Er zijn zo'n vijfduizend plaatsen in de wereld waar CO2 wordt geïnjecteerd in de diepe ondergrond, maar dat gaat meestal om CO2-injectie in olievelden met als doel meer olie te kunnen winnen. Daarbij staat dus oliewinning centraal en niet het opslaan van CO2.
Wereldwijd en ook in Nederland vinden projecten plaats voor onderzoek naar de injectie van CO2 in de ondergrond met als doel de CO2 daar permanent op te slaan.
Sinds 2004 haalt Nederland bij gaswinning uit de Noordzee CO2 uit het gas; dat wordt in het lege gasveld geinjecteerd. Zo is sinds 2004 ongeveer 60.000 ton CO2 opgeslagen. Dit valt onder het zogeheten K12-B-project.
Verder is het zogeheten ROAD-project in voorbereiding. Dit is een grootschalig demonstratieproject; daarbij wordt CO2 afgevangen uit een grote kolencentrale op de Maasvlakte, en opgeslagen onder de zeebodem, zo'n 20 kilometer uit de kust.
Daarnaast zijn er verschillende projecten die in het kader van het CATO-programma onderzoek doen naar CO2-afvang zonder opslag.
Het grootschalige demonstratieproject dat gepland was in Noord-Nederland (dat het doel had CO2 op te slaan in lege gasvelden) is door de rijksoverheid stopgezet.
Sinds 2008 slaat men in Ketzin, in de buurt van Berlijn, CO2 op in een aquifer, een laag water die zeer diep onder de bodem zit. Dat gebeurt ook in Algerije, waar men sinds 2004 bij een gaswinning de CO2 uit het gas haalt en opslaat. Ook bij gaswinning op de Noordzee bij Noorwegen (sinds 1996), en in het aardgasveld Snøhvit in de Barentszee (Noorwegen) wordt CO2 uit het gas gehaald en kilometers diep onder de zeebodem opgeslagen.