Praktisch over duurzaam

Palmolie

Wat hebben koekjes, pizza en zeep met elkaar gemeen? Er zit vaak palmolie in. De olie van de palmvrucht is een belangrijk ingrediënt en brengt per hectare 4 tot 10 keer meer op dan andere plantaardige oliën. De grote vraag naar palmolie veroorzaakt milieuproblemen zoals ontbossing en vervuiling. Hoe herken je palmolie in voedingsproducten en wat is de beste keuze in de winkel?

Koekjes 327x245.jpg

Als je op de verpakking kijkt herken je aan het woord ‘palm’ op de ingrediëntenlijst of er palmolie of -vet in voedingsmiddelen zit. Bij cosmetica en schoonmaakproducten is dat lastiger. Door de wereldwijde vraag zijn palmolieplantages een economische kans in landen met een tropisch klimaat. Tegelijkertijd zorgt dit voor ontbossing van tropisch regenwoud, vervuiling en sociale problemen. Wat de juiste keuze is in de winkel om de problemen op te lossen is ingewikkeld

Het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en de overheid willen de palmolieketen duurzamer maken met behulp van initiatieven zoals de RSPO (Ronde Tafel Duurzame Palmolie). In de Nederlandse voedingsmiddelenindustrie is 90% van de gebruikte palmolie gecertificeerd volgens een duurzaamheidsstandaard. 

Palmolie-vrij óf alleen duurzame palmolie?

Wat te doen? Nooit meer producten met palmolie kopen, omdat je dan zeker weet dat er voor jou geen tropisch regenwoud wordt gekapt voor de aanleg van palmolieplantages? Of juist wel producten met duurzaam gecertificeerde palmolie kopen, zodat je bijdraagt aan de verdere verduurzaming van palmolieproductie?

Palmolie heeft een hele hoge opbrengst per hectare (4-10 keer hoger dan andere plantaardige oliën), voor de teelt zijn weinig bestrijdingsmiddelen en kunstmest nodig. Ook hoeft er weinig geïrrigeerd te worden bij palmolie. Geen andere plantaardige olie scoort op deze milieuaspecten beter dan palmolie. Tegelijk neemt de vraag naar palmolie – ook voor biobrandstoffen, veevoer, cosmetica en schoonmaakmiddelen - wereldwijd zo hard toe dat tropische regenwouden in hoog tempo worden ontbost om plaats te maken voor palmolieplantages. Diersoorten die in deze gebieden leven zoals de oerang oetan worden hierdoor met uitsterven bedreigd. En door de ontbossing komen ook veel broeikasgassen vrij.

Geen palmolie, wat dan wel? 

Omdat palmolie speciale eigenschappen heeft, is het niet in alle producten zomaar te vervangen door andere plantaardige oliën. Zo is het bij chocola-producten bijvoorbeeld wenselijk dat de chocola bij kamertemperatuur niet smelt, maar in je mond wel. In veel producten zouden kokosolie of een mix van sojaolie, raapzaadolie en zonnebloemolie palmolie kunnen vervangen. Maar kokosolie en sojaolie zijn ook tropisch producten. Ze hebben een lagere opbrengst per hectare dan palmolie, waardoor het risico op ontbossing (en daarmee verlies aan biodiversiteit en extra uitstoot van broeikasgassen door landomzetting) nog groter is dan bij palmolie. Het vervangen van palmolie door kokosolie of sojaolie is dus niet milieuvriendelijker.

Europese zonnebloemolie of raapzaadolie

Wanneer palmolie vervangen kan worden door Europese zonnebloemolie of raapzaadolie, is milieuwinst in sommige opzichten wel mogelijk. Het verlies aan biodiversiteit per hectare is kleiner bij akkerbouw op Europese (natuur)gebieden voor zonnebloemolie en raapzaadolie dan wanneer tropisch regenwoud wordt omgezet in palmolieplantages. Voor de teelt van zonnebloemolie en raapzaadolie is wel veel meer land nodig om dezelfde hoeveelheid olie te produceren. Uiteindelijk is er per liter olie bij Europese koolzaad- en zonnebloemolie minder verlies aan biodiversiteit dan per liter palmolie. Maar of de gebruikte zonnebloem- en raapzaadolie uit Europa komen is vaak niet op de verpakking te zien. In Nederland importeren we een kwart van onze raapzaadolie uit Australië. Voor de teelt van Australische raapzaadolie wordt er in Australië ook flink ontbost. Zomaar kiezen voor raapzaad in plaats van palmolie is dus niet beter voor het milieu als dit Australische raapzaad is.

Als je gaat voor palmolie-vrij om het tropisch regenwoud te beschermen moet je ook andere tropische oliën zoals kokosolie en sojaolie vermijden. Dan heb je de zekerheid dat er door jouw consumptie geen tropisch regenwoud gekapt is.

Alleen duurzame palmolie kopen

In plaats van palmolieproducten vermijden kun je ook met je aankoop de palmolieteelt helpen verduurzamen. Hoewel je het bijna nooit ziet aan de verpakking liggen er in de winkel producten met duurzaam gecertificeerde palmolie volgens het het RSPO-keurmerk. Maatschappelijke organisaties en bedrijven die palmolie verwerken hebben in 2004 de ronde tafel voor duurzame palmolie (RSPO) opgericht. Door palmolieplantages te certificeren met RSPO-keurmerken wil de ronde tafel de productie van palmolie steeds verder verduurzamen. Het streven is dat in de toekomst alleen nog palmolie verwerkt wordt die volledig duurzaam is geproduceerd.

Geen 100% garanties, geleidelijk duurzamer

Ook gecertificeerde palmolie kan nog geen 100% garanties kan bieden voor teelt zonder ontbossing. Er is kritiek van maatschappelijke organisaties op het RSPO-keurmerk, omdat zij de eisen niet ver genoeg vinden gaan en er misstanden zijn. RSPO geeft aan dat ze bewust kiezen om geleidelijk aan steeds strengere eisen te stellen en dat certificering een heel belangrijke prikkel is om de mondiale palmolieteelt te verduurzamen. Wie de verduurzaming van palmolie wil ondersteunen en stimuleren kan kiezen voor producten die duurzaam gecertificeerde palmolie bevatten.

Heel soms staat het RSPO-keurmerk op een product, maar meestal niet. Als je het zeker wilt weten kun je de palmolie scorekaart van het WNF raadplegen of navragen bij de producent of hij duurzame palmolie gebruikt. Dat kun je checken op de website van het product.

Palmolie en de impact op het milieu

Ontbossing palmolie.jpg

Ongeveer 85 procent van de wereldproductie van palmolie komt uit Maleisië en Indonesië. Door de hoge opbrengst (per hectare) is palmolie een efficiënt gewas. Voor 1 ton palmolie is 4 tot 10 keer minder land nodig dan voor andere plantaardige oliën. Palmolieplantages beslaan 7% van de landbouwgrond bestemd voor plantaardige olie productie en leveren 39% van de mondiale plantaardige olieproductie. Zou je de vraag naar plantaardige oliën invullen met een andere olie dan palmolie dan zou je veel meer grond nodig hebben.

Landgebruik en ontbossing

Door de sterk gegroeide vraag naar plantaardige olie zijn palmolieplantages in 20 jaar tijd van 8 miljoen hectare (2006) naar 21 miljoen hectare (2016) gegroeid. Als palmolieplantages zijn aangelegd in gebieden waar eerst tropisch regenwoud stond, is de biodiversiteit sterk afgenomen. Ook worden in de regenwouden levende bedreigde dier- en plantensoorten zoals de Oerang Oetan, Aziatische olifant, Sumatraanse tijger en neushoorn door de ontbossing nog verder in het nauw gedreven.

Naast de grote afname van biodiversiteit komt er door ontbossing ook extra broeikasgas vrij. In tropische bossen is veel koolstof vastgelegd in bodem en plantengroei. Als het bos plaatsmaakt voor landbouwgrond, komt een groot deel van deze koolstof als CO2 in de atmosfeer terecht. Ook in de bodem van tropische bossen is veel organisch materiaal vastgelegd. Organisch materiaal is ook een bron van CO2 als de bodem wordt bewerkt voor landbouwactiviteiten. Behalve de CO2 die vrijkomt, wordt er ook geen CO2 meer opgeslagen vanuit de lucht (bomen zetten m.b.v. fotosyntheses CO2 en water om in zuurstof en glucose.

Luchtvervuiling en uitstoot broeikasgassen

Wanneer palmolieplantages worden aangelegd in veengebieden is het nodig om de veenbodems te ontwateren. Veen dat door ontwatering en bodembewerking in aanraking komt met zuurstof gaat rotten; daarbij komen broeikasgassen vrij. Ook verliest de bodem zijn waterbergingscapaciteit. Ontwaterde veenbodems zijn erg brandgevaarlijk. Als ontwaterde veenbodems gaan branden, veroorzaakt dat veel luchtvervuiling en CO2-uitstoot. 

Watergebruik en watervervuiling

De teelt van palmolie vindt plaats in gebieden waar over het algemeen veel regen valt. Bij de teelt zelf spelen daardoor over het algemeen geen grote waterproblemen. De palmvruchten moeten na de oogst snel worden uitgeperst. Bij het persproces is wel veel water nodig dat na persing vervuild is. Wanneer dit vervuilde water en de uitgeperste palmvruchtresten in naburige rivieren geloosd wordt, veroorzaakt dit grote milieuverontreiniging met o.a. vissterfte tot gevolg. Dit zet de lokale voedselvoorziening onder druk. Moderne palmoliemolens hebben zuiveringsinstallaties. De koplopers vangen ook het methaan dat vrijkomt uit de palmvruchtresten af voor biogasproductie. Dit biogas gebruiken ze als energiebron in de eigen fabriek. De vaste vruchtresten worden gebruikt als organische mest.

Bestrijdingsmiddelen en kunstmest

Voor de teelt van palmolie zijn weinig bestrijdingsmiddelen en kunstmest nodig. Ratten eten wel graag oliepalmvruchten. Om de ratten  te bestrijden worden bestrijdingsmiddelen gebruikt die ook andere dieren doden. Volgens de industrie wordt inmiddels op grote schaal gebruik gemaakt van uilen om de ratten te bestrijden. Verder worden bestrijdingsmiddelen gebruikt tegen neushoornkevers.

Sociaal-economische aspecten

Palmolie vrachtwagen met palmvruchten 327x217.jpg

Palmolie wordt zowel op grote plantages als op kleine familiebedrijven geteeld. De groeiende vraag naar palmolie levert  een bron van werkgelegenheid en economische groei. Maar niet iedereen profiteert ervan. Daar waar palmolieplantages zijn, komen ook sociaal-economische problemen en conflicten voor. Vaak liggen hier diepere oorzaken achter, zoals ruzie om landeigendom en vergoedingen, moeite met arbeidsmigranten, vervuiling en niet waargemaakte beloftes van ontwikkeling. Ook zijn er meldingen van uitbuiting, slechte werkomstandigheden en kinderarbeid op palmolieplantages.

Palmolie in cosmetica en schoonmaakmiddelen

Wereldwijd wordt 27% van de palmolie gebruikt voor technische toepassingen, zoals zeep, schoonmaakmiddelen en cosmetica. Er zijn geen cijfers specifiek voor Nederland bekend. Op de WNF scorekaart kun je zien of jouw zeep of schoonmaakmiddel palmolie gebruikt die volgens een duurzaamheidsstandaard geproduceerd is. 

Palmolie als biobrandstof

Wereldwijd wordt 5% van de palmolie gebruikt als biobrandstof. In Europa is dit aandeel veel hoger: 60% in totaal en 45% voor transport alleen. Palmolie is zo’n hernieuwbare bron voor biobrandstof, net als koolzaad, suikerriet, maïs en graan. Biodiesel die je in Nederland kunt tanken komt uit China en India en is al grotendeels uit afvalproducten gemaakt.

Keurmerken op duurzame palmolie 

Op producten met palmolie erin zie je bijna nooit een keurmerk voor duurzame palmolie staan. Toch is van alle palmolie die in 2016 in Nederland in voedingsmiddelen is verwerkt 90 procent gecertificeerd volgens een duurzaamheidsstandaard. 

Biologisch

In levensmiddelen en schoonmaakproducten waarin biologische palmolie is verwerkt, zijn bij de teelt geen kunstmest en synthetische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Maar het keurmerk stelt geen eisen aan ontbossing, noch aan arbeidsomstandigheden.

RSPO

RSPO-logo-1.png

RSPO is een keurmerk van de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO). De RSPO wil dat in de toekomst alleen nog palmolie wordt verwerkt die duurzaam is geproduceerd. Naast certificering met keurmerken richt de RSPO zich ook op verbetering van de opbrengst bij kleine boeren. 30-40% van de palmolie wordt door kleine boeren geproduceerd. Hogere opbrengsten kunnen hier tot milieuwinst leiden.

De teelt van RSPO gecertificeerde palmolie is niet ten koste gegaan van oerbos en andere gebieden met een hoge natuur- en/of culturele waarde. Bij de teelt worden minder pesticiden en kunstmest gebruikt. Het keurmerk heeft criteria voor het respecteren van rechten van boeren en de lokale bevolking. Het eisenpakket wordt elke paar jaar aangescherpt. In 2014 was 18% van de mondiale palmolie productie RSPO gecertificeerd. In 2017 waren er ca 3400 leden (producenten, verwerkers, banken, detailhandelaren en ngo's) aangesloten bij het RSPO.

Een aantal maatschappelijke organisaties vindt de eisen van het RSPO-keurmerk niet ver genoeg, ook zien zij misstanden. RSPO geeft aan dat certificering een middel en geen doel op zich is. Certificering vormt een prikkel om de wereldwijde palmolieteelt te verduurzamen. Voor de verdere verduurzaming van palmolie zijn strengere certificeringseisen, betere traceerbaarheid en aanvullende mechanismes, zoals beter management, klachtenprocedures en dialoog op veldniveau nodig. Er ligt ook een grote uitdaging in het garanderen van lokale naleving van de wetgeving bij de verdere verduurzaming van palmolie. De RSPO Next standaard geeft sinds 2016 invulling aan strengere eisen. In 2018 vindt de actualisatie van de RSPO criteria plaats. Er wordt onder andere onderzocht of een volledig verbod op plantages op veengebieden wordt opgenomen.

Uitgebreide informatie over RSPO-keurmerken is te vinden in de Keurmerkenwijzer en op de website van de ronde tafel RSPO.

 

Terug naar boven

Deze site gebruikt alleen cookies om te meten, je bezoek is dus anoniem.