Alles over energie en milieu in het dagelijks leven

Vlees

Als je de Nederlandse veestapel verdeelt over de inwoners, dan zou elke inwoner bijna 5 kippen en een eigen varken hebben, en 1 van de 4 mensen zou een koe bezitten. Dat heeft grote gevolgen voor het milieu.

vlees-2012.jpg

In Nederland eten we jaarlijks zo'n 40 kilo vlees per persoon (rund, varken en kip samen). Dat is ruim 2 keer zo veel als 50 jaar geleden. Daarnaast exporteren we ook veel vlees: ruim driekwart van het geproduceerde vlees gaat Nederland uit. De veehouderij die al dat vlees produceert, stoot broeikasgassen uit, verbruikt veel water, heeft wereldwijd veel ruimte nodig voor de verbouw van veevoer en kan een mestprobleem veroorzaken. Minder vlees eten is de effectiefste manier om dat tegen te gaan.

Tips milieuvriendelijker vlees eten

  • 1

    Gezond eten kan prima zonder vlees. Zorg wel dat je goed varieert. Kijk voor inspiratie op Vlees, vis of vega of Recepten.

  • 2

    Vind je dierenwelzijn of milieu belangrijk, kies dan voor vlees met het Europese keurmerk voor biologisch (het groene blaadje), Demeter of het Beter Leven Keurmerk 2 of 3 sterren. Kijk voor meer informatie in de Keurmerkenwijzer.

Milieugevolgen vleesproductie

Hier lees je meer over de algemene milieugevolgen van veeteelt. Wil je meer weten over biologische veeteelt, kijk dan op Biologisch.

Broeikasgassen

Bij het houden van vee komen gassen vrij die bijdragen aan het broeikaseffect en klimaatverandering. De belangrijkste zijn kooldioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O). Herkauwers (zoals koeien en schapen) produceren methaan als ze voedsel verteren. Uit opgeslagen mest komen methaan en lachgas (N2O) vrij. Het gebruik van mest en kunstmest op het land leidt ook tot de uitstoot van lachgas. Zowel lachgas als methaan zijn veel sterkere broeikasgassen dan CO2.

De totale uitstoot van broeikasgas van de Nederlandse land- en tuinbouw is sinds 1990 sterk afgenomen. De daling is het gevolg van energiebesparing in de glastuinbouw, inkrimping van de veestapel (koeien en varkens) en het strengere mestbeleid.

Ook het transport van veevoer, vee en dierlijke producten veroorzaakt uitstoot, maar die is klein vergeleken met de andere bronnen. Bij ontbossing en bij de omzetting van grasland in bouwland komen wel aanzienlijke hoeveelheden CO2, methaan en lachgas vrij uit de bodem.

Problemen door mest

De veehouderij produceert meer mest dan we kunnen gebruiken voor bemesting van weilanden en akkers. Bepaalde stoffen uit mest, zoals fosfaat, nitraat en ammoniak, kunnen door regen of wind terechtkomen in het grond- en oppervlaktewater. Dat zorgt voor verzuring en vermesting van de natuur.

Sommige plantensoorten, zoals bramen en brandnetels, gaan woekeren als ze te veel meststoffen krijgen. Meststoffen zorgen ook voor een te hoge concentratie nitraat in oppervlakte- en grondwater. Om dit water geschikt te maken voor drinkwater, moet het extra gezuiverd worden. Dat is in delen van Nederland al het geval. Te veel fosfaat in het oppervlaktewater zorgt voor overbegroeiing van algen en waterplanten. Daardoor vermindert de hoeveelheid zuurstof in het water, en dat kan schadelijk zijn voor vissen. De hoeveelheid fosfaat die in de natuur belandt, is de afgelopen jaren gedaald door aangescherpt beleid.

Ammoniak veroorzaakt niet alleen vermesting maar ook verzuring. Daardoor verdwijnen bepaalde plantensoorten, en andere varen er juist wel bij. Deze verschuiving in plantensoorten betekent vaak een verlies aan biodiversiteit. Verder veroorzaakt verzuring schade aan gebouwen en vervuiling van het grondwater.

Sinds 1980 is de ammoniakuitstoot in de landbouw bijna gehalveerd. In eerste instantie doordat steeds meer dierlijke mest op een andere manier werd uitgereden: drijfmest wordt niet langer gesproeid, maar geïnjecteerd in de bodem. In de afgelopen 10 jaar is de ammoniakuitstoot verder teruggedrongen door een krimpende veestapel, door stallen zo te bouwen dat er minder gassen vrijkomen, door het zuiveren van de lucht in de stallen en door het afdekken van mestsilo's.

In de reguliere veehouderij worden antibiotica gebruikt om infecties te voorkomen en te bestrijden. Daardoor kunnen bacteriën resistent worden en zijn mensen moeilijker te genezen als ze van die bacterie ziek worden.

Antibiotica

In de reguliere veehouderij worden antibiotica gebruikt om infecties te voorkomen en te bestrijden. Het grootste nadeel is dat bacteriën ongevoelig kunnen worden (resistent) voor antibiotica, waardoor mensen moeilijker te genezen zijn als ze van die bacterie ziek worden. Het bekendste voorbeeld van een resistente bacterie is de MRSA-bacterie, ook wel ziekenhuisbacterie genoemd. In de biologische veehouderij is het toedienen van antibiotica ter voorkoming van ziekte niet toegestaan, wel - onder strenge voorwaarden - voor de behandeling van ziektes.

Sinds 2006 mag antibiotica niet meer gebruikt worden om de groei te bevorderen. Sindsdien is het gebruik van antibiotica gedaald: in 2014 werd 64 procent minder antibiotica gebruikt dan in 2006. Verder was het doel om in 2015 70 procent minder antibiotica te gebruiken dan in 2009. Dit doel is niet gehaald: de daling bleef steken op 58 procent.

Biologisch vlees

EU logo biologisch 100x67.jpg

Voor biologische veeteelt gelden strenge eisen. Biologisch vlees, te herkennen aan het Europese keurmerk voor biologische landbouw (groen blaadje), voldoet aan de eisen van de biologische landbouw, opgesteld door de Europese Unie en vastgelegd in Nederlandse wetgeving.

Biologisch gehouden dieren gaan bijvoorbeeld het hele jaar door naar buiten, en hebben ook binnen meer ruimte. Lees meer over Biologisch vlees.

Duurder

Biologische producten zijn gemiddeld anderhalf keer zo duur als gangbare producten. Dat geldt ook voor biologisch vlees. De prijs ligt hoger omdat dieren meer ruimte krijgen, biologisch voer eten en (dat geldt voor slachtkuikens) langzamer groeien.

Dierenwelzijn

In de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren staat dat een dier zich zo moet voelen, dat het zich niet abnormaal gedraagt. Het mag geen honger en pijn lijden. De wet geldt voor landbouwdieren en hobbydieren. Door deze wet worden stallen steeds beter aangepast aan de dieren.

Juiste omstandigheden niet altijd duidelijk

De meningen zijn verdeeld over wat precies 'de juiste' omstandigheden zijn voor het houden van dieren. Over extreme situaties is er vaak wel overeenstemming: varkens mogen sinds 2009 bijvoorbeeld alleen nog onder verdoving worden gecastreerd. Maar bij andere dingen ligt het moeilijker. Zo is er discussie of het beter is om een koe en kalf na de geboorte bij elkaar te laten of juist niet, en als je ze bij elkaar laat, voor hoeveel maanden. Deskundigen zijn het daarover niet eens.

Dierenbelangenorganisaties geven wel aan dat het dierenwelzijn in de veehouderij in het algemeen beter kan. 

Keurmerken

Naast biologisch vlees is er vlees te koop met andere keurmerken die eveneens meer diervriendelijkheid garanderen dan wettelijk is voorgeschreven. Punten waarop de dieren het beter hebben zijn bijvoorbeeld een groter leefoppervlak dan dieren in de intensieve veehouderij, strooisel en daglicht in de stal en minder pijnlijke ingrepen. Ook een uitloop naar buiten hoort tot de mogelijkheden, en een stressarm transport naar het slachthuis.

Een overzicht van keurmerken vind je in de Keurmerkenwijzer

Klimaat of / en dierenwelzijn?

Dierenwelzijn gaat helaas niet altijd hand in hand met een goed klimaat. Nederlands vlees uit de gangbare veehouderij is beter voor het klimaat dan vlees van dieren met een hoog dierenwelzijn. Gangbare kippen hebben het laagste dierenwelzijn, maar zijn ook het minst slecht voor het klimaat. 

Dat stelt jou voor een dilemma: moet ik kiezen voor het dier of voor het klimaat? Een oplossing kan zijn dat je kiest voor vlees van een dier met een lagere klimaatbelasting, maar wel met een keurmerk voor dierenwelzijn. Voor het klimaat is het eten van kip het minst slecht, gevolgd door varken en daarna rund. Kip met een keurmerk voor dierenwelzijn als biologisch, Demeter of Beter Leven kenmerk 3 sterren is een mooie tussenoplossing. Deze dieren hebben een beter leven dan gangbaar gehouden kippen. Ze zijn wel iets minder goed voor het klimaat, maar de verschillen met gangbaar gehouden kippen zijn niet zo groot. Vlees van kippen met een keurmerk voor dierenwelzijn is in elk geval beter voor het klimaat dan varkensvlees of rundvlees (ook van gangbare dieren).

Dat maakt kip met één van deze keurmerken een goede keuze voor het klimaat én voor het dier. Zie ook Vlees, vis of vega.

Standpunten

Overheid

De overheid en de meeste boeren zijn het eens dat de intensieve veehouderij milieu- en diervriendelijker moet. De biologische veehouderij wordt gezien als een goed voorbeeld. Het ministerie van Economische zaken streeft naar een jaarlijkse groei van 15 procent van het aandeel diervriendelijk en duurzaam geproduceerd vlees en eieren in winkels en bedrijfsrestaurants.

Land- en tuinbouworganisatie Nederland (LTO)

De LTO ziet de biologische land- en tuinbouw als een van de belangrijke voortrekkers op het gebied van duurzame bedrijfsvoering. De milieuvriendelijke, arbeidsintensievere productiewijze, met korte kringlopen, en korte lijnen naar de consument heeft een positieve uitstraling waar de hele land- en tuinbouw van kan profiteren.

Wakker Dier

Wakker Dier komt op voor dieren in de vee-industrie, waar per jaar meer dan 550 miljoen dieren een ellendig leven leiden in kleine hokken met roostervloeren in donkere schuren. Wakker Dier bestrijdt de vee-industrie en promoot de biologische sector, waar dieren wel voldoende ruimte hebben om te scharrelen.

Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL)

Het CBL is mede ondertekenaar van het Convenant marktontwikkeling verduurzaming dierlijke producten. Het CBL heeft ook beleid op het punt van dierenwelzijn. Zo heeft het CBL nadere eisen opgesteld voor diertransport zodat in de toekomst het dierwelzijn tijdens het transport beter gewaarborgd is en het CBL heeft afspraken gemaakt over het verdoofd castreren van varkens.

Meer informatie

  • Het Voedingscentrum geeft uitgebreide informatie over vlees
  • Het CBL geeft op haar website informatie over haar duurzaamheidsbeleid. 
Terug naar boven