Praktisch over duurzaam

Vlees

Vlees veroorzaakt 40% van de klimaatbelasting door voedsel van de gemiddelde Nederlander. Vlees heeft zoveel impact omdat voor de productie van 1 kilo vlees ongeveer 5 kilo plantaardig voer nodig is. Minder vlees eten is dus goed voor het klimaat. 

vlees-2012.jpg

In Nederland eten we jaarlijks zo'n 40 kilo vlees per persoon (rund, varken en kip samen). Dat is ruim 2 keer zo veel als 50 jaar geleden. Daarnaast importeren en exporteren we ook veel vlees. De veehouderij die al dat vlees produceert, stoot broeikasgassen uit, verbruikt veel water, heeft wereldwijd veel ruimte nodig voor de verbouw van veevoer en kan een mestprobleem veroorzaken. Minder vlees eten is de effectiefste manier om dat tegen te gaan.

Tips milieuvriendelijker vlees eten

  • 1

    Gezond eten kan prima met minder vlees. Kook vaker vegetarisch en gebruik kleinere porties vlees: geef groente de hoofdrol. Lees meer over vlees, vis of vega en vind recepten.

  • 2

    Als je vlees eet en op het klimaat wilt letten, kies dan voor kip in plaats van rund (rood vlees). Vergelijk de CO2-uitstoot van eiwitrijke producten. 

  • 3

    Vind je dierenwelzijn of milieu belangrijk, kies dan voor vlees met het Europese keurmerk voor biologisch (het groene blaadje), EKO, Demeter of het Beter Leven Keurmerk 2 of 3 sterren. Kijk voor meer informatie in de Keurmerkenwijzer.

In een oogopslag duurzaam vlees kiezen

Wat voor vlees heb jij in de kuip? Kies een topkeurmerk voor vlees.

Milieugevolgen vleesproductie

Hier lees je meer over de algemene milieugevolgen van veeteelt. Wil je meer weten over biologische veeteelt, kijk dan op Biologisch.

Broeikasgassen

Bij het houden van vee komen gassen vrij die bijdragen aan het broeikaseffect en klimaatverandering. De belangrijkste zijn kooldioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O). Herkauwers (zoals koeien en schapen) produceren methaan als ze voedsel verteren. Uit opgeslagen mest komen methaan en lachgas (N2O) vrij. Het gebruik van mest en kunstmest op het land leidt ook tot de uitstoot van lachgas. Zowel lachgas als methaan zijn veel sterkere broeikasgassen dan CO2.

Het verbouwen en vervoeren van veevoer veroorzaakt veel uitstoot. In veevoer zit vaak soja uit Zuid-Amerika. Voor de sojateelt worden grote stukken natuurgebied  omgezet in bouwland. Bij de omzetting van oerwoud of grasland in bouwland komen veel broeikasgassen vrij uit de bodem. Transport bepaalt ook een deel van de klimaatimpact, want bij het vervoer van vee en veevoer komen ook broeikasgassen vrij.

Problemen door mest

De veehouderij produceert meer mest dan nodig is voor bemesting van weilanden en akkers. Bepaalde stoffen uit mest, zoals fosfaat, nitraat en ammoniak, kunnen door regen of wind terechtkomen in het grond- en oppervlaktewater. Dat zorgt voor verzuring en vermesting van de natuur. Dit zorgt voor een afname van de biodiversiteit op land en in het water. Voor schoon drinkwater moet het vervuilde oppervlakte- en grondwater extra gezuiverd worden. Door strengere regels komt er minder fosfaat en ammoniak in de natuur terecht. 

Fijnstof door veehouderij

De ammoniak die vrijkomt bij veeteelt kan in de lucht reageren tot fijnstof. De veehouderij produceert ook fijnstof uit mestdeeltjes, voerdeeltjes, huidschilfers, deeltjes van veren en haren die verwaaien vanuit stallen. Het inademen van fijnstof is ongezond voor mensen. Lees meer over luchtvervuiling en fijnstof. Veehouderijen kunnen voor flinke stankoverlast zorgen in de directe omgeving van het bedrijf.

Antibiotica

In de veehouderij worden antibiotica gebruikt om infecties te bestrijden. Het grootste nadeel is dat bacteriën ongevoelig kunnen worden (resistent) voor antibiotica, waardoor mensen moeilijker te genezen zijn als ze van die bacterie ziek worden. Het bekendste voorbeeld van een resistente bacterie is de MRSA-bacterie, ook wel ziekenhuisbacterie genoemd.

Sinds 2006 mag antibiotica binnen de EU niet meer gebruikt worden om de groei te bevorderen. Sindsdien is het gebruik van antibiotica in Nederland gedaald.

Kringlooplandbouw en vlees

Bij kringlooplandbouw worden voedingstoffen optimaal gebruikt. Het vee eet alleen restproducten uit de akkerbouw, tuinbouw en voedingsmiddelenindustrie of gras van niet voor akkerbouw geschikte graslanden. De mest dient als voedingsstof om weer producten mee te kunnen verbouwen. De kringloop kan alleen gesloten worden als we wereldwijd minder vlees eten. De vraag is zo groot dat het vee niet genoeg voer heeft aan restproducten of grasland uit de omgeving. Voer komt van over de hele wereld en hierdoor ontstaat hier een mestoverschot terwijl ergens anders een tekort aan grondstoffen ontstaat. 

Biologisch vlees

EU logo biologisch 100x67.jpg

Voor biologische veeteelt gelden strenge eisen. Biologisch vlees, te herkennen aan het Europese keurmerk voor biologische landbouw (groen blaadje), voldoet aan de eisen van de biologische landbouw, opgesteld door de Europese Unie en vastgelegd in Nederlandse wetgeving.

Biologisch gehouden dieren gaan bijvoorbeeld het hele jaar door naar buiten, en hebben ook binnen meer ruimte. Daarnaast zijn er eisen voor biologisch voer. en Lees meer over Biologisch vlees.

Duurder

Biologische producten zijn gemiddeld anderhalf keer zo duur als gangbare producten. Dat geldt ook voor biologisch vlees. De prijs ligt hoger omdat dieren meer ruimte krijgen, biologisch voer eten en (dat geldt voor slachtkuikens) langzamer groeien.

Dierenwelzijn

In de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren staat dat een dier zich zo moet voelen, dat het zich niet abnormaal gedraagt. Het mag geen honger en pijn lijden. De wet geldt voor landbouwdieren en hobbydieren. Door deze wet worden stallen steeds beter aangepast aan de dieren.

Juiste omstandigheden niet altijd duidelijk

De meningen zijn verdeeld over wat precies 'de juiste' omstandigheden zijn voor het houden van dieren. Over extreme situaties is er vaak wel overeenstemming: varkens mogen sinds 2009 bijvoorbeeld alleen nog onder verdoving worden gecastreerd. Maar bij andere dingen ligt het moeilijker. Zo is er discussie of het beter is om een koe en kalf na de geboorte bij elkaar te laten of juist niet, en als je ze bij elkaar laat, voor hoeveel maanden. Deskundigen zijn het daarover niet eens.

Dierenbelangenorganisaties geven wel aan dat het dierenwelzijn in de veehouderij in het algemeen beter kan. 

Keurmerken

Naast biologisch vlees is er vlees te koop met andere keurmerken die eveneens meer diervriendelijkheid garanderen dan wettelijk is voorgeschreven. Punten waarop de dieren het beter hebben zijn bijvoorbeeld een groter leefoppervlak dan dieren in de intensieve veehouderij, strooisel en daglicht in de stal en minder pijnlijke ingrepen. 

Een overzicht van keurmerken vind je in de Keurmerkenwijzer

Meer informatie

  • Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit staat voor een eerlijke en verantwoorde landbouw en visserij. Boeren, tuinders en vissers moeten economisch perspectief hebben en produceren in verbondenheid met waarden van duurzaamheid en welzijn. Het ministerie streeft naar een omslag naar kringlooplandbouw in 2030.
  • Wakker Dier komt op voor dieren in de vee-industrie. Wakker Dier bestrijdt misstanden in de vee-industrie en promoot de biologische sector, waar dieren meer ruimte krijgen onder betere omstandigheden.
  • De website Duurzamer eten is een centraal punt waar alle schakels van de agrofood-keten zijn terug te vinden en daarmee uniek in Europa. Op duurzamereten.nl beschrijven bedrijven aan de hand van 9 thema’s  hun inspanningen, ambities en resultaten. 
  • Het Voedingscentrum informeert over een gezonde, veilige en meer duurzame voedselkeuze. Onder andere ook over vlees eten en vervangen door andere producten. 
  • Wageningen University & Research doet onderzoek naar duurzame en efficiënte voedselproductie. Bijvoorbeeld onderzoek naar vleesconsumptie en kringlooplandbouw.
Terug naar boven

Deze site gebruikt alleen cookies om te meten, je bezoek is dus anoniem.