Bij de keuze van je huisdier denk je waarschijnlijk niet als eerste aan het milieu. Als kattenliefhebber zul je niet gauw een hamster nemen omdat die plantaardig voer eet. En als je gek bent op grote honden zul je niet snel een klein keffertje in huis nemen. Maar welk huisdier je ook hebt, er zijn altijd dingen waar je op kunt letten.
Tips over huisdieren
01
Het voer voor je huisdier heeft de meeste milieu-impact. Vleeseters, zoals honden en katten, hebben meer milieu-impact dan dieren die planten eten (konijnen, hamsters en cavia’s).
02
Droogvoer voor honden en katten is minder belastend voor het milieu dan natvoer. Brokjes blijven bovendien langer goed. Natvoer uit blikjes of zakjes bederft eerder. Dus je gooit het sneller weg.
03
Vers vlees of verse vis heeft een hoge klimaatimpact en je hond of kat heeft het niet nodig.
04
Vissen hebben veel milieu-impact. Een tropisch aquarium is een energieslurper. En de vissen komen vaak met het vliegtuig naar Nederland.
05
Een dier uit het asiel of de opvang is heel blij met een nieuw baasje. En het scheelt weer een nieuw bekje dat gevoed moet worden.
06
Tweedehands spullen (hok, krabpaal, aquarium) zijn beter voor het milieu en het scheelt ook nog eens geld.
Klimaatimpact van huisdieren
De klimaatimpact van voeding voor een hond is ongeveer 2 procent van de klimaatimpact van een Nederlands huishouden. Voor een kat is dit minder dan 1 procent. Een groot deel komt voor rekening van het voer. Daarnaast zorgen de uitwerpselen (poep) voor milieuproblemen. Grote dieren eten en poepen meer dan kleine dieren. Geef je huisdier in elk geval niet te veel voer. Veel dieren krijgen meer dan ze nodig hebben. Let ook op de verpakking van het dierenvoer. Kies voor materiaal dat goed te recyclen is en lever het gescheiden in. Twijfel je over de juiste bak? Check de Afvalscheidingswijzer.
Dier op proef of uit het asiel
Een huisdier is hartstikke leuk. Maar je zult de eerste niet zijn die na een paar maanden ontdekt dat die leuke kleine pup wel erg veel zorg nodig heeft, of dat de kinderen niet meer naar de konijnen omkijken. Informeer of je een asieldier op proef kunt nemen. Of vraag een vriend of kennis eens of zijn huisdier een week mag komen logeren.
Sowieso kun je beter een dier uit het asiel adopteren dan er één uit een nieuw nestje halen. En laat je hond of kat op tijd steriliseren of castreren. Wil je heel graag een nestje jonge katjes of pups? Houd het dan bij één.
Spullen voor je huisdier
Spullen voor je huisdier hebben relatief weinig milieu-impact. Dingen waar je op kunt letten zijn:
- Koop niet te veel spullen
- Koop zoveel mogelijk tweedehands of van duurzaam materiaal. Bijvoorbeeld een hok van hout met FSC-keurmerk)
Honden en katten
De meeste klimaat-impact van een hond of kat zit in het voer. Honden- en kattenvoer bestaat deels uit vlees.
Liever droogvoer dan natvoer
De milieudruk van droogvoer (brokken) is lager dan die van natvoer (bijvoorbeeld uit blik). Dat komt doordat de productie van natvoer meer milieu-impact heeft én doordat natvoer eerder bederft. Je gooit er dus meer van weg. Dit laatste voorkom je door niet te veel natvoer tegelijk te geven. En bewaar geopende zakjes en blikjes in de koelkast. Voer dat blijft staan, kun je afdekken of in de koelkast zetten tot je dier er weer om vraagt. Met het oog op het milieu is het geen goed idee om je kat of hond vers vlees of verse vis te geven.
Keurmerken voor milieu en dierenwelzijn
Wil je voer dat is geproduceerd met aandacht voor het milieu en/of dierenwelzijn, kies dan voor deze keurmerken: Beter Leven (1 of 3 sterren), MSC, ASC of EU-biologisch.
Poep van honden en katten
Ruim hondenpoep op en gooi het met zakje en al in de afvalbak of vuilnisbak. Gooi het zakje met poep niet in de afvoerput van de stoep. Ook kattendrollen horen bij het restafval en niet in de gft-bak (er kunnen ziektekiemen in zitten). Heb je een zandbak voor de kinderen, dek die dan af. Dan kunnen katten er niet in poepen.
Kattenbakkorrels horen bij het restafval. Verschoon de bak op tijd, maar niet vaker dan nodig is. Als je elke dag de drollen eruit schept, gaat het minder stinken en kunnen de kattenbakkorrels langer mee. Lees meer over de milieu-impact van kattenbakvulling.
Vlooien kunnen een plaag in huis worden. Lees hoe je milieuvriendelijk vlooien bestrijdt.
Vissen
Tropische vissen hebben warm water nodig, wat veel stroom kost. Een aquarium met koudwatervissen (allerlei soorten goudvissen) hoef je niet te verwarmen. Het aquarium zelf kun je tweedehands kopen. Dat scheelt nieuwe materialen (en geld).
Energiegebruik aquarium
Hoeveel stroom een aquarium thuis verbruikt, hangt erg af van:
- de inhoud van de bak
- de watertemperatuur
- het soort verlichting
- of het aquarium wel of niet is afgedekt
Een aquarium van 60 liter kan ongeveer 300 kWh per jaar verbruiken. Maar bij een flink tropisch aquarium met pomp kan dit oplopen tot wel 1.000 kWh.
Tips om het energieverbruik te beperken:
- Zet het aquarium in een kamer die je toch al verwarmt, bijvoorbeeld de woonkamer
- Kies zuinige ledlampen voor je aquarium
- Dek de bak af. Dan gaat er minder warmte verloren
- Isoleer ook de bodem en achterkant van het aquarium
- Zet de temperatuur niet hoger dan nodig
- Koop een niet te grote bak
Natuurlijke tuinvijver
Heb je een tuin? In plaats van een aquarium in huis kun je ook genieten van waterdieren, zoals kikkers en padden, met een natuurlijke tuinvijver.
Knagers, vogels en kippen
De klimaatimpact van konijnen, hamsters, cavia’s, muizen, ratten, zangvogels en kippen is een stuk minder groot dan die van de andere huisdieren. Dat komt vooral doordat ze minder en plantaardig voer eten (bijvoorbeeld granen, zaden, hooi en wortel). De klimaatdruk van dit voer is klein. Een deel ervan is bovendien bijproduct dat mensen niet eten (sojadoppen, schilfers van palmpitten enzovoort).
Wat gebruik je op de bodem van hok of kooi?
Knaagdieren: welk materiaal voor jouw dier het prettigst is, vind je op de website van het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren (LICG). Kies je voor bodembedekking op basis van hout, let dan op het FSC-keurmerk. De bodembedekking mag met mest en al in de bak voor groente-, fruit- en tuinafval (de groen-bak) of op de composthoop.
Bij kippen is het belangrijk dat je ze niet te veel voer geeft. Dit trekt ongedierte aan. Zorg verder dat muizen en ratten niet bij het voer kunnen.
Dode huisdieren
Dode huisdieren mogen niet in de vuilnisbak of biobak. Je mag ze wel in de tuin begraven (in een gat van minstens 75 centimeter diep). Er zijn ook begraafplaatsen en crematoria voor dieren. Je kunt ze ook bij de dierenarts achterlaten. Dan gaan ze naar een destructiebedrijf. De dierenarts rekent daar vaak wel een bedrag voor. Kippen moeten altijd naar een destructiebedrijf vanwege het risico op ziektes.
Meer informatie
Tips voor de aankoop en verzorging van huisdieren vind je bij het LICG en de Dierenbescherming.
Laatst gewijzigd: 12 augustus 2026
