Voor woningen zal op een enkele uitzondering na geen waterstof gebruikt worden. Want waterstof is zeldzaam en is nodig voor andere energievragers. Waterstof naar warmte omzetten leidt ook tot verlies: 1 kWh stroom levert maar 0,5 kWh warmte. Terwijl een warmtepomp daar 4 tot 5 kWh warmte mee levert.
Tot 2035 is er nog niet genoeg elektriciteit uit schone (CO2-vrije) bronnen, zoals zon en wind, om in Nederland veel groene waterstof te maken. Ook zijn er nog veel meer apparaten nodig waarmee uit stroom en water waterstof wordt geproduceerd (elektrolysers). Tot die tijd gebruiken we waterstof uit andere landen, of blauwe waterstof. Deze waterstof is gemaakt uit aardgas, maar de CO2 die vrijkomt wordt afgevangen tijdens het productieproces.
Groene waterstof maken we als er veel zon of wind is, dus wanneer er veel CO2-vrije stroom over is. Als er minder zon of wind is, en dus minder elektriciteit, kan waterstof ook elektriciteit opwekken. Na 2035 komt een groot deel van de groene waterstof van windmolens op zee, en soms wordt het zelfs direct op zee gemaakt. Daardoor zijn er minder elektriciteitskabels nodig. Ook blijven we groene waterstof importeren.
Op veel plekken wordt overgestapt op groene stroom, waterstof of duurzame warmtebronnen. Maar op sommige plekken blijft olie of gas nodig. Dit zal niet langer fossiele olie of gas zijn, maar gemaakt worden uit biogrondstoffen (biomassa zoals hout of mest), uit stroom en waterstof (synthetische brandstoffen) of uit gerecyclede grondstoffen.
Biobrandstoffen worden gemaakt uit grondstoffen uit de bos- en landbouw. Synthetische brandstoffen worden gemaakt met stroom, waterstof en CO2. Als dit groene stroom, groene waterstof en CO2 uit niet-fossiele bronnen betreft, is een synthetische brandstof een hernieuwbare brandstof. Dit wordt ook wel e-fuel genoemd. Ook kan olie of gas worden gemaakt van gerecyclede grondstoffen, zoals plastic afval. Deze niet-fossiele bronnen voor olie en gas zijn zeldzaam, en zullen vooral worden gebruikt voor internationaal transport en de industrie (als brandstof én grondstof).
Groen gas is ook een niet-fossiel gas. Groen gas is chemisch gezien ongeveer hetzelfde als aardgas, maar het wordt gemaakt van gas dat ontstaat uit biomassa zoals mest, voedingsresten, slib, gras en hout. Het is daarom, net als groene waterstof, een hernieuwbaar gas. Groen gas kan bijgemengd worden in het gasnetwerk, of aardgas volledig vervangen, zonder dat er aanpassingen aan het gasnetwerk, cv-ketels en gaskooktoestellen nodig zijn.
Er is alleen niet genoeg groen gas of waterstof om alle huizen, de industrie en het vervoer te voorzien. Tot nu toe is de hoeveelheid groen gas in Nederland klein ten opzichte van de hoeveelheid aardgas. De overheid heeft daarom een bijmengverplichting ingesteld, wat gasleveranciers verplicht om jaarlijks een percentage groen gas te leveren. Groen gas zal, net als waterstof, lang niet overal beschikbaar komen voor huishoudens.