Windmolens

Windmolens langs een dijk. De lucht is bewolkt, in de verte staan meer windmolens.
Met windmolens wordt windenergie opgewekt. Dat is schone, duurzame én hernieuwbare energie. De CO2-uitstoot is meer dan 30 keer lager dan van die van 'grijze' stroom. Er gelden strenge regels voor het plaatsen van windturbines, omdat grote windmolens overlast kunnen geven voor omwonenden.

Vijf vragen over windenergie

Windenergie in Nederland

In Nederland levert windenergie de meeste groene stroom. Met name in de laatste twintig jaar is het vermogen snel toegenomen. Ook de komende jaren zal die groei doorzetten. Windenergie speelt een belangrijke rol in de energietransitie in Nederland. Dat is de overgang naar een duurzame energievoorziening in Nederland.

Wind op land

Windmolens zijn al sinds de jaren 70 onderdeel van het landschap. Grootschalige inzet is in de afgelopen 20 tot 30 jaar op gang gekomen. Met name in Flevoland, Groningen, Noord-Holland en Friesland kom je veel windmolens tegen.

Al die windmolens op land bij elkaar wekten eind 2024 genoeg elektriciteit voor 7,3 miljoen huishoudens op. Ook de komende jaren blijven windmolens op land een grote rol spelen. De verwachting is dat de hoeveel elektriciteit uit wind op land in 2030 met ruim 30% toeneemt. Een deel daarvan komt uit nieuw te bouwen windmolens. Ook het vervangen van verouderde windmolens door nieuwe met een hoger vermogen helpt mee aan deze groei.

Wind op zee

Sinds 2006 worden er voor de Nederlandse kust ook windparken op zee gebouwd. Op zee kunnen grotere windmolens worden neergezet dan op land. De windsnelheid is op zee ook hoger. Daardoor zijn de opbrengsten hoger dan op land.

Daar staat tegenover dat om verschillende redenen de bouw ook duurder is. Bijvoorbeeld door het vervoer van de materialen, grotere windturbines en hogere kosten om het windpark aan te sluiten op het elektriciteitsnet en onderhoud.

Eind 2024 werd er nog iets meer stroom opgewekt door windmolens op land. Maar de groei van wind op zee gaat hard. De verwachting is dat in 2030 windmolens op zee ruim 1,5 keer zo veel stroom opwekken als windmolens op land.

Hoe werkt een windmolen?

Windenergie wordt opgewekt met windturbines die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet. Een windturbine bestaat grofweg uit drie onderdelen: de draaiende rotor met de rotorbladen, de gondel en de mast.

De wind brengt de rotorbladen aan het draaien. Een naaf (of as) brengt die beweging via tandwielen over op een elektriciteitsgenerator in de gondel. In de gondel zit ook vaak allerlei regeltechniek, die er bijvoorbeeld voor zorgt dat de windmolen altijd zo goed mogelijk in de wind staat.

Hoogte van windmolens

De meeste nieuwere windmolens op land hebben een hoogte van meer dan 95 meter. Op zee kunnen windmolens nog groter zijn. Er worden zelfs tests uitgevoerd met windmolens van maar liefst 245 meter hoog. Kleinere windmolens op land worden steeds vaker vervangen door grotere windmolens, die per stuk flink meer elektriciteit opwekken.

Door de hoogte kunnen de wieken veel wind vangen. Het waait op die hoogte gemiddeld harder en gelijkmatiger. Er is geen invloed huizen, bomen en andere obstakels.

Hoeveel energie wekt een windmolen op?

Nieuwere windmolens op het land kunnen zo’n 10 miljoen kWh per jaar produceren, genoeg om ruim 4.100 huishoudens van stroom te voorzien.

Op zee staan al turbines die meer dan het dubbele vermogen hebben dan de grote windmolens op land. Deze windmolens op zee kunnen maar liefst 30 miljoen kWh opwekken. Dat is meer dan 3 keer zoveel als de windmolens op land.

Windkracht

Een turbine begint stroom te leveren bij windkracht 2. Bij windkracht 6 bereikt de windturbine meestal het maximale vermogen. Bij hogere windsnelheden blijft het vermogen constant. Vanaf windkracht 10 wordt de windmolen automatisch stilgezet of afgeremd, vanwege de veiligheid.

Op de kaart hieronder zie je de verschillende windsnelheden in Nederland. De lichtste kleur staat gelijk aan windkracht 2 (1,5 tot 3,3 meter per seconde). De donkerste kleur op de kaart staat voor 6 meter per seconde, gelijk aan windkracht 4.

Vergroot afbeelding

Hoe kun je meebeslissen over windmolens?

Op de website van jouw gemeente of de regionale energiestrategie (RES) of er plannen zijn in jouw omgeving. Meestal zijn er vanaf de verkennende fase – dus voor de plaatsing van windmolens – al informatiebijeenkomsten. Zelf meebeslissen over windmolens kan bijvoorbeeld door inspraak bij zulke bijeenkomsten. Wanneer omwonenden zich betrokken voelen bij een windpark, blijkt dat minder overlast wordt ervaren.

Door hier actief aan mee te doen, kun je zorgen dat jouw belangen en wensen gehoord worden. Op HIER opgewekt vind je informatie over en een overzicht van alle lokale duurzame energie-initiatieven. Naast wind, gaat het dan ook om zonne-energie, biomassa en duurzame warmte.

Deelnemen aan windprojecten

Door aan windprojecten mee te doen, kun je ook bijdragen aan de ontwikkeling van windenergie in Nederland. Je profiteert dan ook van de opbrengsten van een windmolen(park).

  • Mede-eigenaarschap kan door gedeeld of volledig eigendom bij plaatsing van windmolens. Een drempel hiervoor zijn hoge kosten. Er bestaat de mogelijkheid om kleine aandelen of obligaties uit te geven. Zo kunnen omwonenden met een kleinere portemonnee ook meedoen en meebeslissen. Er zit wel een financieel risico aan: je kunt je inleg verliezen. Laat je dus vooraf goed adviseren door een financieel adviseur.
  • Een energiecoöperatie is een groep burgers of ondernemers die bijdragen aan duurzame energieprojecten. Er zijn zo’n 700 energiecoöperaties in Nederland. Je betaalt voor een lidmaatschap en kunt eventueel extra investeren. Binnen een coöperatie stemmen leden over besluitvorming. Op Energie Samen vind je coöperaties die zich in jouw omgeving op windenergie richten. Of zoek online op 'energiecoöperatie + jouw gemeente'.
  • Via een omgevingsfonds kan de omgeving profiteren van de opbrengsten van een windmolen. De eigenaar van de windmolen stort een met omwonenden afgesproken bedrag per bepaalde hoeveelheid opgewekte stroom in het. Het fonds kan bijvoorbeeld worden gebruikt om lokale initiatieven te steunen. Bijvoorbeeld sportclubs of wijkverenigingen. Een groep omwonenden beheert dit fonds.
  • Een omwonendenregeling is een afspraak tussen de initiatiefnemer van een windmolenpark en woningeigenaren binnen een bepaalde straal van de windmolens. Zij krijgen dan bijvoorbeeld korting op groene stroom. Of ze krijgen een aanbod om hun woning te verduurzamen. Omwonenden hoeven dan geen geld te investeren. Een omgevingsfonds of omwonendenregeling is er dus voor alle omwonenden, niet alleen omwonenden die (al dan niet via een energiecoöperatie) financieel deelnemen aan het windproject.

Wat zijn de effecten op natuur en milieu?

Windturbines kunnen negatieve effecten op de natuur hebben. Ze kunnen leefgebieden of trekroutes verstoren of leiden tot botsingen met vogels of vleermuizen. Dit speelt zowel op zee als op land. Er zijn afspraken en mogelijkheden om deze effecten te beperken. In sommige gevallen kan er ook sprake zijn van positieve effecten.

Natuurschade beperken

Om de schade van windparken aan de natuur te beperken, zijn afspraken gemaakt tussen de overheid, windparkeigenaren, netbeheerders en natuurorganisaties. Ook zijn er oplossingen voor een deel van de negatieve effecten.

Er is afgesproken dat bij windparken op land de natuur versterkt wordt. Bijvoorbeeld door aanleg en behoud van natuurvriendelijke oevers, bermen en perceelranden. Ook moeten windparkeigenaren op zee zich inzetten voor ontwikkeling van onderwaternatuur.

Om het aantal botsingen tussen windmolens en vogels en vleermuizen te verminderen zijn er stilstandvoorzieningen. Dat betekent dat windmolens stilgezet kunnen worden wanneer vogels of vleermuizen in de buurt komen of de vogeltrek op de piek zit. Enkele windparken hebben deze mogelijkheid al.

Bij windparken op zee is vooral het heien tijdens de bouw een mogelijke verstoring. Er zijn geluidsnormen en manieren om het geluid verder te beperken. Daarnaast kan heien gebeuren buiten trek- en broedseizoenen. Zo kunnen de negatieve effecten beperkt worden.

Effecten per diersoorten

Broeikasgas SF6 in windmolens

In windmolens wordt vaak het gas SF6 (zwavelhexafluoride) gebruikt om kortsluiting te voorkomen. SF6 werkt als isolatiemiddel. Het gas zit ook in schakelstations van netbeheerders en wordt ook in de chemische industrie gebruikt. SF6 is een zeer sterk broeikasgas. De netbeheerders en fabrikanten van windmolens zijn op zoek naar alternatieven voor SF6.

Bij gebruik, onderhoud en afbraak van windmolens kan dit gas weglekken. Dat gebeurt zelden. Netbeheer Nederland schat dat ongeveer 0,5 procent van de totale hoeveelheid gebruikt SF6 weglekt. Het klimaateffect van het ontsnapte gas wordt ruimschoots gecompenseerd door de besparing die windmolens opleveren ten opzichte van energieopwekking uit fossiele brandstoffen.

Windenergie en de omgeving

Omwonenden van een windpark kunnen overlast ervaren. Bijvoorbeeld door geluidsoverlast, slagschaduw en horizonvervuiling. Er zijn daarom normen en richtlijnen opgesteld, die de overheid moet toetsen voordat er een windturbine wordt geplaatst. In het klimaatakkoord is afgesproken dat omwonenden betrokken worden bij de plannen rondom een windpark.

Geluidsoverlast

Voor windmolens zijn geluidsnormen afgesproken:

  • Overdag is de limiet 47 decibel (dB). Dat is vergelijkbaar met het gezoem van een koelkast.
  • In de nacht ligt de limiet op 41 dB. Vergelijkbaar met zacht geroezemoes in een klaslokaal.

Sommige windparken hebben apps waarin omwonenden aan kunnen geven of zij overlast ervaren. Op basis van de geluidsnormen wordt de minimale afstand tussen bebouwing en een windmolen(park) bepaald.

Er zijn maatregelen om het geluid te beperken. Bijvoorbeeld verbeterde isolatie van de gondel van de windmolen of de vorm van de bladen. Vaak hebben wieken een zaagtand-achtig patroon aan het uiteinde. Dit is gebaseerd op uilenveren, zodat de wieken zorgen voor minder geluid.

Slagschaduw

Windturbines kunnen slagschaduw veroorzaken. Deze schaduw ontstaat door de ronddraaiende bladen in combinatie met een laaghangende zon. Dit kan als hinderlijk worden ervaren door omwonenden. Daarom gelden tegenwoordig strenge regels. Windmolens worden soms stilgezet wanneer er teveel slagschaduw is.

Mensen kunnen ook last hebben van hinderlijke schitteringen door zonlicht op de windmolens. Dat wordt tegengegaan met een anti-reflecterende laag.

Veelgestelde vragen over windmolens