Alles over energie en milieu in het dagelijks leven

Klimaatverdrag en beleid

Klimaatverandering is een wereldwijd probleem. Nederland kan dit niet in zijn eentje oplossen: er is een wereldwijde aanpak nodig. Daarom maken veel landen samen afspraken om de CO2-uitstoot te verminderen. 

aardbol handen.jpg

Dat gebeurt bijvoorbeeld in de Verenigde Naties (VN), maar ook in Europa. In december 2015 was er in Parijs weer een VN-klimaattop. De internationale gemeenschap heeft daar bindende afspraken gemaakt om klimaatverandering tegen te gaan. Het streven is zelfs om de opwarming te beperken tot 1,5 graad in 2100.

Klimaatverdrag VN

De Verenigde Naties zijn al sinds de jaren ‘90 bezig met de aanpak van klimaatverandering. In 1992 werd in Rio de Janeiro het Klimaatverdrag gesloten, met afspraken om de uitstoot (‘emissie’) van broeikasgassen te verminderen. Bijna alle landen hebben dit verdrag ondertekend.

Kyoto 1997: eerste stap maar niet genoeg

In 1997 is het Klimaatverdrag van Rio verder uitgewerkt in het Kyoto protocol. De industrielanden spraken toen af om in 2012 ruim 5 procent minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. De doelstelling voor de EU was 8 procent en voor Nederland 6 procent. De VS hebben het protocol nooit ondertekend. Nederland heeft zijn doelstelling van 6 procent gehaald.

Kyoto verlengd tot 2020

Het oorspronkelijke Kyoto protocol liep eind 2012 af. Daarna is het verlengd met een ‘tweede periode’, die loopt tot 2020. Een aantal landen – waaronder Nederland - heeft deze verlenging ook ondertekend. Het doel is aangepast: in 2020 moet de gezamenlijke CO2-uitstoot 18 procent lager zijn dan in 1990. De verlenging is door minder landen ondertekend dan het oorspronkelijke Kyoto Protocol.

Klimaatakkoord Parijs 2015

Op de klimaattop van Parijs heeft de internationale gemeenschap verdergaande en bindende afspraken gemaakt om klimaatverandering tegen te gaan. In het akkoord staat dat in 2100 de opwarming ruim beneden de 2 graden moet zijn gebleven. Het streven is zelfs de opwarming te beperken tot 1,5 graad. Daarvoor moet de uitstoot van alle landen bij elkaar in de loop van deze eeuw flink omlaag. Uiteindelijk moet de CO2-uitstoot in balans zijn met de CO2-opname, bijvoorbeeld door bossen en oceanen. Alle landen hebben hiervoor plannen ingediend, maar die zijn nog onvoldoende om dit doel te halen. Met deze plannen zou de aarde in 2100 ongeveer 2,7 graden warmer zijn. Het is dus nodig dat landen hun plannen bijstellen. Daarom worden de huidige plannen van alle landen in 2018 kritisch bekeken. Vervolgens moeten de landen iedere 5 jaar een nieuw plan indienen om de uitstoot verder te beperken.

In Parijs is verder overeengekomen dat rijke, ontwikkelde landen de ontwikkelingslanden financieel helpen om zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering. Daarvoor gaan ontwikkelde landen vanaf 2020 samen 100 miljard dollar per jaar betalen.

De EU heeft in Parijs namens alle EU-landen een plan ingediend. Daarin staat een bindende doelstelling van 40 procent minder CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990. De EU had dit al eerder onderling afgesproken.

Beleid EU

Doel EU: uitstoot in 2030 met 40 procent verminderen

De EU-landen maakten al eerder afspraken die verder gaan dan Kyoto. In 2020 moeten de EU-landen samen 20 procent minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990. Voor 2030 hebben de EU-landen inmiddels afgesproken dat de CO2-uitstoot 40 procent lager moet zijn dan in 1990. Dit was ook de Europese inzet op de klimaattop in Parijs.

Handel in CO2-rechten

klimaatverandering euro_munt_plant 282x212.jpg (1)

Een belangrijk instrument voor de EU om deze doelen te halen, is het ‘Emission Trading System’(ETS). Dit systeem geldt voor zware industrie en energiebedrijven in de EU. Zij moeten in 2020 21 procent minder CO2 uitstoten dan ze in 2005 deden. Om dat te bereiken, mogen ze onderling emissierechten (uitstootrechten) verhandelen. Energiecentrales en grote bedrijven uit 31 landen (ook Nederland) hebben 'rechten' gekregen om tot een bepaalde grens broeikasgassen uit te stoten. Gaat een bedrijf daar overheen, dan moet het bij een ander bedrijf rechten kopen. Blijft een bedrijf onder de grens, dan kan het overtollige rechten doorverkopen. Een bedrijf dat veel CO2 uitstoot, moet daarvoor betalen. Een bedrijf dat werk maakt van het beperken van de CO2 uitstoot, kan kosten besparen. Maar door de economische crisis blijven de meeste bedrijven vanzelf al onder de grens. Het systeem werkt dus nog niet goed. De EU onderzoekt hoe ze het ETS-systeem kan verbeteren.

Extra doelen EU

De EU wil ook dat er in 2020 20 procent minder energie wordt gebruikt en dat 20 procent van de gebruikte energie van hernieuwbare bronnen komt (zon, wind, biomassa enzovoort).

Doelen voor Nederland

Zware industrie en grote energiebedrijven in Nederland vallen onder het ETS. Maar niet alleen de zware industrie moet de uitstoot beperken. Dat moet ook gebeuren in kleinere bedrijven, in het vervoer en in huishoudens. Daarvoor heeft ieder EU-land een eigen doelstelling. Voor Nederland is het doel 16 % minder CO2-uitstoot in 2020 dan in 2005.

Hoe pakt Nederland het aan?

Nederland stimuleert het gebruik van schone energiebronnen zoals windenergie en zonne-energie. In 2020 moet 14 procent van de gebruikte energie ‘schoon’ zijn. Verder bevordert de overheid duurzame mobiliteit, ander materiaalgebruik en het energiezuinig maken van gebouwen en huizen. Ook wil het kabinet het Europese emissiehandelssysteem (ETS) aanscherpen. Afspraken staan onder andere in het SER Energieakkoord. Het klimaatbeleid van Nederland voor de langere termijn (tot 2030) staat in de Klimaatagenda.
Nederland ligt op koers om het gestelde doel van 16 procent minder uitstoot voor 2020 te halen. Dit komt voor een deel door beleid, maar ook door de economische crisis.

Rechter: Nederland moet meer doen

Op 24 juni 2015 oordeelde de rechtbank Den Haag dat Nederland meer moet doen tegen de klimaatverandering. Als we de opwarming van de aarde willen beperken tot 2 graden, moet de CO2-uitstoot in 2020 minstens 25 tot 40 procent lager zijn dan in 1990. Daarom moet Nederland van de rechter zorgen dat de Nederlandse CO2-uitstoot in 2020 minstens 25 procent lager is dan in 1990. De Stichting Urgenda had hierom gevraagd. De Nederlandse staat is in beroep gegaan tegen de uitspraak, maar probeert wel om de 25 procent te halen.

Terug naar boven