Praktisch over duurzaam

Wat is het broeikaseffect?

Van nature komen er broeikasgassen zoals CO2 voor in de atmosfeer. Dat is maar goed ook, want anders zou het op aarde veel kouder zijn. Broeikasgassen zorgen er namelijk voor dat de warmte van de zon wordt vastgehouden.

Zonder broeikasgassen zou het hier gemiddeld -18 graden Celsius zijn. Door de broeikasgassen is het gemiddeld 15 graden Celsius. Daardoor is het leven op aarde zoals we dat nu kennen, mogelijk.

De aarde warmt op

De laatste 250 jaar zijn er veel meer broeikasgassen in de atmosfeer gekomen. Die houden extra warmte vast, waardoor sinds 140 jaar de temperatuur stijgt. Wetenschappers noemen dit het ‘versterkte broeikaseffect’. De meeste mensen hebben het gewoon over ‘het broeikaseffect’ als ze over de opwarming van de aarde praten. Maar eigenlijk bedoelen ze dan het extra broeikaseffect.

Opwarming aarde vooral door de mens

De mens is de belangrijkste oorzaak van de opwarming van de aarde. Sinds de industriële revolutie stoten we steeds meer broeikasgassen uit. We gebruiken fossiele brandstoffen (olie, kolen en gas) in fabrieken, energiecentrales, om ons huis te verwarmen en voor vervoer. We kappen op grote schaal bossen waarbij CO2 vrijkomt. En we houden steeds meer koeien, schapen en geiten voor vlees en zuivel. Door al deze activiteiten zit er nu 40 procent meer CO2 in de lucht dan 250 jaar geleden.

Waarom is het een probleem?

Door de opwarming van de aarde verandert ons klimaat. Dat heeft allerlei gevolgen: de zeespiegel stijgt bijvoorbeeld, het weer wordt extremer (hevige regenbuien, meer hittegolven), en sommige delen van de aarde worden droger. Op de pagina Klimaatverandering lees je hier meer over.

Welke broeikasgassen zijn er?

De belangrijkste broeikasgassen zijn CO2, methaan (CH4), lachgas en waterdamp. 

CO2 is de afkorting van koolstofdioxide. Het wordt ook wel koolzuurgas genoemd. De twee belangrijkste bronnen van CO2 zijn fossiele brandstoffen en verandering van landgebruik.

Heel lang geleden - in vroege geologische tijdperken - is koolstofdioxide vastgelegd door bomen en andere organismen. Daaruit zijn uiteindelijk fossiele brandstoffen (aardolie, steenkolen, aardgas) gevormd. Bij het verbranden van deze fossiele brandstoffen komt de CO2 weer vrij. 

Naast de uitstoot door fossiele brandstoffen zorgt verandering van landgebruik ook voor CO2 emissies. Er vindt ontbossing plaats om bijvoorbeeld ruimte te maken voor landbouwgrond. Hierbij komt de CO2 die in het hout is vastgelegd in de lucht terecht. Ook veengronden kunnen CO2 laten ontsnappen wanneer deze droogvallen. Dit komt omdat veengronden grote hoeveelheden plantenresten bevatten, die omgezet kunnen worden in CO2 als het waterpeil te ver zakt.

Methaan (CH4) komt vooral vrij bij de veeteelt. Koeien, schapen en geiten produceren methaan bij het verteren van voedsel. Die methaan komt via hun adem, boeren en scheten in de lucht. Verder komt er methaan vrij bij het verbouwen van rijst en uit afvalstortplaatsen. Methaan is een sterk broeikasgas: 1 kilo methaan heeft hetzelfde effect als 28 kilo CO2.

Lachgas (N2O, distikstofoxide) komt vooral vrij uit grond die bemest is met kunstmest of dierlijke mest. Lachgas is een zeer sterk broeikasgas: 1 kilo lachgas heeft hetzelfde effect als 265 kilo CO2.

Waterdamp is ook een broeikasgas. Door de opwarming van de aarde wordt de lucht warmer, en warme lucht kan meer waterdamp bevatten. Omdat waterdamp een broeikasgas is, zorgt die extra waterdamp in de lucht voor meer opwarming, waardoor de lucht nog meer waterdamp kan bevatten, waardoor de aarde nog verder opwarmt enzovoort. Zo versterkt het broeikaseffect van waterdamp zichzelf. Mensen kunnen niets doen of laten om de hoeveelheid waterdamp in de lucht te sturen. 

Fluorgassen zijn de sterkste broeikasgassen op aarde: ze kunnen duizenden keren zoveel opwarming veroorzaken als CO2. Bekende fluorgassen zijn HFK’s en PFK’s die kunnen voorkomen in onder andere spuitbussen, airco’s en koelkasten. Het krachtigste fluorgas is SF6, dat wordt gebruikt als isolatiegas in het elektriciteitsnet. SF6 veroorzaakt 22.800 keer zoveel opwarming als CO2.

Vorige eeuw zijn afspraken gemaakt om te voorkomen dat dit soort sterke broeikasgassen vrijkomen. Toch eindigen fluorgassen nog in de lucht, bijvoorbeeld als koelkasten en airco’s niet goed worden afgedankt. Om te voorkomen dat fluorgassen weglekken ontwikkelen overheden steeds strengere regels. 

CO2 is het belangrijkste broeikasgas

Van alle broeikasgassen die de mens uitstoot, is CO2 het belangrijkst. Ruim de helft van het versterkte broeikaseffect wordt veroorzaakt door CO2. Methaan staat met 16% op de tweede plaats. Waterdamp is ook een belangrijk broeikasgas, maar de mens brengt dit niet zelf in de lucht.

Zelf het broeikaseffect beïnvloeden

Je keuzes hebben invloed op de hoeveelheid broeikasgassen die je uitstoot

Terug naar boven

Deze site gebruikt alleen cookies om te meten, je bezoek is dus anoniem.