Praktisch over duurzaam

Warmtenet: verwarmen zonder aardgas

Met een warmtenet in een wijk kun je huizen verwarmen. Daardoor hoeft er niet meer in ieder huis een cv-ketel op aardgas te hangen. De verwachtingen voor warmtenetten zijn hoog: in 2050 zou de helft van de wijken een warmtenet kunnen hebben. Wat is een warmtenet eigenlijk, en waar krijg je als bewoner mee te maken? 

warmtenet_WEB.jpg

Een warmtenet staat ook wel bekend als stadsverwarming of blokverwarming. Het is een soort cv-installatie in het groot. Je hebt ergens in de wijk een centrale ‘ketel’ (een warmtebron). Met buizen gaat het warme water naar de huizen. Via een speciaal 'kastje’ (warmtewisselaar) kun je de warmte gebruiken voor verwarming en warm water. Het afgekoelde water gaat terug naar de ‘ketel’, die het weer opwarmt. In duurzame warmtenetten wordt aardwarmte of restwarmte gebruikt, bijvoorbeeld van een elektriciteitscentrale, fabriek of datacenter. Als de warmtebron duurzaam is, levert een warmtenet veel klimaatwinst op.

5 Weetjes over warmtenetten

  • 1

    Waarschijnlijk komen er vooral warmtenetten in wijken waar de huizen dicht op elkaar staan.

  • 2

    Een warmtenet met een duurzame bron zorgt naar schatting voor 50 tot 70 procent minder CO2-uitstoot dan cv-ketels op gas.

  • 3

    Je woning wordt op het warmtenet aangesloten met een klein kastje, de warmtewisselaar. Aan je radiatoren of vloerverwarming verandert niets: die houd je gewoon.

  • 4

    In huis regel je de temperatuur zoals je gewend bent: met een thermostaat in de kamer en knoppen op je radiatoren.

  • 5

    Warmtenet of niet: het is altijd een goed idee om je huis te isoleren!

Daarom warmtenetten

Om klimaatverandering tegen te gaan, gaat Nederland aardgasvrij wonen. Hoe? De 3 belangrijkste alternatieven zijn elektrische warmtepompen, groen gas en warmtenetten.

Met warmtepompen alleen redden we het niet in Nederland. Het is waarschijnlijk onmogelijk om genoeg duurzame stroom op te wekken om alle huizen elektrisch te verwarmen met warmtepompen. Bovendien zijn niet alle woningen zo goed te isoleren (en ventileren) dat ze geschikt zijn voor een volledige warmtepomp. Daarom zijn er alternatieven nodig voor de omschakeling naar wonen zonder aardgas. Een warmtenet is één van de mogelijkheden.

Warmtenetten zijn niet nieuw, maar worden in Nederland nog niet veel toegepast. Zo’n 5 procent van alle woningen in Nederland is aangesloten op een warmtenet. Een deel van die warmtenetten gebruikt bovendien nog aardgas. 

Hoe duurzaam zijn warmtenetten?

Een warmtenet met een duurzame bron zorgt in de huidige omstandigheden naar schatting voor 50 tot 70 procent minder uitstoot van het broeikasgas CO2, vergeleken met iedereen een eigen cv-ketel op aardgas. Er zijn geen nauwkeurige cijfers beschikbaar.

Hoe duurzaam een warmtenet is, hangt af van:

  • de warmtebron, bijvoorbeeld restwarmte, biomassa of geothermie (aardwarmte);
  • de hulp-warmtebron die eventueel bijspringt op heel koude dagen;
  • hoe groen de stroom is voor alle elektrische pompen;
  • de temperatuur van het warme water (hoe lager, hoe minder energieverlies).

4 Duurzame warmtebronnen

Lees meer over 4 duurzame warmtebronnen.

  • Restwarmte van industrie of afvalverbrandingsinstallaties

    Restwarmte is energie van de industrie of verbrandingsinstallaties, die bij bedrijven overblijft na het productieproces. Je kunt die warmte ongebruikt lozen in de omgeving, of hergebruiken. Het laatste ligt vanuit duurzaamheid gezien voor de hand. Punt van discussie is dat de industrie eigenlijk minder energie zou moeten gebruiken. En de industrie gebruikt nog vooral fossiele energie, dus de restwarmte heeft ook een fossiele bron. Aan de andere kant is het een verspilling om restwarmte niet te gebruiken. Het idee is om nu de restwarmte als bron voor een warmtenet te gebruiken, en die later (als de industrie energiezuiniger is) te vervangen door aardwarmte.

  • Aardwarmte (geothermie)

    Aardwarmte is warmte uit waterhoudende aardlagen van 1 tot 3 kilometer diep. Het staat ook bekend als geothermie. De warmte is doorgaans van hoge temperatuur, maximaal 120 graden. In het Westland gebruiken tuinders al geothermie voor het verwarmen van kassen. In meer gebieden in Nederland zijn geschikte locaties, maar er moet ook nog veel in kaart worden gebracht. Het boren naar nieuwe bronnen zal daarom nog wel een paar jaar duren. Lees verder op Aardwarmte.

  • Biomassa

    Voorbeelden van biomassa zijn snippers van hout of van snelgroeiende planten. Groeiende bomen en planten nemen CO2 op, bij verbranding komt de CO2 terug in de lucht. Als je niet méér verbrandt dan er aangroeit, is er netto geen CO2-uitstoot. Maar er is discussie over hoeveel biomassa er op een duurzame manier geproduceerd kan worden, zonder ontbossing of verdringing van landbouwgrond. En over wat het klimaateffect is van extra CO2 die pas later weer wordt vastgelegd door bomen en planten (de ‘koolstofschuld’). Lees verder op Biomassa.

  • Bodemwarmte samen met een warmtepomp

    Met behulp van een grote, gezamenlijke elektrische warmtepomp kan ook de warmte in de bodem (tussen de 100 en 300 meter diep) een bron voor een warmtenet zijn. Dat gebeurt met warmte-koude opslag (WKO). Dat is een systeem voor verwarming in de winter en koeling in de zomer. In de bodem is de temperatuur zo’n 13 graden. Er worden 2 putten van 100 tot 300 meter geboord. De ene put levert in de winter de warmte voor een warmtepomp, die er verwarmingswater van 40 graden van maakt. Het afgekoelde grondwater gaat vervolgens terug de grond in naar de andere put. In de zomer wordt water uit de koudere put gebruikt voor koeling, en gaat het warmer terug de eerste put in. Dit helpt om de bron in balans te houden.

Warmtenetten met hoge en lage temperatuur

Warmtenetten verschillen van elkaar in de temperatuur die ze leveren. Hoe lager de temperatuur, hoe duurzamer. Maar daarvoor de moeten huizen wel goed geïsoleerd zijn.

90 graden is energieverspilling

Als het warmtenet warm water levert van 90 graden, net zoals een hr-ketel kan, is ieder huis geschikt voor een aansluiting op een warmtenet. Ook al is het slecht geïsoleerd. Nadeel is dat opwekken van zulke hoge temperatuur niet zo efficiënt is. En warmtenetten met water van 90 graden verliezen naar verhouding veel energie tijdens het rondpompen van de ketel naar de woningen in een wijk. Bovendien is een slecht geïsoleerde woning een energieslurper. Voor een duurzame energievoorziening is een lagere temperatuur beter.

70 graden is een compromis

Met verwarmingswater van 70 graden kun je een matig geïsoleerd huis goed verwarmen. Voor een duurzame energievoorziening is een nog lagere temperatuur (minder energieverlies) en betere isolatie wenselijk. Maar in oudere wijken is betere isolatie soms lastig te realiseren. Daar kan een warmtenet van 70 graden uitkomst bieden.

50 tot 55 graden is duurzame keuze voor bestaande wijken

Met verwarmingswater van 50 tot 55 graden is het energieverlies van warmtenetten beperkt. Je huis is geschikt als je isolatie goed is. Maar het hoeft niet per se van het isolatieniveau ‘bijna energieneutraal’ te zijn. Voor 50-55 graden heb je genoeg aan de volgende isolatie: zeer goede dakisolatie aan de binnenkant van het dak (Rc = 4), zeer goede vloerisolatie (Rc =3,5), ten minste spouwmuurisolatie, en HR++ glas in de ramen. Dit isolatieniveau is haalbaar in veel bestaande wijken.

Door de lagere temperatuur is de capaciteit van je radiatoren misschien wel te klein. Een aanvulling is dan nodig, zie Lage temperatuurverwarming.

Voor warm water in keuken en badkamer is een naverwarmer nodig. Om besmetting met Legionella te voorkomen moet het kraanwater in een boiler minstens een keer per week tot boven de 60 graden verwarmd worden.

40 graden voor duurzame nieuwbouwwijken

In pas gebouwde of nog te bouwen wijken zijn woningen standaard zo goed geïsoleerd dat ze geschikt zijn voor een zeer lage temperatuur van 40 graden. Ook wijken die een grondige renovatie krijgen, kunnen geschikt gemaakt worden. Bij 40 graden verliezen de leidingen van het warmtenet zelf maar heel weinig warmte. Bovendien kan het warmtenet dan ook restwarmte met een lagere temperatuur gebruiken.

Warmtenet: wat zijn voor mij de kosten?

Spaarvarken met thermostaatknop en geld 750x497.jpg

In de Warmtewet is geregeld hoeveel je ten hoogste betaalt voor de aansluiting op het warmtenet en de warmte. In de huidige praktijk zijn warmtenetten in eigendom van één aanbieder. Je kunt dus niet je eigen energiebedrijf kiezen, zoals bij gas en stroom. Om de consument te beschermen tegen dit monopolie zijn er afspraken over tarieven.

Niet meer ander anders

De regel is dat de kosten van een warmtenet in totaal voor een bewoner niet meer mogen zijn dan de bewoner kwijt zou zijn met een eigen hr-ketel op gas. Er zijn in sommige wijken met warmtenetten discussies over of de kosten inderdaad niet hoger zijn.

De vergelijking met een hr-ketel

Bij de vergelijking tellen allerlei dingen mee: aan de ene kant de kosten van een hr-ketel, het onderhoud, de gasprijs, de energiebelasting en de vaste kosten voor een gasaansluiting, en aan de andere kant kosten van de warmtewisselaar, de netwerkkosten en de prijs van de warmte. Op Autoriteit Consument & Markt vind je de berekening voor 2018. Of kijk op de pagina Energieprijzen, onder Stadswarmte.

Open warmtenetten?

Er zijn ook ideeën over ‘open warmtenetten’, vergelijkbaar met de huidige situatie van de netten voor gas en stroom. Een onafhankelijke beheerder zorgt voor het netwerk van buizen en pompen, en meerdere aanbieders van warmte kunnen dat gebruiken. Dat meerdere aanbieders mee kunnen doen is gunstig voor het hergebruik van warmte. Bovendien heb je als bewoner dan wat te kiezen.

In regio’s waar veel warmteaanbieders zijn en het warmtenet groot is (veel klanten), zou een open warmtenet haalbaar kunnen zijn. Bij kleine, wijkgebonden netten met weinig aansluitingen (bijvoorbeeld een paar duizend woningen) is het misschien niet haalbaar. Een aanbieder van warmte moet namelijk een bepaalde zekerheid hebben over de afname van warmte, anders is de investering in een duurzame warmtebron te risicovol.

Wat verandert er in en om mijn huis?

Graafwerk

Voor het aanleggen van een warmtenet is er graafwerk in je straat nodig, en ook voor de aansluiting van het net naar je woning.

Gasaansluiting verwijderen

De gasaansluiting is niet meer nodig, de gasmeter kan uit de meterkast.

Plaatsing warmtewisselaar

In je huis komt in je meterkast een warmtewisselaar (‘afleverset’), die de warmte van het warmtenet doorgeeft aan je cv-leidingen in huis, zonder dat het water uit het net door je radiatoren hoeft te stromen. De warmtewisselaar ongeveer 60 centimeter hoog, 40 centimeter breed en 20 centimeter diep. Op de warmtewisselaar zit een warmtemeter om jouw energieverbruik te bepalen.

Aansluiting warmtewisselaar

De warmte die uit de warmtewisselaar komt moet van de meterkast naar de plek waar nu je cv-ketel hangt. Daar is het beginpunt van je cv-leidingen en kan de warmte goed door het hele huis verdeeld worden. In veel huizen hangt de cv-ketel nu op zolder. Dat betekent dat er een leiding in huis wordt aangelegd.

Elektrisch koken

koken-inductie-282x212.jpg

Omdat je gasaansluiting verdwijnt, ga je op koken op elektriciteit. Een inductiekookplaat is de meest zuinige elektrische keuze, en heeft ook andere voordelen. Er zijn misschien wel wat extra aanpassingen voor nodig, bijvoorbeeld een zwaardere aansluiting op het elektriciteitsnet.

Isolatie en ventilatie

Hoe lager de temperatuur van het water van het warmtenet, hoe belangrijker het is dat jouw huis goed geïsoleerd is (zie hierboven bij hoge temperaturen en lage temperaturen). Als je isolatie en ventilatie niet op orde zijn, moet je hiermee aan de slag.

Warm water

Bij een warmtenet met lage temperatuur (40 tot 55 graden) is er een extra verwarmer voor warm water nodig, om besmetting met legionella te voorkomen. Daarvoor moet het warme water regelmatig tot 60 graden worden verhit. Dat kan met een boosterwarmtepomp, eventueel in combinatie met een elektrische na-verwarmer in de boiler. Een elektrische geiser (‘doorstroomverwarmer’) is ook mogelijk, maar die heeft heel veel vermogen nodig, wat het elektriciteitsnet zwaar belast (zeker als een hele straat of buurt zo’n verwarmer gebruikt).

Temperatuurregeling verandert niet

De regeling van de temperatuur in huis gaat zoals je gewend bent met een thermostaat in de woonkamer en radiatorkranen. En je kunt je huidige radiatoren of vloerverwarming gewoon blijven gebruiken.

Hoe kom ik aan een aansluiting?

Je kunt pas voor een aansluiting op een warmtenet kiezen, als er een warmtenet in jouw straat is. Op dit moment hebben nog niet veel wijken een warmtenet.

Een actueel onderwerp

Vanwege het wonen zonder aardgas gaan de veranderingen best snel. In 2021 moeten gemeenten voor alle wijken een plan klaar hebben voor een warmtevoorziening zonder aardgas: volledig elektrisch met warmtepompen, een warmtenet, of iets anders (bijvoorbeeld groen gas). Jouw gemeente zal hierover vooraf met de bewoners communiceren. Het onderwerp warmtenetten gaat daarom op korte termijn voor veel mensen spelen.

Is een aansluiting verplicht?

Eigenaren van bestaande woningen

De Warmtewet kent géén plicht voor eigenaren van bestaande woningen om aan te sluiten op het warmtenet. Ook niet in geval van verbouwing of ingrijpende renovatie.

Eigenaren van nieuwbouw

Huizen in nieuwbouwprojecten kunnen wél verplicht worden aangesloten op een warmtenet. De aansluitplicht voor aardgas is intussen vervallen.

Huurders

Huurders van woningen hebben te maken met de keuze van hun woningcorporatie. De corporatie is verantwoordelijk voor de installatie voor verwarming en warm water, niet de huurders zelf.

Terug naar boven

Deze site gebruikt alleen cookies om te meten, je bezoek is dus anoniem.