Praktisch over duurzaam

Kledingstoffen en milieu

Voor het maken van kleding zijn veel grondstoffen nodig. Gebruik van land, water, energie en chemicaliën voor stof heeft veel impact op het milieu. Hoe groot de milieu-impact is verschilt per kledingstof. Bekijk de vergelijking tussen kledingmaterialen. 

Bij het maken van kleding komt meer kijken dan je denkt. Katoen moet verbouwd en geplukt worden, voor wol schapen geschoren en voor fleece PET-flessen gerecycled. Vervolgens worden van dit materiaal vezels gemaakt, die uiteindelijk verwerkt worden tot stoffen. Al deze processen (verbouwen, bewerken, verwerken) hebben impact op het milieu. Onder het plaatje lees je uitleg over de vergelijking tussen de kledingmaterialen per onderdeel. 

MC-Kleding-tabel juli 2018.png

Bovenstaande vergelijking van de milieu-impact van kledingmaterialen is gedaan voor de productie van 1 kilogram stof. Sommige stoffen zijn alleen lichter dan andere stoffen. Zo is spijkerstof (katoen) relatief zwaar en zijde juist licht. Maar ook bij hetzelfde type stof zijn er verschillen in gewicht door vezelkwaliteit, draaddikte, en weef- of breitechniek. Bij ieder type kledingstuk is er ook ander snijverlies bij het uitknippen. Het is daarom lastig om per kledingstuk te zeggen wat de milieu-impact is. 

Klimaatverandering

De productie van kledingstoffen belast het klimaat, omdat tijdens de productie broeikasgassen vrijkomen. CO2, en bij natuurlijke vezels ook methaan- en lachgas zorgen voor het opwarmen van de aarde. Hoe meer broeikasgassen bij het productieproces vrijkomen, hoe meer de stof bijdraagt aan de opwarming van de aarde.

Wat zorgt bij de productie van kledingstoffen voor broeikasgassen?

  • Gebruik van fossiele brandstoffen (olie, kolen, gas). Voor veel processen is energie nodig. Bijvoorbeeld om gewassen te verbouwen (katoen, bamboe, hout), stallen en schuren te verwarmen (wol), olie voor synthetische vezels te winnen en in de fabriek om stoffen te maken.
  • Schapen produceren methaan bij het verteren van voedsel. Die komt via boeren en winden in de lucht. Methaan is een sterk broeikasgas.

Landgebruik

Voor de productie van stoffen is grond nodig. Het verbouwen van katoen, bamboe en andere natuurlijke vezels vraagt veel land. Het gaat om land dat gebruikt wordt voor plantages, bossen en kwekerijen. Bij wol is veel weidegrond nodig om de schapen te laten grazen. Voor de productie van synthetische en gerecyclede stoffen is maar weinig lang nodig, namelijk alleen de grond waar de fabriek op staat.

Waterstress

Bij de productie van kledingstoffen is water nodig. Waterstress laat de relatie tussen watergebruik en waterschaarste zien in een gebied. In een droog gebied ontstaat sneller hoge waterstress. Dan kan er een gebrek aan schoon drinkwater ontstaan door het verbouwen of produceren van kledingstoffen. 

Bij kleding van natuurlijke materialen wordt er water gebruikt om de gewassen te verbouwen. Daarnaast is er water nodig voor het maken van de doeken uit de vezels. Ook bij het maken van stoffen uit synthetische vezels is water nodig. In de katoenteelt wordt heel veel water gebruikt, katoenplantages liggen vaak in gebieden waar water schaars is.

Grondstoffengebruik

Om kledingstoffen te maken zijn fossiele grondstoffen nodig zoals aardolie, kolen en aardgas. De hoeveelheid fossiele grondstoffen neemt af. Synthetische kledingstoffen zijn gemaakt uit aardolie. Maar ook bij natuurlijke stoffen zijn fossiele grondstoffen nodig voor het opwekken van energie in de fabriek waar ze de stoffen verwerken en voor het vervoer. Bij teelt wordt kunstmest gebruikt, die ook is gemaakt van fossiele grondstof. 

Bijdrage plastic soep

Bij het wassen van kleding komen er vezels los. Deze spoelen met het spoelwater via het riool naar zee. De natuurlijke vezels zijn biologisch afbreekbaar, maar de synthetische kledingvezels niet. Dit zorgt voor ernstige vervuiling van het zeewater: de zogenaamde plastic soep. Omdat de oceanen onze grootste zuurstofleveranciers en een belangrijke voedselbron zijn, kan dit grote gevolgen hebben voor de mens.

Ecotoxiciteit 

Ecotoxiciteit laat zien hoeveel risico er is op ernstige milieuschade in een bepaald gebied of ecosysteem, wanneer giftige stoffen weglekken. Dat verschilt per stofsoort. Bij het bewerken van sommige materialen worden chemische middelen ingezet zoals oplosmiddel en chroom. In de landbouw kunnen bestrijdingsmiddelen schade veroorzaken aan de omgeving. 

Bestrijdingsmiddelen

Bestrijdingsmiddelen worden ook gewasbeschermingsmiddelen genoemd. Het zijn stoffen die planten en bomen beschermen tegen ziekten, plagen en onkruid. Het gebruik ervan voorkomt oogstverliezen. Er zijn chemisch-synthetische (kunstmatige) en biologische bestrijdingsmiddelen. Overmatig gebruik van bestrijdingsmiddelen zorgt voor zwaar verontreinigd drinkwater en voedsel, waardoor mensen in de omgeving allerlei gezondheidsproblemen krijgen. Vooral in de (niet-biologische) katoenteelt worden grote hoeveelheden kunstmatige bestrijdingsmiddelen gebruikt. 

Dierenwelzijn 

Bij dierenwelzijn gaat het erom of de dieren een goed leven hebben en goed behandeld worden. Dierenwelzijn is geen echte milieu-factor, maar is wel belangrijk als je een duurzame kledingkeuze wilt maken. Dierenwelzijn speelt een rol bij kleding van dierlijke vezels zoals wol en bont.

Terug naar boven

Deze site gebruikt alleen cookies om te meten, je bezoek is dus anoniem.