Praktisch over duurzaam

Stappenplan voorzetwand met glas- of steenwol

Steen- of glaswol is een goedkope en makkelijk verkrijgbare vorm van isolatie, die je zelf kunt plaatsen. Hoe bereid je je voor? Waar moet je opletten? En hoe pak je het precies aan? Het stappenplan van Milieu Centraal wijst je de weg.

Waar moet je op letten bij het plaatsen van steen- of glaswol?

Steenwol en glaswol is goedkoop en makkelijk te krijgen. Bij vrijwel elke bouwmarkt kun je het kopen. Je hebt wel een behoorlijk dikke laag nodig om een goede isolatiewaarde (op de verpakking vermeldt als Rd-waarde) te halen. Een goede isolatiewaarde is minimaal 2,5 Rd, maar liever hoger. Meer over de Rd-waarde lees je op de pagina Buitenmuur isoleren met voorzetwand.

Als je weinig ruimte hebt, kun je daarom ook kiezen voor PIR-platen of resol hardschuimplaten. Die hebben per centimeter dikte een hogere Rd-waarde, je hebt dus een minder dikke laag nodig, maar zijn ook duurder dan steen- of glaswol.

Bescherm jezelf en maak na afloop schoon

Als je met glaswol of steenwol werkt, moet je jezelf goed beschermen. Glas- en steenwol kan namelijk gaan jeuken en als je het inademt kun je ervan gaan hoesten. Draag daarom handschoenen, een werkwerpoverall met lange mouwen, veiligheidsbril en stofkapje over je neus en mond (type P2). Zorg tijdens het werk voor verse lucht (zet ramen open) en maak je werkplek schoon als je klaar bent (stofzuigen en dweilen). Gooi de overall in de vuilnisbak als je klaar bent en spoel je huid af met lauw water zonder zeep.

Voor je begint: check je muren op schimmel en vocht

Voor je aan de slag gaat, moet je weten of de muren die je wilt isoleren schimmel- en vochtvrij zijn. Een muur met zwarte schimmel of oppervlakkige vochtplekken mag je gewoon isoleren. Sterker: door het isoleren verdwijnen de schimmel en vochtproblemen.

Zitten er gele plekken op de muur of laat het stucwerk los? Dat wijst op optrekkend vocht of doorslaand vocht van buiten, of op een lekkage. Isoleren kan deze problemen erger maken. Laat een professioneel isolatiebedrijf uitzoeken wat er aan de hand is en het probleem oplossen voordat je gaat isoleren.

Voorbereiding: wat heb je nodig?

  • 1

    Handschoenen, stofkapje (type P2), wegwerpoverall, veiligheidsbril.

  • 2

    Isolatiemateriaal. Je kunt kiezen uit:

    - dekens van glaswol of steenwol
    - spijkerflensdekens van glaswol of steenwol met aan een kant een aluminiumlaminaat
    - halfharde platen van glas- of steenwol zonder dampremmende laag (die zijn duurder maar wel makkelijker te verwerken dan dekens).

    Tip: Koop ruim voldoende materiaal in en bewaar de aankoopbon. Materiaal dat over is, kun je binnen 30 dagen na aankoop terugbrengen in de originele, onbeschadigde verpakking. Open verpakkingen en restjes materiaal kun je bewaren voor volgende isolatieklussen.

  • 3

    Dampremmende folie, als je dekens of halfharde platen zonder dampremmende laag gebruikt.  Gebruik je spijkerflensdekens van steenwol of glaswol met aluminiumlaminaat? Dan heb je géén dampremmende folie nodig: het aluminiumlaminaat is de dampremmende laag.

  • 4

    Tape voor dampremmende folie en om de naden te dichten. Voor spijkerflensdekens met aluminiumlaminaat gebruik je aluminium tape.

  • 5

    Houten latten of stalen profielen (metal studs) voor het raamwerk. Houten latten moeten 50 mm breed zijn, en minstens even dik als het isolatiemateriaal. Kies bij houten latten voor hout met het FSC of PEFC-keurmerk.

  • 6

    Menie voor als je houten latten gebruikt en de buitenmuur vochtig is. 

  • 7

    Een zaag om het hout op maat te zagen of profielenschaar voor metal studs om stalen profielen in te korten.

  • 8

    Schroeven en pluggen.

  • 9

    Gipsplaten, gipsvezelplaten of houten OSB-platen om mee af te werken. Wil je een stevige wand? Gebruik dan OSB-platen met gipsplaten ertegenaan. Isoleer je de muur in de badkamer? Gebruik dan groene gipsplaten, die zijn vochtbestendig.

  • 10

    Kimband met afdichtingspasta om de naad tussen vloer en muur waterdicht te maken in vochtige ruimtes (badkamer en toilet).

  • 11

    Isolatiemes of broodmes om het isolatiemateriaal mee te snijden.

Aan de slag: het stappenplan

1. Maak het raamwerk.

Houten latten schroef je rechtopstaand tegen de muur aan. Is je buitenmuur vochtig? Bestrijk dan eerst de kant van het hout die tegen de buitenmuur aankomt en de kopse kanten met de menie. Het hout neemt dan zo min mogelijk vocht op.
Een metalen raamwerk maak je door eerst een profiel op de vloer en tegen het plafond vast te maken. Daar zet je rechtopstaand de andere profielen.

Zorg dat de afstand tussen het midden van de latten of de profielen net zo breed als de gipsplaten of afwerkplaten. Die zijn meestal 60 cm breed. Het is de bedoeling dat de gipsplaten of afwerkplaten strak tegen elkaar aan komen.

Let op: stopcontacten, radiatoren en kozijnen

Zitten er stopcontacten of radiatoren op de buitenmuur die je gaat isoleren? Dan moet je daar rekening mee houden. Houdt ook rekening met raam- en deurkozijnen.

  • Stopcontacten

    Stopcontacten moet je naar voren plaatsen op de nieuwe wand. Let daarbij op dat je de plekken waar de kabels door de voorzetwand komt luchtdicht afdicht met tape. Heb je geen ervaring met elektriciteit of twijfel je of je dit kunt? Schakel dan altijd een elektricien in.

  • Radiatoren

    Als er een radiator aan de muur komt te hangen, moet je de voorzetwand op die plek verstevigen. Op de plek waar de radiator aan de muur vast zit, plaats je rechtopstaande balkjes. Deze moeten even dik zijn als het raamwerk van latten of stalen profielen. De gipsplaten of OBS-platen komen tegen deze balkjes en het raamwerk aan. De bevestiging van de radiator schroef je door de voorzetwand vast in het balkje.

  • Raamkozijnen en deuren

    Bij raamkozijnen en deuren moet je een aftimmering met hout of gipsplaat maken. Hoe precies hangt erg af van jouw situatie. Bij een bouwmarkt kun je advies krijgen. Maak eventueel een paar foto’s, zodat je de situatie kunt laten zien.

2. Breng het isolatiemateriaal aan

Snijd het isolatie¬materiaal 2 centimeter breder af dan de afstand tussen de latten of profielen.
Klem het isolatiemateriaal tussen de latten of profielen. Zorg dat het materiaal aansluit aan de vloer, muren en het plafond. Kieren en lastige randjes kun je opvullen met restjes glaswol of steenwol.

3. Span de dampremmende folie eroverheen

Breng over het isolatiemateriaal en de latten of profielen een dampremmende folie aan. Je brengt dit folie aan aan de warme kant (de kamerkant) van de voorzetwand. De folie-banen moeten elkaar minstens 10 cm overlappen.

4. Plak de naden af met dampremmende tape

Plak waar de banen folie elkaar overlappen dampremmende tape. En plak ook de naden tussen de vloer, zijmuren en plafond af.

Let op: bij spijkerflensdekens met een aluminiumlaminaat hoef je geen dampremmende folie te gebruiken. De aluminiumlaag komt aan de kant van de kamer. De naden plak je af met aluminium tape.

Komt de voorzetwand in de badkamer? Dan is een dampremmende folie aan te bevelen als extra bescherming tegen vocht.

5. Werk af met gipsplaten, OSB-platen of kant-en-klare platen

Zaag de gipsplaten, houten OSB-platen of kant-en-klare wandplaten op maat. Schroef ze vervolgens op de latten of stalen profielen. Wil je een stevigere wand? Monteer dan eerst een laag OSB-platen en schroef daar gipsplaten tegenaan.
In de badkamer en het toilet moet je vochtbestendige groene gipsplaten gebruiken en de naad tussen de muur en de vloer waterdicht maken met kimband en afdichtingspasta.

6. Klaar: je muur is geïsoleerd!

Hierna kun je de naden afwerken en de muur stuken, behangen, betegelen of verven.

Terug naar boven

Deze site gebruikt alleen cookies om te meten, je bezoek is dus anoniem.