Je vermindert de milieubelasting van zuivel het meest door minder melk en melkproducten te kopen. Vervang zuivel bijvoorbeeld door plantaardige alternatieven.
Vervang zuivel voor plantaardige producten. Plantaardige melk op basis van soja, haver of erwten veroorzaakt minder milieubelasting. De productie van deze plantaardige producten kost veel minder energie, water, land en grondstoffen dan de productie van koemelk. De klimaatimpact van plantaardige alternatieven voor melk is 2,5 à 3 keer lager dan de impact van koemelk. Een plantaardige melkvervanger verrijkt met calcium en vitamine B12 is een volwaardige vervanger van koemelk.
Kaas heeft een relatief grote milieu-impact en is daarom geen goede vleesvervanger. Om 1 kilo kaas te maken is namelijk tot wel 10 liter melk nodig, afhankelijk van type en leeftijd van de kaas. De klimaatimpact, het watergebruik en het effect op vermesting is vergelijkbaar met de impact van varkensvlees en een stuk lager dan van rundvlees. Bovendien zit in kaas weinig ijzer en veel verzadigd vet. Daarom is het ook voor je gezondheid geen volwaardige vervanger. De meeste soorten milieubelasting zijn echter hoger voor kaas dan voor kipfilet.
Over de milieu-impact van veganistische kazen is nog weinig bekend. Daarom is het nog niet mogelijk om te zeggen dat ze een milieuvriendelijk alternatief zijn. Veel plantaardige variaties op vlees en zuivel bevatten soja en palmolie. Bij deze tropische producten bestaat het risico op ontbossing. Het is dus belangrijk dat soja en palmolie duurzaam zijn geteeld. Veel fabrikanten geven informatie over de herkomst van deze risico-ingrediënten, soms met een keurmerk.