Insecten en dieren in je tuin

Lieveheersbeestje op blad. Nuttige insecten en dieren.
Een tuin vol leven is niet alleen leuk om naar te kijken, maar ook nuttig. Vogels, egels en allerlei insecten helpen je tuin gezond en vrij van plagen te houden. Milieu Centraal geeft tips om jouw tuin gastvrij te maken voor insecten, vogels en andere dieren.

Wil je een tuin waarin insecten, vogels en andere dieren zich thuis voelen? Houd daar dan rekening mee bij de inrichting. Een groene tuin is aantrekkelijk voor allerlei beestjes. Zorg voor voldoende voedsel, schuilplekken en nestmogelijkheden, dan wordt je tuin vanzelf door ze ontdekt. Sommige van hen kunnen het buitenleven zelfs aantrekkelijker voor jou maken, door plagen op natuurlijke wijze te bestrijden en je tuin gezond te houden.

Tips om je tuin gastvrij te maken voor dieren

01

Bomen en struiken met een dichte takkenstructuur zijn goede schuilplaatsen voor vogels en egels. Door een hoekje in je tuin wat rommelig te laten, met blad- en takmateriaal, zorg je ook voor goede schuilplaatsen.

02

Hoe langer je bloeiende planten hebt, hoe langer insecten als vlinders en bijen voedsel in jouw tuin vinden. Zie voor tips onze bijen-en bloemenkalender.

03

Laat uitgebloeide planten in de winter staan: ze bevatten nog zaden die voedsel zijn voor vogels, en de vogels kunnen de planten als nestmateriaal gebruiken in het volgende voorjaar. Insecten gebruiken zaadstengels als overwinteringsplaats.

04

Dieren hebben water nodig. Je doet ze al een plezier met een waterschaal in de tuin. Heb je meer ruimte? Dan is een natuurlijke tuinvijver een optie.

05

Schuttingen zijn vaak een onneembare hindernis voor dieren zoals egels. Een natuurlijke haag is een milieu- en diervriendelijker alternatief.

Het nut van leven in je tuin

Dieren, vogels, vlinders, bijen en andere insecten in je tuin levert niet alleen kijkplezier en gezellig gezoem op, maar ze kunnen je zelfs een handje helpen. Verschillende vogelsoorten (zoals lijsters), egels en spitsmuizen zijn bijvoorbeeld dol op slakken. Lieveheersbeestjes doen zich tegoed aan bladluizen, terwijl insectenetende vogels ervoor zorgen dat insecten minder snel een plaag vormen. Zo is de koolmees een uitstekende bestrijder van de eikenprocessierups. Bijen, hommels en andere insecten zorgen voor bestuiving van planten. Dat is ook handig als je bijvoorbeeld een fruitboompje in je tuin hebt: zonder bestuiving groeit er geen fruit.

Ook beestjes die je niet ziet, kunnen zorgen voor een gezonde tuin. Wormen en andere bodemdieren woelen de aarde om, breken plantenafval af en zorgen voor een gezonde bodem. Daar profiteren je tuinplanten weer van.

Een tuin waar veel verschillende soorten leven, met een , is veerkrachtig. De tuin kan beter tegen plagen, extreme weersomstandigheden en andere verstoring.

Biodiversiteit is een maat voor de soortenrijkdom van de natuur: hoeveel verschillende soorten er voorkomen, wereldwijd of in een bepaald gebied.

Deze soortenrijkdom gaat over alles wat leeft: van bomen, planten, dieren en insecten tot aan paddenstoelen en bacteriën. Gebieden met hoge biodiversiteit bevatten veel verschillende soorten, gebieden met lage biodiversiteit hebben weinig verschillende soorten.

Alle soorten hebben hun eigen rol in de natuur. Hoe meer verschillende soorten in een bepaald gebied, hoe gezonder de natuur. Die kan dan eventuele verstoringen beter opvangen en plagen krijgen minder gauw een kans om de overhand te krijgen. Biodiversiteit staat wereldwijd onder druk. Soorten sterven onder andere uit omdat hun leefgebied verdwijnt, het landschap eentoniger wordt of omdat bestrijdingsmiddelen veel meer soorten doden dan alleen die waartegen ze worden ingezet. Algemene soorten worden daardoor vaak algemener, en zeldzame soorten zeldzamer. Kortom: de diversiteit neemt dan af.

Beplanting

Je maakt jouw tuin aantrekkelijk voor dieren door te variëren in plantensoorten. Kies voor bloemen, kruiden en struiken die verschillen in hoogte en afwisselend bloeien (zodat er zo lang mogelijk bloeiende bloemen zijn). Inheemse planten – die van nature in Nederland voorkomen – zijn de beste keuze. Voorbeelden van geschikte bloemen en struiken vind je onder planten en bomen kiezen.

Bomen en struiken met een dichte takkenstructuur zijn aantrekkelijke schuilplaatsen voor vogels en egeltjes. Vogels komen af op eetbare vruchten en op insecten in ruwe boomschors.

Bloemen zijn een voedselbron voor veel soorten dieren. Vlinders en bijen zijn blij met bloeiende, nectarrijke bloemen en kruiden. Nectar trekt ook insecten aan die zelf weer als voedsel dienen voor vogels en vleermuizen. De bloemzaden worden gegeten door vogels en knaagdieren. Ook in de winter halen ze nog voedsel uit de zaaddozen van jouw uitgebloeide planten; een goede reden om deze te laten staan.

Leven in je tuin? Kies voor groen!

Een groene tuin biedt veel voordelen: je hebt minder last van hitte, wateroverlast en biedt een plek voor allerlei beestjes. Door planten en bomen te kiezen die van nature in Nederland voorkomen en ze op de juiste plek in je tuin te zetten, krijg je een gezonde tuin die weinig onderhoud nodig heeft.

Aan de slag met een groene tuin? Lees alles over de voordelen!

Voordelen van een groene tuin

Schuilplaatsen

Dieren hebben schuilplaatsen nodig om te nestelen, zich te verstoppen en te overwinteren. Jij kunt ze een handje helpen door je tuin niet ál te goed op te ruimen. Kleine dieren en insecten gebruiken bijvoorbeeld droge bladeren, takjes en achtergelaten bloempotten om nesten mee te maken. Met nestkastjes, vlinderkasten of bijenhotels vergroot je de kans dat dieren jouw tuin opzoeken.

Water doet leven

Veel verschillende dieren zijn blij met water in jouw tuin. Een natuurlijke vijver met veel planten, weinig vissen en een oever die geleidelijk afloopt, trekt veel meer dieren en planten dan een kale vijver met harde randen en veel vis. Is de rand te steil, dan kunnen bijvoorbeeld egels er niet meer uitklimmen en erin verdrinken.

Heb je niet de ruimte voor een vijver, dan kun je dieren en vogels ook helpen door een waterschaal in je tuin te zetten. Zo vinden ze in je tuin naast voedsel ook drinken.

Padden en kikkers

Padden en kikkers zijn dol op slakken. Kikkers overwinteren graag in de modder van vijvers. Padden en salamanders houden van vochtige en schaduwrijke plekken, bijvoorbeeld onder takken of stenen.

Vogels in de tuin

Houd je van vogels in de tuin, zorg dan voor bomen en struiken die bessen leveren. Ze nestelen graag in natuurlijke heggen zoals veldesdoorn, liguster en beuk. Maar ook in groenblijvende heggen als taxus en hulst. Stekelige struiksoorten die populair zijn bij vogels zijn meidoorn en vuurdoorn. Klimop, klimhortensia en klimroos die tegen een muur groeien, lenen zich ook goed voor vogelnesten. Op de site van de Vogelbescherming kun je ontdekken welke tuinvogels in je buurt leven en tips krijgen hoe je ze naar je tuin lukt.

Veel voorkomende tuinvogels

Vlinders, bijen en andere insecten

Vlinders en andere insecten zoeken in de zomer een plek om hun eitjes te leggen. Ze doen dat graag in kieren tussen tegels, omgekeerde bloempotjes en op blokken hout. Als overwinteringsplekken zijn spleten in muren, klimplanten of takjes, blaadjes en zaadstengels geschikt. De rupsen van bepaalde vlindersoorten hebben specifieke planten nodig om te overleven. Deze planten worden waardplanten genoemd. Je kunt vlinders helpen door deze planten in je tuin te laten groeien. Zo zijn koolsoorten en bijvoorbeeld koolzaad goed voor het groot en klein koolwitje en is grote brandnetel een waardplant voor maar liefst vijf vlindersoorten, waaronder atalanta en dagpauwoog. Op de site van de Vlinderstichting lees je meer over waardplanten.

Bijen, hommels en andere bestuivers hebben bloeiende planten nodig als voedsel. Denk bij het kiezen van de planten na over de bloeiperiode. Bijen hebben het hele jaar door voedsel nodig. Door planten te kiezen die op verschillende momenten bloeien, help je ze een handje.

Veelvoorkomende vlinders, bijen en hommels in de tuin

Egels

Egels zijn nachtdieren die overdag uitrusten in een schuilplaats. Deze insecteneter is nuttig in je tuin en eet bijvoorbeeld graag slakken. De egelwerkgroep geeft tips om je tuin egelvriendelijk te maken en wijst op gevaren. Door te kiezen voor een groene haag als tuinafscheiding of doorgangetjes in schuttingen te maken, kun je samen je buren zorgen dat egels makkelijk van tuin naar tuin lopen om voedsel te vinden.

Tijdens de natte en koude maanden van het jaar (oktober – maart) hebben ze een droge en beschutte plek nodig om hun winterslaap te houden en jongen te krijgen. Je kunt zo’n nestelruimte creëren door van takken, hout en stenen een ‘luchtige’ stapel te maken en die losjes te vullen met bladeren. Maar er zijn ook kant-en-klare egelhotels te koop. Pas op dat je egels niet in gevaar brengt. Ze kunnen verdrinken in vijvers en verongelukken door (robot-) grasmaaiers.