'Mensen moeten weten welke duurzame keuzes wél kunnen'
51 procent van de Nederlanders staat open voor duurzamere keuzes die de energietransitie versnellen, maar minder dan een derde brengt dat ook daadwerkelijk in de praktijk. Veel Nederlanders blijven gehecht aan hun benzine- of dieselauto. Woningverduurzaming, met name isolatie, heeft juist veel draagvlak. Daarom ligt volgens Milieu Centraal het grootste onbenutte potentieel achter de voordeur. Wanneer huishoudens meer duidelijkheid, ondersteuning en inzicht in te nemen acties krijgen, kunnen juist hier snel grote stappen worden gezet.
Daarnaast blijft het draagvlak niet gelijk. Het beeld kan snel keren door grote veranderingen in de omgeving van de burger die voelbaar zijn in de portemonnee, en door beeldvorming in media, geopolitiek en de aankondiging van beleidsmaatregelen. Een aanvullende flitspeiling als tussentoets bij de Monitor bevestigt dat. Daaruit blijkt dat door de energiecrisis, de aangekondigde terugkeer van EV-subsidie en de Utrechtse aansluitstop Nederlanders meer openstaan voor duurzame keuzes. Zo steeg de openheid voor een elektrische auto in een jaar van 44 procent naar circa 65 procent, en voor een volledig elektrische warmtepomp van 49 procent naar bijna 70 procent.
Van overtuigen naar mogelijk maken
De energietransitie vraagt om nieuwe kennis en vaardigheden, een andere keuzeomgeving en nieuwe normen. Daarmee is voor veel mensen nu de drempel nog hoog om duurzame maatregelen te nemen. Volgens Milieu Centraal verschuift daarom de opgave van het vergroten van draagvlak naar het mogelijk maken van duurzaam gedrag. “De echte versnelling van de energietransitie zit niet alleen in technologie, maar vooral in wat mensen in hun dagelijks leven kúnnen doen”, zegt Ika van de Pas, directeur-bestuurder van Milieu Centraal. “Het vraagt niet om meer motivatie, maar om goede randvoorwaarden: voorspelbaar beleid, lagere financiële risico's, duidelijke keuzes en actieve ondersteuning. Pas wanneer duurzame keuzes logisch en vanzelfsprekend worden, kunnen huishoudens hun rol in de energietransitie echt waarmaken.”
Dat goede randvoorwaarden effect hebben, blijkt uit regionale verschillen. In Drenthe is de openheid voor vergaande verduurzaming van de woning merkbaar hoger, mede dankzij extra subsidies. Dit onderstreept dat financiële ondersteuning werkt. Het verbeteren van de woning wordt niet alleen haalbaarder, maar subsidiemaatregelen kunnen duurzame keuzes ook (verder) normaliseren. Dat vergroot het draagvlak zichtbaar.
Wonen: veel bereidheid, maar vaak losse maatregelen
Op het gebied van wonen is het draagvlak voor het maken van duurzame keuzes groot, maar is de uitvoering beperkt. Zeven op de tien woningeigenaren staat open voor wonen in een (zeer) goed geïsoleerde woning. Ongeveer 60 procent heeft al minimaal één maatregel genomen, zoals vloer- of glasisolatie. Toch heeft slechts 5 procent zijn woning (van vóór 2018) zodanig verduurzaamd dat deze klaar is voor een aardgasvrije toekomst.
Die volgende stap vraagt om een systeem dat verduurzaming duidelijk, makkelijk en betaalbaar maakt. Anders blijven huishoudens steken in losse maatregelen, stelt Milieu Centraal. En dat is volgens het kenniscentrum een gemiste kans. Een goed geïsoleerde woning vormt namelijk de basis van de energietransitie. Daarmee verlaagt een bewoner het energieverbruik structureel en zijn vervolgstappen makkelijker.
Mobiliteit: grootste impact, meeste twijfel
De energietransitie stokt het meest binnen mobiliteit. Dit domein heeft de grootste klimaatimpact, maar kent het laagste draagvlak en de minste uitvoering. Dit komt door de gehechtheid aan de fossiele auto. Voor duurzamer reizen is wel in meerderheid draagvlak. Hoewel het aantal elektrische auto’s toeneemt, blijkt uit de Monitor dat mensen zorgen hebben over de kosten en het afbouwen van fiscale voordelen van elektrisch rijden. Deze zorgen zetten de bereidheid om elektrisch te rijden onder druk. De flitspeiling laat zien dat die bereidheid onder invloed van actuele ontwikkelingen ook weer kan stijgen (65 procent nu ten opzichte van 44 procent vorig jaar). Tegelijkertijd spelen zorgen over overbelasting van het stroomnet een steeds grotere rol.
Want de zorg over netcongestie neemt toe. In mei 2025 maakte 52 procent van de Nederlanders zich zorgen over de belasting van het stroomnet bij de aanschaf van een warmtepomp. Dat is inmiddels gestegen naar 65 procent. Ook over het gelijktijdig gebruik van elektrische apparaten maken steeds meer mensen zich zorgen. “Maar verduurzamen in huis, zoals met een hybride warmtepomp, is vaak nog prima mogelijk zonder dat je de aansluiting hoeft te verzwaren”, vertelt Judith Roumen, gedragsonderzoeker bij Milieu Centraal en medeauteur van de Monitor. “Op de meeste plekken is verzwaring bovendien nog gewoon mogelijk. Het is daarom belangrijk dat mensen weten wat wél kan en hoe zij slimme keuzes kunnen maken, ook als het stroomnet onder druk staat. Onzekerheid hierover zorgt er mogelijk voor dat huishoudens verduurzamingsplannen uitstellen, terwijl dat in veel gevallen niet nodig is.”
Elektrische auto
Elektrisch rijden is slim voor nu én goed voor later. Een elektrische auto rijdt stil en schoon, met minder CO2-uitstoot en lagere gebruikskosten. Ontdek...
Alles over duurzaam verwarmen
We gaan op termijn ons huis verwarmen zonder aardgas. Dat kan bijvoorbeeld met een warmtepomp, warmtenet, biogas, of infraroodpanelen. Welke keuze maak...
Wat is netcongestie en wat merk je ervan?
In het nieuws lees je weleens iets over netcongestie: drukte op het stroomnet. Maar hoe werkt dat eigenlijk? Wat merk je er zelf van? En wat doen netbeheerders...