten waarin biologische palmolie is verwerkt. Producten die zijn gecertificeerd door de RSPO (Roundtable on Sustainable Palm Oil) zijn ook te koop in Nederland, maar u kunt ze moeilijk herkennen: fabrikanten vermelden het RSPO-logo nog niet op de verpakking. Dat gebeurt waarschijnlijk wel vanaf eind 2010.
De RSPO hanteert verschillende systemen voor certificering. Soms kopen fabrikanten certificaten voor een bepaalde hoeveelheid palmolie die duurzaam geproduceerd wordt. Dat is dan niet per se dezelfde olie als die in de producten terechtkomt.
Milieugevolgen van sojateelt
Brazilië, Argentinië en de VS zijn de grootste leveranciers van soja aan Nederland. Kleinere hoeveelheden komen uit Paraguay, Canada en Italië.
Eén van de belangrijkste kenmerken van de sojateelt is de grootschaligheid, vooral van de exportteelten zoals deze plaatsvinden in Brazilië en Argentinië. Vanwege de wereldwijde groei van de vraag naar soja vindt een snelle uitbreiding van de productie plaats.
Landgebruik en uitstoot van broeikasgassen
Weidegebieden en natuurlijke vegetatie (bos en savanne) worden in snel tempo omgezet in soja-akkers. Uitgekochte boeren beginnen in veel gevallen nieuwe bedrijven in maagdelijke bosgebieden. Al deze ontwikkelingen leiden tot een ernstige aantasting van bos, savanne en wetlands in grote delen van Zuid-Amerika.
Als de uitbreiding van de sojateelt onverminderd doorgaat, zal tegen 2020 bijna 22 miljoen hectare savanne en tropisch bos in Brazilië, Bolivia, Paraguay en Argentinië verdwenen zijn. Het WWF heeft berekend dat het verlies beperkt kan blijven tot 3,7 miljoen hectare (een oppervlak ongeveer zo groot als Nederland), als de teelt intensiever, maar wel duurzaam wordt en de milieuregels beter gehandhaafd worden.
Als bos en andere natuurlijke begroeiing wordt omgezet in landbouwgrond, komen grote hoeveelheden broeikasgassen vrij: tot wel 200.000 kg per hectare. Dat komt enerzijds doordat landbouwgebieden veel minder biomassa bevatten. Anderzijds komt organisch materiaal in de bodem door landbouw in aanraking met zuurstof; het gaat dan rotten, en daarbij komt CO2 vrij. Wereldwijd is dit proces een grote bron van broeikasgassen: tot eenvijfde van de totale uitstoot van broeikasgassen die door menselijke activiteiten wordt veroorzaakt.
Bestrijdingsmiddelen
Bij sojateelt worden relatief weinig bestrijdingsmiddelen gebruikt. Maar de hoeveelheid zal waarschijnlijk groeien, door toenemende resistentie van onkruiden en het optreden van nieuwe schimmelziekten. Meer teelt in vochtige, tropische gebieden leidt ook tot een hoger gebruik van schadelijke middelen tegen schimmels en insecten. Vaak gebeurt dit al met vliegtuigen, wegens de grootschaligheid. Daardoor komen bestrijdingsmiddelen ook buiten de akkers terecht en vervuilen ze (drink)water.
Genetische modificatie
In Argentinië is 99 procent van de verbouwde soja genetisch gemodificeerd (GMO-soja), in de VS 91 procent, en in Brazilië 71 procent. Vrijwel alle GMO-soja betreft de zogenaamde 'Roundup-Ready'-soja. Dit gewas is door genetische modificatie immuun gemaakt tegen glyfosaat, een onkruidbestrijdingsmiddel met de merknaam Roundup, dat ingezet wordt tegen alle soorten onkruid. Voordeel is dat alle onkruid in één keer wordt bestreden zonder het gewas te beschadigen.
Na introductie van GMO-soja vermindert aanvankelijk de milieudruk doordat schadelijke herbiciden vervangen worden door het minder schadelijke glyfosaat. Inmiddels blijkt dat in Argentinië telers van GMO-soja twee keer zoveel onkruidbestrijdingsmiddelen (herbiciden) gebruiken als gangbare sojatelers. Oorzaken hiervoor zijn ten eerste het ontbreken van wisselteelt; de soja wordt jaar in jaar uit op hetzelfde stuk grond geteeld. Ten tweede worden door de eenzijdige inzet van glyfosaat, onkruiden hier langzamerhand resistent tegen. Boeren grijpen vervolgens terug op de traditionele, schadelijker middelen om de resistente onkruiden alsnog te bestrijden. Zie ook genetische modificatie.
Milieugevolgen van palmolieproductie
Ongeveer 86 procent van de wereldproductie van palmolie komt uit Maleisië en Indonesië. Daarnaast leveren diverse andere tropische landen palmolie. Meer dan de helft van de invoer van palmolieproducten betreft palmpitmeel bestemd voor de veevoederindustrie. Hiervan komt tweederde uit Maleisië en eenderde uit Indonesië. Hoewel ontbossing in Indonesië en Maleisië meerdere oorzaken kent, is het duidelijk dat uitbreiding van de oliepalmteelt daarin een belangrijke factor is.
Het areaal palmolie beslaat wereldwijd ruim 12 miljoen hectare, en is nog groeiend. Zorgelijk is dat het grootste deel van de geschikte uitbreidingslocaties ligt in gebieden die nu bos zijn, en dat de vraag naar palmolie nog altijd sterk toeneemt.
Onzeker is of de vraag naar biobrandstoffen gaat leiden tot een versnelde groei van de palmolieproductie, en of de productie van duurzame palmolie een rol van betekenis zal gaan spelen.
Palmolieproductie heeft ook een voordeel. Er is veel minder land voor nodig om dezelfde hoeveelheid olie te produceren, dan bij andere olieproducerende gewassen. Dit komt doordat de opbrengst per hectare van de oliepalm zeker zes keer groter is dan die van koolzaad, zonnebloem of soja-olie.
Ontbossing
Gebieden met laaglandregenwoud zijn heel geschikt voor nieuwe oliepalmplantages. Industrie en overheden in Indonesië en Maleisië zeggen dat een groot deel van de plantages in gebieden wordt aangelegd die al gebruikt werden voor houtkap, of waar al andere plantages liggen. Maar milieuorganisaties stellen dat er juist nieuw regenwoud gekapt of verbrand wordt voor de plantages. De ontbossing brengt veel bedreigde dier- en plantensoorten nog verder in het nauw (Aziatische olifant, Sumatraanse tijger, neushoorn).
Watervervuiling
De palmvruchten moeten na de oogst snel worden uitgeperst. Het uitpersen levert behalve ruwe palmolie ook afval op. Vloeibaar afval en uitgeperste palmvruchtresten worden vaak in naburige rivieren geloosd waar het gaat rotten. Dit veroorzaakt zuurstofgebrek met grote vissterfte tot gevolg en zet de lokale voedselvoorziening onder druk.
Kunstmest en bestrijdingsmiddelen
Ratten eten graag oliepalmvruchten. Om ze te bestrijden worden giftige bestrijdingsmiddelen gebruikt die ook andere dieren doden. Volgens de industrie wordt inmiddels op grote schaal gebruik gemaakt van uilen om de ratten te bestrijden. Dit beperkt het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Verder worden middelen gebruikt tegen schimmelziekten en tegen neushoornkevers.
Luchtvervuiling en uitstoot van broeikasgassen
In tijden van droogte is er in zuid-oost Azië ernstige rookoverlast en luchtverontreiniging door verbranding van bos, met name voor de palmolieteelt. In palmoliegebieden komt daar nog bij dat veel plantages worden aangelegd in veengebieden, in veenbodems zitten grote hoeveelheden organisch materiaal opgeslagen. Als ontwaterde veenbodems gaan branden, veroorzaakt dat veel luchtvervuiling en CO2-uitstoot.
Ook als de veenbodems niet verbranden, komt er veel CO2 vrij. Door ontwatering en bodembewerking kan er namelijk zuurstof bij het veen komen, waardoor organisch materiaal gaat rotten; daarbij komt CO2 vrij. Dit moet worden opgeteld bij de hoeveelheid broeikasgassen die al vrijkomt door omzetting van bos en andere begroeiing in landbouwgrond (tot 200.000 kg per hectare).
Sociaal-economische aspecten van sojaproductie
Soja is een belangrijk product voor de economie van een aantal Zuid-Amerikaanse landen, maar de grootschalige productie ervan heeft ook veel negatieve effecten voor de kleine boeren, en voor de lokale bevolking:
-
Lokale kleinschalige voedselproductie en werkgelegenheid verdwijnen doordat gronden van kleine boeren worden opgekocht door grote sojabedrijven. De bevolking is vervolgens afhankelijk van geïmporteerde (dure) producten voor de eigen voedselvoorziening. Dit kan leiden tot voedseltekorten en een eenzijdig dieet.
-
Kleine boeren lijden schade doordat aangrenzende landerijen worden meegenomen tijdens vliegtuigbesproeiingen.
-
Er komt dwangarbeid voor in de sojateelt, omdat arbeiders moeten werken om hun 'voorschotten' terug te kunnen betalen. Het is seizoenswerk en de arbeidsomstandigheden zijn slecht.
-
De leefgebieden van inheemse stammen raken bekneld tussen de enorme soja-akkers, of verdwijnen helemaal. De levenswijze en de voedselvoorziening van deze stammen komt daarmee in gevaar.
Sociaal-economische aspecten van palmolieproductie
Palmolieplantages zijn een bron van werkgelegenheid, en zorgen lokaal voor betere voorzieningen. De lokale bevolking profiteert daar niet altijd van, omdat bedrijven ook personeel van buiten aantrekken. Het aanleggen van palmolieplantages leidt vaak tot conflicten over land als ze worden aangelegd op gronden die traditioneel in gebruik waren bij de plattelandsbevolking. Deze kan hierdoor niet meer voldoende voorzien in haar levensonderhoud. Ook zijn er meldingen van kinderarbeid op palmolieplantages.
Standpunten en meer informatie
Soja
De soja-industrie is op initiatief van het internationale Wereld Natuur Fonds (WWF) in gesprek gegaan met diverse (NGO) organisaties en boeren via de Round Table on Responsible Soy (RTRS). De industrie erkent dat er problemen zijn, en vindt het ook van groot belang dat de sojateelt niet ten koste gaat van het Amazone regenwoud. De industrie wil daarom meewerken aan afspraken die moeten leiden tot een meer duurzamer productie. RTRS-gecertificeerde soja is nog niet verkrijgbaar, omdat nog niet alle schakels van de handelsketen voldoen aan de voorwaarden voor certificering. Zie voor meer informatie www.responsiblesoy.org , of www.vettefeiten.nl.
Sommige NGO’s vrezen dat de RTRS ertoe leidt dat schadelijke praktijken een groen randje krijgen. Ook wijzen zij erop dat RTRS niet inzet op GMO-vrije soja.
De Sojacoalitie is een samenwerkingsverband van acht Nederlandse NGO's. Zij dringen aan op een verantwoorde productie van soja, en wil een discussie over de rol van onze bio-industrie en vleesconsumptie bij deze problematiek. Kijk voor uitgebreide informatie op sojacoalitie.nl.
Palmolie
Voor de palmolie-industrie is Round Table on Sustainable Palm Oil (RSPO) opgericht. RSPO wil ervoor zorgen dat de industrie in de toekomst alleen nog palmolie verwerkt die duurzaam is geproduceerd. Er zijn ruim 400 producenten, verwerkers, banken, detailhandelaren en ngo's (onder meer het WNF) aangesloten bij het RSPO, om afspraken te maken voor duurzame productie. De hoeveelheid gecertificeerd product bedraagt nu ongeveer 5 procent van de totale productie. Zie ook www.vettefeiten.nl.
Milieu-organisaties vinden dat de afspraken lang niet ver genoeg gaan. Ze wijzen op de mogelijkheid dat palmoliebedrijven modelplantages ontwikkelen om het RSPO-certificaat te verwerven, terwijl de rest van hun plantages niet aan die eisen voldoen.
Naar boven