Soja en palmolie komen deels uit tropische gebieden, vaak uit ontwikkelingslanden. De sterk uitbreidende landbouw brengt in een deel van deze landen milieuproblemen en sociale problemen met zich mee.
Soja wordt in Nederland grotendeels gebruikt als veevoeder. Palmolie is als plantaardige olie in een groot aantal producten verwerkt, zowel in voedingsproducten als in cosmetica en schoonmaakproducten.
Soja
Nederland is een belangrijke importeur van soja. Een deel wordt weer verder geëxporteerd. Verreweg het grootste deel is bestemd voor veevoeder, en dus uiteindelijk voor onze vlees- en zuivelconsumptie. Een groot deel van de soja in veevoer is genetisch gemodificeerd.
Palmolie
Palmolie en daarvan gemaakte producten zijn verwerkt in een groot aantal producten zoals margarine, chocola, mayonaise, instant soep, chips, snacks, ijs, maar ook in middelen als zeep, tandpasta, cosmetica en wasmiddelen. Op de etiketten wordt dit aangeduid met 'plantaardige oliën en vetten'.
De oliepalm levert ruwe palmolie, palmpitolie en palmpitmeel. Palmpitmeel zit vooral in veevoeder. Palmolie is voor de Nederlandse industrie een belangrijk product. Na Kuala Lumpur is Rotterdam de grootste handelaar in palmolie.
Soja en het milieu
Brazilië was in 2003 met ruim 50 procent de grootste leverancier van soja aan Nederland. Ook Argentinië en de VS zijn belangrijke leveranciers. Kleinere hoeveelheden komen uit Paraguay, Canada en Italië.
Eén van de belangrijkste kenmerken van de sojateelt is de grootschaligheid, vooral van de exportteelten zoals deze plaatsvinden in Brazilië en Argentinië. Vanwege de wereldwijde groei van de vraag naar soja vindt een snelle uitbreiding van de productie plaats.
Landgebruik
Weidegebieden en natuurlijke vegetatie (bos en savanne) worden in snel tempo omgezet in soja-akkers. Uitgekochte boeren beginnen in veel gevallen nieuwe bedrijven in maagdelijke bosgebieden. Al deze ontwikkelingen leiden tot een ernstige aantasting van bos, savanne en wetlands in grote delen van Zuid-Amerika.
Als de uitbreiding van de sojateelt onverminderd doorgaat, zal tegen 2020 bijna 22 miljoen hectare savanne en tropisch bos in Brazilië, Bolivia, Paraguay en Argentinië verdwenen zijn. Het WWF heeft berekend dat het verlies beperkt zou kunnen blijven tot 3,7 miljoen hectare, als de teelt intensiever, maar wel duurzaam wordt en de milieuregels beter gehandhaafd worden.
Kunstmest en bestrijdingsmiddelen
Het gebruik van bestrijdingsmiddelen bij soja is relatief laag. Wel is de verwachting dat door toenemende resistentie van onkruiden en het optreden van nieuwe schimmelziekten het gebruik van bestrijdingsmiddelen zal toenemen. De uitbreiding in vochtige tropische gebieden leidt tot een hoger gebruik van schadelijke middelen tegen schimmels en insecten. Door de grootschaligheid wordt dit vaak met vliegtuigen gedaan. Hierbij kunnen bestrijdingsmiddelen buiten de akkers terechtkomen en (drink)water vervuilen.
Genetische modificatie
In Argentinië is 98 procent van de verbouwde soja genetisch gemodificeerd (GMO-soja). In Paraguay ongeveer 80 procent en in Brazilië, ondanks de wettelijke beperkingen die er tot voor kort golden, ongeveer 30 procent. Vrijwel alle GMO-soja betreft de zogenaamde 'Roundup-Ready'-soja. Dit gewas is door genetische modificatie immuun gemaakt tegen glyfosaat, een onkruidbestrijdingsmiddel met de merknaam Roundup, dat ingezet wordt tegen alle soorten onkruid. Voordeel is dat alle onkruid in één keer wordt bestreden zonder het gewas te beschadigen.
Na introductie van GMO-soja vermindert aanvankelijk de milieudruk doordat schadelijke herbiciden vervangen worden door het minder schadelijke glyfosaat. Inmiddels blijkt dat in Argentinië telers van GMO-soja twee keer zoveel onkruidbestrijdingsmiddelen (herbiciden) gebruiken als gangbare sojatelers. Oorzaken hiervoor zijn ten eerste het ontbreken van wisselteelt; de soja wordt jaar in jaar uit op hetzelfde stuk grond geteeld. Ten tweede worden door de eenzijdige inzet van glyfosaat, onkruiden hier langzamerhand resistent tegen. Boeren grijpen vervolgens terug op de traditionele, schadelijker middelen om de resistente onkruiden alsnog te bestrijden.
Soja en de sociaal-economische aspecten
Soja is een belangrijk product voor de economie van een aantal Zuid-Amerikaanse landen, maar de grootschalige productie ervan heeft ook veel negatieve effecten voor de kleine boeren, en voor de lokale bevolking:
- Lokale kleinschalige voedselproductie en werkgelegenheid verdwijnen doordat gronden van kleine boeren worden opgekocht door grote sojabedrijven. De bevolking is vervolgens afhankelijk van geïmporteerde (dure) producten voor de eigen voedselvoorziening. Dit kan leiden tot voedseltekorten en een eenzijdig dieet.
- Kleine boeren leiden schade doordat aangrenzende landerijen worden meegenomen tijdens vliegtuigbesproeiingen.
- In 2002 werden in het district Mato Grosso in Brazilië 723 gevallen van slavernij geregistreerd. In werkelijkheid zal het gaan om meer gevallen, want veel gevallen worden niet geregistreerd.
- De leefgebieden van inheemse stammen raken bekneld tussen de enorme soja-akkers, of verdwijnen helemaal. De levenswijze en de voedselvoorziening van deze stammen komt daarmee in gevaar.
Palmolie en het milieu
Ongeveer 55 procent van de palmolie komt uit Maleisië en 41 procent uit Indonesië. Daarnaast leveren Nigeria, Thailand, Ghana, Brazilië en Colombia palmolie. Meer dan de helft van de invoer van palmolieproducten betreft palmpitmeel bestemd voor de veevoederindustrie. Hiervan komt tweederde uit Maleisië en eenderde uit Indonesië. Hoewel ontbossing in Indonesië en Maleisië meerdere oorzaken kent, is het duidelijk dat uitbreiding van de oliepalmteelt daarin een belangrijke factor is.
Het areaal palmolie ligt nu wereldwijd op ca. 3,6 miljoen hectare. Voorspellingen voor de periode 2016 - 2020 gaan uit van uitbreiding naar 4,5 miljoen. Uitbreidingen kunnen plaatsvinden in gebieden waar nu andere plantages (kokos, rubber, cacao) gevestigd zijn, maar kunnen ook ten koste gaan van het regenwoud, zoals plannen van de Indonesische regering voor vestiging van nieuwe plantages op het eiland Borneo aangeven.
Onzeker is of de vraag naar biobrandstoffen gaat leiden tot een versnelde groei van de palmolieproductie, en of de productie van duurzame palmolie een rol van betekenis zal gaan spelen.
Ontbossing
Gebieden met laaglandregenwoud zijn heel geschikt voor nieuwe oliepalmplantages. Industrie en overheden in Indonesië en Maleisië zeggen dat een groot deel van de plantages in gebieden wordt aangelegd die al gebruikt werden voor houtkap, of waar al andere plantages liggen. Maar milieuorganisaties stellen dat er juist nieuw regenwoud gekapt of verbrand wordt voor de plantages. De ontbossing brengt veel bedreigde dier- en plantensoorten nog verder in het nauw (Aziatische olifant, Sumatraanse tijger, neushoorn).
Watervervuiling
De palmvruchten moeten na de oogst snel worden uitgeperst. Het uitpersen levert behalve ruwe palmolie ook afval op. Vloeibaar afval en uitgeperste palmvruchtresten worden vaak in naburige rivieren geloosd waar het gaat rotten. Dit veroorzaakt zuurstofgebrek met grote vissterfte tot gevolg en zet de lokale voedselvoorziening onder druk.
Kunstmest en bestrijdingsmiddelen
Ratten eten graag oliepalmvruchten. Om ze te bestrijden worden giftige bestrijdingsmiddelen gebruikt die ook andere dieren doden. Volgens de industrie wordt inmiddels op grote schaal gebruik gemaakt van uilen om de ratten te bestrijden. Dit beperkt het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Verder worden middelen gebruikt tegen schimmelziekten en tegen neushoornkevers.
Luchtvervuiling
In tijden van droogte is in Zuidoost Azië sprake van ernstige rookoverlast en luchtverontreiniging door verbranding van bos, met name voor de palmolieteelt. Hierbij gaan ook ontwaterde veenbodems branden. Vooral dit laatste leidt tot veel luchtverontreiniging en CO2-uitstoot.
Palmolie en de sociaal-economische aspecten
Palmolieplantages zijn een bron van werkgelegenheid, en zorgen lokaal voor betere voorzieningen. De lokale bevolking profiteert daar niet altijd van, omdat bedrijven ook personeel van buiten aantrekken. Het aanleggen van palmolieplantages leidt vaak tot conflicten over land als ze worden aangelegd op gronden die traditioneel in gebruik waren bij de plattelandsbevolking. Deze kan hierdoor niet meer voldoende voorzien in haar levensonderhoud. Ook zijn er meldingen van kinderarbeid op palmolieplantages.
Keurmerken
Biologisch geteelde soja is duurzaam geproduceerd en niet genetisch gemodificeerd. Producten met biologisch geteelde soja en palmolie zijn verkrijgbaar in natuurvoedingswinkels en supermarkten. Zie voor meer informatie
Keurmerk tropische producten.
Meer informatie en standpunten
- De soja-industrie is op initiatief van het internationale Wereld Natuur Fonds (WWF) in gesprek gegaan met diverse organisaties en boeren via de Round Table on Responsible Soy (RTRS). De industrie erkent dat er problemen zijn en wil afspraken maken over meer duurzamer productie. Sommige organisaties zien daar niet veel in en zijn bang dat de RTRS ertoe leidt dat schadelijke praktijken een groen randje krijgen. Zie www.responsiblesoy.org.
- Een ander initiatief is het Soja Platform Brazilië. Hierin werkt een viertal Braziliaanse organisaties samen, mede financieel ondersteund door Nederlandse organisaties als Stichting Doen, www.doen.nl, en Solidaridad, www.solidaridad.nl. Het doel is de vraag naar 'betere' soja vanuit de handel te stimuleren. Daartoe worden binnenkort door het Platform opgestelde criteria voorgelegd aan de internationale sojahandel.
- De Sojacoalitie is een samenwerkingsverband van acht Nederlandse ngo's. Zij dringen aan op een verantwoorde productie van soja, en wil een discussie over de rol van onze bio-industrie en vleesconsumptie bij deze problematiek. Kijk op www.bothends.org.
- Voor de palmindustrie is Round Table on Sustainable Palm Oil (RSPO) opgericht. Doel van RSPO is dat de industrie in de toekomst alleen nog palmolie verwerkt die duurzaam is geproduceerd. Bij de RSPO zijn bijna 300 producenten, verwerkers, banken, detailhandelaren en ngo's (onder meer het WNF) aangesloten, om afspraken te maken voor duurzame productie. De eerste RSPO-palmolie zal naar verwachting begin 2008 op de markt komen. Milieu-organisaties vinden dat de afspraken lang niet ver genoeg gaan.