Alles over energie en milieu in het dagelijks leven

Landbouw en milieu

De manier waarop we ons voedsel produceren, heeft grote invloed op het milieu. Vooral de landbouw heeft veel impact. Milieu Centraal zet verschillende milieugevolgen van landbouw op een rij.

landbouw gif 282x212.jpg

Voedselproductie is de grootste bron van milieubelasting. Twintig tot dertig procent van alle milieubelasting die we veroorzaken, hangt samen met onze voeding. Vooral de landbouwsector heeft een grote impact.

Van al het land dat mensen gebruiken, is een derde in gebruik voor voedselproductie. Ook een derde van al het transport houdt verband met voedselproductie, net als driekwart van al het zoetwatergebruik, en een vijfde van het wereldwijde verbruik van energie. Ook gewasbeschermingsmiddelen en mest hebben hun effect.

Er zijn verschillende methoden van landbouw: gangbare landbouw, biologische landbouw, en er zijn tussenvormen. Meer hierover op Biologisch.

Mest en mineralen

Mest en mineralen, zoals fosfaat, nitraat en ammoniak, zijn nodig om gewassen te laten groeien. Gebruik van te veel dierlijke mest en kunstmest leidt echter tot vervuiling van bodem, water en lucht en tast de diversiteit van de natuur aan. Een ander gevolg is dat het grondwater verontreinigd raakt met nitraat. Door inkrimping van de veestapel zijn de afgelopen jaren de nitraatconcentraties substantieel gedaald en is ook het mestoverschot gehalveerd.

Gewasbeschermingsmiddelen 

Boeren gebruiken gewasbeschermingsmiddelen ('bestrijdingsmiddelen') om plagen of onkruid te bestrijden. Door wind en regen komen deze middelen ook buiten de akkers terecht. Veel bestrijdingsmiddelen zijn niet alleen giftig voor de plaag of het onkruid, maar ook voor andere planten en dieren. Zo kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen de natuur aantasten.

Energiegebruik en klimaat 

landbouw milieubelasting kas 282x212.jpg

De landbouw veroorzaakt 27 procent van de Nederlandse bijdrage aan het broeikaseffect. Voor een deel komt dat doordat voor het bedrijven van landbouw energie nodig is. Bij het gebruik van fossiele brandstoffen komt het broeikasgas CO2 vrij. De glastuinbouw stoot de meeste CO2 uit: 80 procent van de uitstoot door landbouw. Dit komt doordat veel energie nodig is voor het verwarmen en verlichten van kassen. Verder komt er CO2 vrij door het directe energiegebruik op het bedrijf, en door het indirecte energiegebruik voor de productie van bijvoorbeeld veevoer.

Andere broeikasgassen zijn methaan (CH4) en lachgas (N2O). Bij herkauwers (zoals koeien en schapen) komt bij de vertering methaan vrij. De landbouw zorgt voor 42 procent van de methaanuitstoot in Nederland en de veeteelt heeft hier de grootste bijdrage aan. Lachgas ontstaat onder meer bij een hoge bemesting en daardoor snelle afbraakprocessen in de bodem.

Landgebruik

De FAO schat dat van de 50 miljoen vierkante kilometer die de mens in gebruik heeft voor landbouw, bijna 40 miljoen vierkante kilometer in gebruik is voor veeteelt. Hiervan is bijna 35 miljoen vierkante kilometer grasland, 5 miljoen vierkante kilometer wordt gebruikt als akkerland om veevoer te telen. In Nederland beslaat landbouw zestig procent van de ruimte. Daarmee is ze belangrijk voor het landschapsbeheer. Het landelijk gebied vormt door verstedelijking en intensieve landbouw een steeds grotere barrière voor planten en dieren. De melkveehouderij, akkerbouw, en vollegrondstuinbouw kunnen een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteit van het landschap. De glastuinbouw en de intensieve veehouderij dragen volgens velen weinig positiefs bij aan natuur en landschap.

Verdroging

Nederland is in de afgelopen 50 jaar een stuk droger geworden, ondanks de (bijna) overstromingen in het gebied van de grote rivieren en de soms overvloedige neerslag. De landbouw draagt meer dan zestig procent bij aan de verdroging. Niet alleen wordt in droge periodes beregend, maar ook wordt het grondwaterpeil naar beneden gebracht omdat de grond anders te nat zou zijn voor landbouwgewassen.

Verdroging is een milieuprobleem omdat veel van de karakteristieke planten en de daar weer van afhankelijke dieren, van natte en vochtige standplaatsen verdwijnen of dreigen te verdwijnen. Ter compensatie voor de verlaging van de grondwaterstand voeren waterbeheerders water van elders aan. Doorgaans bevat dit water veel meer meststoffen dan het oorspronkelijke water, waardoor verruiging optreedt: de oorspronkelijke vegetatie die op voedselarme bodems groeide, wordt verdrongen door andere planten.

Genetische modificatie van gewassen

Bij genetische modificatie in de landbouw wordt het erfelijk materiaal van landbouwgewassen aangepast, zodat bepaalde eigenschappen veranderen. Dat levert economisch voordeel op, maar over de milieugevolgen zijn veel mensen het oneens.

Meer hierover op Genetische modificatie van gewassen.

Dierenwelzijn en diergezondheid

Voor het dierenwelzijn in de veehouderij zijn wettelijke normen vastgesteld in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Er zijn in internationaal verband vijf vrijheden voor het dier opgesteld. Deze vrijheden houden in dat dieren vrij zijn van dorst, honger en onjuiste voeding; van fysiek en fysiologisch ongerief; van pijn, verwondingen en ziektes; van angst en chronische stress; en vrij om hun natuurlijke (soorteigen) gedrag te vertonen. De dagelijkse praktijk is voor veel dieren echter nog anders.

Terug naar boven