De Nederlandse Noordzeevisserijsector is gespecialiseerd in bodemberoerende visserij. Om schade te beperken, gebruikten Nederlandse kotters tijdelijk ook nieuwere technieken zoals de pulskor. De platvis wordt dan met kleine elektrische schokjes het net in gejaagd zodat er geen kettingen over de bodem slepen. In 2019 is op Europees niveau besloten dat pulsvisserij niet meer mag.
Klimaatimpact van visserij
Het grootste deel van de klimaatimpact van vis die per boot naar Nederland komt, zit in het brandstofverbruik van vissersboten. De verwerking en het vervoer naar de winkel per vrachtwagen vragen relatief weinig energie. Het soort vis en hoe hierop gevist wordt, bepaalt in belangrijke mate hoeveel brandstof ervoor nodig is. Visserijmethoden die werken met sleepnetten (trawl¬visserij, zoals boomkorvisserij) gebruiken veel brandstof. De sleepnetten of kettingen op de bodem veroorzaken wrijving en dat kost veel energie. Visserij op vis die in grote scholen zwemt (zoals makreel, haring, ansjovis en sardines) kost veel minder energie.
De omvang van het schip in combinatie met de reis die het schip moet maken bepaalt ook hoeveel brandstof verbruikt wordt. Omdat vis niet lang goed blijft, moeten schepen die langer onderweg zijn ook vriezers aan boord hebben voor koudeopslag van de vis (na verwerking op het schip). Dit kost energie en zorgt daarmee ook voor broeikasgasuitstoot.
Er is ook veel vis die met het vliegtuig naar Nederland komt. Deze vis heeft een veel grotere klimaatimpact. In de winkel kan je helaas niet zien hoe de vis is vervoerd: dit staat niet op het etiket. Verder maakt de soort vis veel verschil: vooral de boomkorvisserij op platvis, de lijnvisserij op zwaardvis en tonijn en de trawlervisserij op garnalen, kreeften en krabben vreten energie. De visserij op vis die in grote scholen zwemt (zoals makreel, haring, ansjovis en sardines) kost veel minder energie.
Kweekvis en het milieu
De vraag naar vis groeit zo hard dat de visvangst het niet meer kan bijbenen. Een oplossing is het kweken van vis. Inmiddels wordt wereldwijd ongeveer de helft van alle vis gekweekt. Bijna 90% van de totale productie van zeedieren wordt door mensen gegeten. De rest wordt door mensen gebruikt voor andere toepassingen zoals productie van vissenvoer en visolie. Vissen, schaal- of schelpdieren kweken gebeurt in gesloten of open kweeksystemen.
Kweekvis in open water
Open kweek vindt plaats in meren, kustwateren en in zee. In de fjorden van Noorwegen wordt bijvoorbeeld zalm gekweekt: een deel van het water is dan afgezet met netten. De milieubelasting van open kweeksystemen zit onder andere in medicijnen (antibiotica), voer, mest, chemicaliën en afval. Dit kan in kuststreken overbemesting en vervuiling veroorzaken. Verder wordt veel kweekvis gevoerd met wilde vis: de vangst hiervan kan leiden tot overbevissing. En ten slotte ontsnappen er vissen uit kwekerijen. Wanneer die zich voortplanten met wilde vissen kunnen de oorspronkelijke vissoorten zwakker worden of verdwijnen.
Wilde zalm of kweekzalm?
Zalm is de meest gegeten vis in Nederland. Je kan wilde zalm en kweekzalm kopen. Wilde zalm zwemt vrij rond, krijgt geen antibiotica en wordt niet overvoerd. Maar de vangst kan tot grote milieuschade leiden door overbevissing en bijvangst van dolfijnen, schildpadden, vissen en haaien.
Kweekzalm wordt meestal in zee gekweekt in drijvende kooien. Om ziektes zoals zeeluis tegen te gaan, worden chemicaliën en antibiotica gebruikt. Deze kunnen in het water terechtkomen. Wilde zalm en forel die langs de open kwekerijen zwemmen, kunnen met ziektes uit de kwekerijen besmet worden. Ten slotte is er wilde vis nodig om zalm te voeren. Dit kan leiden tot overbevissing.
Wil je zalm die is gevangen of gekweekt met aandacht voor het milieu? Kies dan voor een topkeurmerk zoals MSC (wilde vis) en ASC (kweekvis). Je vindt ze in de Keurmerkenwijzer.open_in_new
Kweekvis in visvijvers (gesloten systeem)
Een gesloten systeem voor kweekvis wordt ook wel een recirculatiesysteem genoemd. Het is een duurzamere manier van kweken. De vijvers of tanks staan niet in verbinding met open water, de vissen kunnen niet ontsnappen en ziektes kunnen zich dus niet verspreiden. Het water wordt constant gefilterd en gezuiverd en dus hergebruikt (recirculatie). Dit kost wel energie. De milieu-impact van viskweek zit vooral in het visvoer: daarin is wilde vis verwerkt.