In 1972 werd de Interrailkaart gelanceerd. Meteen in het introductiejaar werden er 87.000 verkocht. Het Limburgs Dagblad gaf de nieuwe service een plekje op de voorpagina:
‘Het zou wel eens een meesterschot in de roos van het jeugdtoerisme 1972 kunnen zijn: voor 240 gulden een hele maand vrij sporen in 20 Europese landen en voor half geld in het eigen land. Het is een slim gevonden jubileumaanbieding van de Internationale Unie van Spoorwegen (50 jaar) en het is een unieke kans voor wie nog geen 21 jaar is om voor vier, vijf cent per kilometer – of minder – tot ver voorbij de poolcirkel te reizen, naar Lissabon te trekken, naar Istanboel (kost wel wat geld extra), of een rondreis te maken langs steden die de historie dragen van dit werelddeel.’
Die zomer wemelde het op treinstations overal in Europa van de jongeren met rugzakken, gitaren en lange haren die bij het loket of op het perron met een geleende ballpoint in priegelige blokletters de volgende reisdag invulden op hun spoorpassen.
Dat hoeft nu niet meer, want Interrail gaat met zijn tijd mee: de papieren passen hebben plaatsgemaakt voor digitale exemplaren. Om reizen te plannen heb je geen vertrekstation meer nodig en om treinen te reserveren hoef je niet meer naar het loket; dat gaat allemaal in de app.
De Carte Inter-Rail ’72, zoals hij in het eerste jaar heette, was bedoeld als eenmalige actie, maar werd een blijvertje. De jaren 70 en 80 van de vorige eeuw waren de hoogtijdagen van Interrail: in 1978 werden er 170.000 passen verkocht, tien jaar later was dat aantal verdubbeld tot 340.000. Daarna kwam er een dip: in 1998 gingen er 140.000 passen over de toonbank. Sinds de eeuwwisseling groeit de populariteit weer: in 2009 werden 240.000 passen verkocht, in 2018 waren het alweer 300.000. In 2022 bestond de Interrail-kaart 50 jaar. In die halve eeuw treinden er in totaal ruim 10 miljoen avonturiers mee door Europa.