Met een groene tuin maak je ruimte voor insecten, vogels en andere dieren. En dat is hard nodig, want er worden steeds meer planten- en diersoorten met uitsterven bedreigd. Daardoor raakt de natuur uit balans. Uiteindelijk is dit ook voor de mens problematisch, omdat wij afhankelijk zijn van de natuur voor ons eten, drinken en een veilige woonplek. Met een groene tuin waarin verschillende planten en bomen staan help je de natuur weer op te leven. Ook zorg je zo voor meer voedsel, schuilplekken en nestmogelijkheden voor verschillende diersoorten. Deze beestjes helpen je tuin gezond en vrij van plagen te houden. Vogels en egels eten bijvoorbeeld graag slakken en lieveheersbeestjes smullen van bladluizen.
70% van de huishoudens in Nederland heeft een tuin. Stel je voor hoe ontzettend veel planten daar kunnen staan. En dan zijn er ook nog geveltuintjes, groene daken en groene balkons. Dankzij al die planten kunnen heel wat diersoorten (over)leven. Maar al die verschillende groene plekken moeten ook verbonden worden. Want ook al is voor sommige diersoorten één groene tuin al genoeg om in te leven, voor andere is het belangrijk dat ze van de ene tuin naar de andere kunnen bewegen. Schuttingen en betegelde tuinen maken dit soms onmogelijk. Jouw groene tuin, als onderdeel van alle tuinen, maakt dus echt verschil.