Praktisch over duurzaam

Milieubewust huisdieren houden

Er zijn in Nederland 35 miljoen huisdieren. Meer dan de helft van de gezinnen heeft één of meer honden, katten, vissen, knaagdieren, kippen of vogels. Al die dieren hebben impact op het milieu door hun voer, verzorging, poep en afval. Milieu Centraal geeft tips: waar kun jij op letten bij jouw huisdier?

Bij de keuze van je huisdier denk je waarschijnlijk niet als eerste aan het milieu. Als kattenliefhebber zal je niet gauw een hamster nemen omdat die plantaardig voer eet. En als je gek bent op grote honden zal je niet snel een klein keffertje in huis nemen. Maar welk huisdier je ook hebt, er zijn altijd dingen waar je op kunt letten.

Tips voor je huisdier

  • 1

    Het voer voor je huisdier heeft de meeste milieu-impact. Vleeseters zoals honden en katten hebben meer milieu-impact dan dieren die planten eten (konijnen, hamsters en cavia’s).

  • 2

    Droogvoer voor honden en katten is minder belastend voor het klimaat dan natvoer. Brokjes blijven bovendien langer goed, natvoer uit blikjes of zakjes bederft eerder en gooi je dus sneller weg.

  • 3

    Vers vlees of verse vis heeft een hoge klimaatimpact en je hond of kat heeft het niet nodig.

  • 4

    Tweedehands spullen (hok, krabpaal, aquarium) zijn beter voor het milieu en het scheelt ook nog eens geld.

  • 5

    Vissen hebben veel milieu-impact: een tropisch aquarium is een energieslurper en de vissen komen vaak met het vliegtuig naar Nederland.

  • 6

    Een dier uit het asiel of de opvang is heel blij met een nieuw baasje, en het scheelt weer een nieuw bekje dat gevoed moet worden.

Waarin zit de milieu-impact van huisdieren?

Huisdieren zorgen voor 1% van de klimaatimpact van Nederlandse huishoudens. Een groot deel komt voor rekening van het voer. Daarnaast zorgen de uitwerpselen (poep) voor milieuproblemen. Grote dieren eten en poepen meer dan kleine dieren. Geef je huisdier in elk geval niet te veel voer: veel dieren krijgen meer dan ze nodig hebben.

Spullen voor je huisdier

Spullen voor je huisdier hebben relatief weinig milieu-impact. Dingen waar je op kunt letten zijn: koop niet te veel spullen en koop zoveel mogelijk tweedehands (ontsmet ze dan wel goed). Als je een hok koopt of maakt, kies dan voor hout met FSC-keurmerk, verf of beits op waterbasis, en neem geen geïmpregneerd hout (dit is giftig als je dier eraan knaagt).

Dier op proef of uit het asiel

Een huisdier is hartstikke leuk, maar je zult de eerste niet zijn die na een paar maanden ontdekt dat die leuke kleine pup wel erg veel zorg nodig heeft, of dat de kinderen niet meer naar de konijnen omkijken. Informeer of je een asieldier op proef kunt nemen, of vraag een vriend of kennis eens of zijn huisdier een week mag komen logeren.

Sowieso kun je beter een dier uit het asiel adopteren dan er één uit een nieuw nestje halen. En laat je hond of kat op tijd steriliseren of castreren. Wil je heel graag een nestje jonge katjes of pups? Houd het dan bij één.

Kat en hond liggen bij elkaar. Milieutips voor je hond of kat.

Tips voor honden en katten

De meeste klimaat-impact van een hond of kat zit in het voer. Honden- en kattenvoer bestaat voor 20 tot 45% uit vlees. Meestal zijn dit bijproducten, bijvoorbeeld orgaanvlees, uiers, hanenkammen enzovoort. Maar er kan ook spiervlees in zitten: dit vlees zouden wij mensen ook zelf kunnen opeten (bijvoorbeeld in knakworst, frikandellen of kipnuggets). De rest van het voer bestaat uit granen of andere plantaardige producten. 

Check het etiket

Voor het milieu kun je beter voer geven met dierlijke bijproducten dan met spiervlees. Bijproducten herken je aan woorden als orgaanvlees, dierlijk meel, dierlijk vet, dierlijke nevenproducten en dierlijke bijproducten op het etiket. Als er ‘vlees’ op het etiket staat, is dit waarschijnlijk spiervlees. Verder heeft kip een lagere milieu-impact dan lam of rund. 

Liever brokjes dan blikjes

Hond bij voerbak met brokjes. Droogvoer is beter voor het milieu dan natvoer.

De milieudruk van natvoer is hoger dan die van droogvoer. Dat komt doordat de productie van natvoer meer milieu-impact heeft én doordat natvoer eerder bederft: je gooit er dus meer van weg. Dit laatste kun je voorkomen door niet te veel natvoer tegelijk te geven en geopende zakjes en blikjes in de koelkast te bewaren. Voer dat blijft staan, kun je afdekken of in de koelkast zetten tot je dier er weer om vraagt.

….maar geef sommige katten wel natvoer

Katten zijn vaak dol op natvoer. Maar katten die veel natvoer eten, poepen meer en de poep ruikt vaak ook sterker. Dat betekent dat je de kattenbak vaker zult verschonen en dus meer kattenbakvulling nodig hebt. Toch kan er een goede reden zijn om je kat natvoer te geven, namelijk als je kat weinig drinkt. Via het natvoer krijgt hij dan toch genoeg vocht binnen.

Kan ik mijn hond of kat plantaardig voer geven?

Honden en katten zijn vleeseters, maar honden kun je eventueel ook alleen plantaardig voer geven. Of dat milieuwinst geeft, is maar de vraag. In hondenvoer zitten vooral bijproducten die mensen zelf niet willen eten, zoals hart, longen en uiers. De milieudruk van deze bijproducten is laag, soms zelfs lager dan die van plantaardige ingrediënten (bijvoorbeeld soja waar tropisch bos voor is gekapt). Anders gezegd: je kunt beter bijproducten gebruiken die er tóch zijn, dan speciaal voer gaan verbouwen voor huisdieren. Geef je hond daarom alleen veganistisch voer als je zelf tegen het eten van dieren bent en bespreek met de dierenarts of het goed is voor jouw viervoeter.

Katten hebben wél dierlijke producten (vlees) nodig. Er zijn wel plantaardige kattenbrokjes waar speciale supplementen aan toegevoegd zijn, maar of dat op de lange termijn gezond is voor de kat is niet bekend.

Vers vlees: geen goed idee voor hond of kat

Steeds meer baasjes geven hun hond of kat vers vlees of vis. Dat is geen goed idee: deze dieren lopen het risico op tekorten en gezondheidsproblemen. Ook voor jouw gezondheid kan het een risico zijn, bijvoorbeeld als een hond die rauw vlees heeft gegeten je in je gezicht likt (salmonella). Voor het milieu is het ook geen aanrader: de klimaatimpact van vers vlees is groter dan van nat- of droogvoer.

Medicijnen, poep en meer

Je hond of kat heeft af en toe medicijnen nodig. De meeste geneesmiddelen geven geen milieuproblemen. Wormen in de poep van honden en katten kunnen wel een risico zijn voor de gezondheid van mensen. Laat je hond of kat daarom regelmatig ontwormen. Ruim hondenpoep op en gooi het met zakje en al in de afvalbak of vuilnisbak. Ook kattendrollen horen in de vuilnisbak en niet in de gft-bak (er kunnen ziektekiemen in zitten). Heb je een zandbak voor de kinderen, dek die dan af zodat katten er niet in kunnen poepen.

Kattenbakkorrels horen bij het restafval. Verschoon de bak op tijd maar niet vaker dan nodig is. Als je elke dag de drollen eruit schept, gaat het minder stinken en kan het langer mee. Lees meer over de milieu-impact van kattenbakvulling.

Vlooien kunnen een plaag in huis worden. Lees hoe je milieuvriendelijk vlooien kunt bestrijden.

Twee goudvissen. Tips voor een energiezuinig aquarium.

Tips voor vissen

De vissen voor je aquarium worden meestal ingevlogen uit verre landen. Dit invliegen zorgt voor een groot deel van de milieu-impact. Verder verbruikt een tropisch aquarium veel stroom. Een aquarium met koudwatervissen (allerlei soorten goudvissen) hoef je niet te verwarmen. Het aquarium zelf kun je tweedehands kopen, dat scheelt nieuwe materialen (en geld).

Energiegebruik tropisch aquarium

Een aquarium met tropische vissen gebruikt veel stroom voor verwarming, verlichting en de pomp. Bij een flink tropisch aquarium met pomp kan dit wel 900 kWh per jaar zijn. Dat is ongeveer een derde van wat een gemiddeld huishouden aan stroom verbruikt!

Tips om het energieverbruik te beperken:

  • Zet het aquarium in een kamer die je toch al verwarmt, bijvoorbeeld de woonkamer.
  • Kies voor zuinige led-lampen of eventueel een T5-tl-buis met reflector achter buis.
  • Dek de bak af. Dan gaat er minder warmte verloren.
  • Isoleer ook de bodem en achterkant van het aquarium.
  • Zet de temperatuur niet hoger dan nodig.
  • Koop niet een te grote bak.
Twee konijnen in een hok. Tips om milieubewust knaagdieren te houden.

Tips voor knagers, vogels en kippen

De klimaatimpact van konijnen, hamsters, cavia’s, muizen, ratten, zangvogels en kippen is een stuk minder groot dan die van de andere huisdieren. Dat komt vooral doordat ze plantaardig voer eten, zoals granen, zaden, hooi en wortel. De klimaatdruk van dit voer is klein. Een deel ervan is bovendien bijproduct dat mensen niet eten (sojadoppen, schilfers van palmpitten enzovoort).

Strooisel voor hok of kooi

Knaagdieren doen hun behoefte meestal in het hok. Geschikt strooisel voor op de bodem is: zaagsel van loofhout, berkenhoutsnippers met FSC-keurmerk, stro, snippers gerecycled papier, bodembedekking op basis van hennep, katoen, vlas of mais. Gebruik geen turfstrooisel of zaagsel van naaldbomen. Dat is te stoffig voor de dieren en er kunnen gifstoffen in zitten.

Het strooisel mag met mest en al in de gft-bak of op de composthoop.

Gebruik in de kooi van zangvogels géén schelpenzand: dit heeft een hogere milieu-impact dan andere bodembedekkers. Strooisel van houtvezels, mais of berkensnippers is wel een goede keuze.

Schelpenzand mag niet in de gft-bak, de andere strooisels wel.

Bij kippen is het belangrijk dat je ze niet te veel voer geeft: dit trekt namelijk ongedierte aan. Zorg verder dat muizen en ratten niet bij het voer kunnen.

Kippen kunnen last hebben van bloedluis. Lees hoe je bloedluis milieu- en diervriendelijk bestrijdt.

Dode huisdieren

Graf voor huisdier in tuin. Milieutips voor huisdieren.

Dode huisdieren mogen niet in de vuilnisbak of biobak. Je mag ze wel in de tuin begraven in een gat van minstens 75 cm diep (behalve kippen). Er zijn ook begraafplaatsen en crematoria voor dieren. Je kunt ze ook bij de dierenarts achterlaten, dan gaan ze naar een destructiebedrijf. Daar leveren ze uiteindelijk nog wat energie op. Kippen moeten altijd naar een destructiebedrijf vanwege het risico op ziektes.

Meer informatie

Tips voor de aankoop en verzorging van huisdieren vind je bij het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren en de Dierenbescherming.

Terug naar boven

Deze site gebruikt alleen cookies om te meten, je bezoek is dus anoniem.