Praktisch over duurzaam

Lage temperatuur verwarming (ltv)

Wil je jouw huis verwarmen met een warmtepomp? Of komt er straks een warmtenet met lage temperatuur? Dan moet je zorgen dat de radiatoren, vloerverwarming of wandverwarming 'groot genoeg' zijn om je huis lekker warm te krijgen. Milieu Centraal legt uit wat daarvoor nodig is. Dat is soms helemaal niet zo veel. Alles over lage temperatuur verwarming.

Knuffel op verwarming 1000x750.jpg

De meeste huizen in Nederland hebben nog een cv-ketel en radiatoren. De cv-ketel warmt het water dat naar de radiatoren gaat op tot zo’n 70 à 80 graden. In huizen die niet zo goed geïsoleerd zijn, is die hoge watertemperatuur nodig om het huis op koude dagen warm te krijgen. Maar een goed geïsoleerd huis kun je ook warm krijgen met een watertemperatuur van zo’n 35 tot 55 graden: de temperatuur die een warmtepomp levert.

Jouw verwarming (het afgiftesysteem) moet dan wel voldoende warmte kunnen afgeven. Dat kan als het een groot oppervlak heeft. Vloer- of wandverwarming zijn hiervoor gemaakt, maar ook je huidige radiatoren kunnen geschikt zijn of worden gemaakt. Er zijn ook radiatoren of convectoren die speciaal ontworpen zijn voor lage temperatuur.

Tips voor lage temperatuur verwarming

  • 1

    Zorg dat je huis goed geïsoleerd is, anders krijg je het niet warm met een lage watertemperatuur. De combinatie van (zeer) goede dak- en vloerisolatie, overal HR++ glas en spouwmuurisolatie is vaak goed genoeg. Zit op een plek nog geen isolatie? Breng die dan eerst aan. Lees wanneer jouw huis geschikt is.

  • 2

    Wil je weten of jouw radiatoren (of vloerverwarming) voldoende warmte kunnen afgeven? Zet de temperatuur van je cv-ketel op 50 graden kijk of het ‘s ochtends snel genoeg opwarmt in huis, ook na een koude nacht. Wordt het niet (snel genoeg) warm? Dan moet je beter isoleren, óf je afgiftesysteem verbeteren. Lees meer over de check.

  • 3

    Is jouw huis vóór 1992 gebouwd en daarna alsnog goed geïsoleerd? Dan kan je jouw huis misschien al goed warm krijgen met de radiatoren die er nu staan. Je kunt de warmteafgifte nog verbeteren met radiator-ventilatoren.

  • 4

    Als je met een lage temperatuur verwarmt, kun je je huis het beste op een constante temperatuur houden. Zet de verwarming ’s nachts hooguit 1 of 2 graden lager. Als je huis goed geïsoleerd is, kost dat weinig energie. Bovendien werkt een warmtepomp dan efficiënter.

  • 5

    Vloerverwarming is gemaakt om met een lage watertemperatuur (tot zo’n 40 graden) te verwarmen. Ga je de vloer vervangen? Overweeg om meteen vloerverwarming aan te leggen. Maar neem géén elektrische vloerverwarming: die is juist erg onzuinig.

Ltv: stap naar aardgasvrij huis

Lage temperatuurverwarming is een stap om je huis aardgasvrij te maken, bijvoorbeeld met een warmtepomp of een warmtenet met lage temperatuur. Het heeft bovendien een paar voordelen: je huis is gelijkmatiger warm en de lucht in huis is gezonder. Doordat de verwarming minder heet wordt, heb je geen last van stofschroei. En er zweeft minder stof rond doordat er minder luchtstromen (convectie) zijn.

Stap 1 is goede isolatie, het dichtmaken van naden en kieren en het verbeteren van de ventilatie. Zonder goede isolatie lukt het niet om het huis met een lage temperatuur warm te krijgen. Naden en kieren moeten dicht om tocht tegen te gaan. En goede ventilatie is noodzakelijk voor gezonde lucht in huis.

Stap 2 is checken of je jouw huis met een lagere watertemperatuur warm kunt krijgen. Lukt dat niet, dan moet je de verwarming aanpassen of uitbreiden. Dat kan bijvoorbeeld met radiatorventilatoren, een extra radiator, grotere radiatoren of vloerverwarming.

Stap 3 is de warmtepomp laten installeren of het aansluiten op het lagetemperatuur-warmtenet (als dat in jouw wijk komt).

Hoe werkt lagetemperatuurverwarming?

Lage temperatuurverwarming is eigenlijk niets anders dan gewone verwarming: je verwarmt je huis net als anders met radiatoren, convectoren of vloerverwarming (eventueel wandverwarming). Alleen is de temperatuur van het water dat door je radiatoren of verwarming stroomt lager dan je gewend bent. Door de lagere temperatuur heeft het systeem een groter oppervlak nodig om toch voldoende warmte af te kunnen geven. Vloerverwarming en wandverwarming zijn daarvoor ‘gemaakt’, maar ook convectoren of radiatoren kunnen prima voldoen. Je kunt vloer- en wandverwarming ook combineren met radiatoren en convectoren.

Is jouw huis al geschikt? Isolatie en radiatoren

Voor lagetemperatuurverwarming moet je overal íéts van isolatie hebben en gemiddeld moet de isolatie goed zijn. Verder moeten je radiatoren voldoende warmte kunnen afgeven.

Wat is goede isolatie?

Bij oudere woningen die na de bouw (beter) worden geïsoleerd, zorgt deze combinatie voor ‘gemiddeld goede isolatie’:

  • (zeer) goede dakisolatie: 8 tot 10 cm is goed, 13 cm of meer is zeer goed.
  • (zeer) goede vloerisolatie: 8 tot 10 cm of thermoskussens is goed, 13 cm of meer is zeer goed.
  • spouwmuurisolatie (als die na de bouw is aangebracht, is die matig). 
  • HR++ glas in de ramen: gewoon dubbel glas is matig, HR++ glas of triple glas is goed of zeer goed.

Vuistregel:

- Is je huis in 2000 of later gebouwd? Dan is de isolatie goed.
- Huizen die vanaf 2010 zijn gebouwd, zijn zéér goed geïsoleerd.
- Is je huis eerder gebouwd? Dan moet je kijken wat voor isolatie er later is aangebracht. Hier vind je tips om de isolatie te checken.

Hebben je radiatoren voldoende vermogen?

radiator 1-1000x750.jpg

Check je radiatoren. Hebben ze 2 of 3 platen met lamellen ertussen (lamellen zijn dunne gebogen platen)? Dan kunnen ze behoorlijk veel warmte afgeven. Je kunt de warmteafgifte (het vermogen of de capaciteit) nog verbeteren met een radiator-ventilator.

Heb je radiatoren zónder lamellen, of 1 plaat met lamellen? Die kun je vervangen door een dikkere radiator met meer platen of lamellen. De hoogte en breedte kan hetzelfde blijven, zodat hij op dezelfde plek past (bijvoorbeeld onder het raam).

Check: zet de cv-ketel op 50 graden

  • 1

    Zet de temperatuur van de cv-ketel in de winter op 50 graden.

  • 2

    Zet de thermostaat ’s nachts 1 of 2 graden lager dan overdag (1 graad als je huis heel goed is geïsoleerd, 2 graden als je huis ‘gewoon goed’ is geïsoleerd). Kijk of het ’s ochtends snel genoeg warm wordt en of het overdag lekker warm blijft in huis.

  • 3

    Is het niet comfortabel genoeg of duurt het opwarmen erg lang? Dan kunnen je radiatoren of vloerverwarming het niet aan en moet je het afgiftesysteem verbeteren en/of je huis beter isoleren.

  • 4

    Doe de check ook in een nacht waarin het heel erg koud wordt (-10 graden of kouder). Is het ’s ochtends nog warm genoeg in huis? En warmt het nog verder op als je de thermostaat weer 1 of 2 graden hoger zet? Dan is je huis klaar om met een lage temperatuur te verwarmen. Zo niet: verbeter de warmteafgifte of breng meer isolatie aan.

Verwarming aanpassen: radiatoren, vloer, wand

Hoe maak je je verwarming geschikt voor lage temperatuur? Er zijn een paar makkelijke en goedkope dingen die je kan doen, en een paar meer ingrijpende maatregelen.

Radiator of convector stofvrij maken

Als er stof in de radiator of convector zit, kan de lucht minder goed doorstromen. Schoonmaken is een simpele manier om de warmteafgifte te verbeteren. Hiervoor kun je een radiatorborstel gebruiken. Het is helaas niet bekend hoeveel dit scheelt. Maar schoonmaken is sowieso goed voor gezonde lucht in huis (minder stof).

Radiator-ventilator plaatsen

Een radiator-ventilator (radiator booster) zorgt ervoor dat er meer lucht langs de radiator stroomt. Die geeft daardoor meer warmte af die ook nog eens sneller verspreid wordt. Anders gezegd: het vermogen neemt toe. Een radiatorventilator is een apparaatje dat je meestal met magneten aan de onderkant van de radiator ‘plakt’, tussen 2 platen in. Er zit een stekker aan die je in het stopcontact steekt. Als de radiator warm wordt, gaan de ventilatoren vanzelf draaien. Koelt de radiator af, dan gaat de ventilator weer uit. Het is een simpele en goedkope manier om de warmteafgifte van je bestaande radiatoren te vergroten. Het effect van de ventilator is het grootst bij een lage watertemperatuur: bij een watertemperatuur van 37 graden kan het afgiftevermogen met zo’n 65% toenemen, bij 55 graden met zo’n 50%.

Om de radiatorventilator te gebruiken moet je een plaatradiator met 2 of 3 platen hebben, liefst met lamellen ertussen. Een stopcontact in de buurt van de radiator is handig, anders heb je een verlengsnoer nodig. Een radiatorventilator kost vanaf € 37 per stuk tot € 200 per meter. Sommige kunnen op maat gemaakt worden. Je kunt ze ook gebruiken bij een convector: dan zet je ze op of onder de convector.

Maakt een radiatorventilator geluid?

Een radiatorventilator maakt een beetje geluid als de ventilator draait. Volgens de leveranciers is dit minder dan 20 of 24 dB. Dat is ongeveer vergelijkbaar met ruisende boombladeren. Of je daar last van hebt, is heel persoonlijk. Het hangt ook af van andere geluiden in de omgeving. Ben je bang voor geluidoverlast, dan kun je bij iemand gaan luisteren die er een heeft, of er eerst een thuis uitproberen. Als de verwarming uit is (de radiator is koud of lauw), draait de ventilator niet.

Radiator of convector vervangen of bijplaatsen

Je kunt de warmteafgifte ook vergroten door 1 of meer radiatoren te vervangen, of er eentje bij te plaatsen. Hoe meer platen de radiator heeft, hoe meer warmte hij kan afgeven.

Plaatradiator

radiator 3.jpg

Een plaatradiator heeft 1, 2 of 3 platen waar water door stroomt. Vaak zitten er tegen elke plaat lamellen (dunne golvende platen) die zorgen dat ze meer warmte afgeven. Hoe meer platen en lamellen, hoe meer warmte de radiator kan afgeven. Een radiator met 2 of 3 platen én lamellen op elke plaat, geeft bij lage temperatuur veel warmte af. 

Er zijn ook radiatoren die speciaal ontworpen zijn voor verwarmen met lage temperatuur (LT-radiator). Deze laten bijvoorbeeld het warme water eerst via de voorplaat lopen, zodat er zoveel mogelijk stralingswarmte van de radiator komt.

beweeg de tabel van links naar rechts

Radiatortype Aantal platen en lamellen Vermogen in Watt*
11 1 plaat met lamellen 850 Watt
21 2 platen met op één plaat lamellen 1200 Watt
22 2 platen, allebei met lamellen 1450 Watt
33 3 platen, alledrie met lamellen 2200 Watt

*Radiator van 100 cm breed en 50 cm hoog, watertemperatuur ingaand 75°C, uitgaand 65°C, kamertemperatuur 20°C

Ouderwetse radiator

Ouderwetse ledenradiator.jpg

Een ouderwetse radiator met dikke, dwarsstaande platen ('ledenradiator') bevat heel veel water en is heel zwaar. Hij heeft weinig vermogen en veel gewicht dat eerst opgewarmd moet worden. Zo'n radiator is minder geschikt om met lage temperatuur te verwarmen. 

Convector

Een convector is een speciaal soort radiator met veel lamellen en weinig watervolume. Daardoor warmt hij heel snel op. Een convector kan aan de muur hangen, op pootjes op de vloer staan of in een gleuf in de vloer staan (een convectorput). Een convector heeft meestal meer vermogen dan een radiator van dezelfde grootte. Sommige convectoren hebben een ingebouwde ventilator waardoor ze nog meer warmte kunnen afgeven. Ze zijn zeer geschikt om met lage temperatuur te verwarmen, omdat ze snel warmte leveren. Ze worden ook wel low H2O-radiator of HR-radiator genoemd. Een nadeel kan zijn dat ze bijna geen stralingswarmte geven: dat voelt soms minder comfortabel.

CV-tuning en thermostaatkranen

Met cv-tuning (ook wel: waterzijdig inregelen) verdeel je de warmte beter over het huis. Ook thermostaatkranen kunnen daarbij helpen.

  • Meer over cv-tuning en thermostaatkranen

    Met waterzijdig inregelen zorg je ervoor dat overal in huis (waar de verwarming aan staat) voldoende warmte wordt afgegeven. Naar alle radiatoren (en vloerverwarming als je die hebt) stroomt genoeg water om de ruimte op de juiste temperatuur te krijgen en houden. Het wordt ook wel cv-tuning of cv-optimalisatie genoemd. Vaak worden hoge besparingen voorgespiegeld, maar het is onzeker of dat klopt. Het zorgt in elk geval voor comfort: het wordt overal in huis goed warm.

    Heb je de verwarming meestal alleen in de woonkamer en (open) keuken aan staan? Dan is waterzijdig inregelen niet nodig.

    Thermostaatkranen

    Ook met thermostaatkranen op de radiatoren zorg je ervoor dat het cv-water beter over het huis verdeeld wordt: de temperatuur wordt niet hoger dan je hebt ingesteld op de radiator. Anders gezegd: de verwarming blijft bijvoorbeeld in je slaapkamer niet loeien als het al warm genoeg is. Daarmee bespaar je energie. Zet de kraan laag of uit als je de ruimte niet wilt verwarmen. Hoeveel energie je ermee bespaart hangt af van hoe je de kraan gebruikt.

Vloerverwarming aanleggen en gebruiken

Blote voeten vrouw vloerverwarming.jpg

Vloerverwarming heeft een groot oppervlak, waardoor het heel geschikt is om met een lage watertemperatuur te verwarmen. Bij vloerverwarming liggen er lange leidingen in de vloer waar het verwarmingswater doorheen stroomt. Hoe dichter bij elkaar, hoe meer warmte de vloerverwarming kan afgeven. Veel mensen vinden vloerverwarming prettig: het geeft een constante temperatuur, de stralingswarmte voelt lekker aan en je hebt minder last van rondzwevend stof (wat fijn is als je last hebt van je longen of luchtwegen). Verder heb je geen (of minder grote) radiatoren nodig.

Er zijn ook nadelen: het is vrij duur om aan te leggen, je kunt het niet met elke vloerbedekking combineren en sommige systemen warmen traag op. In een bestaand huis kan het zijn dat de vloer hoger wordt, waardoor je de plinten en deuren moet aanpassen. In een heel goed geïsoleerd huis kan vloerverwarming bovendien minder comfortabel zijn, omdat de vloer bijna niet warm hoeft te worden om het huis op te warmen. Je mist dan de prettige stralingswarmte.

  • Vloerverwarming aanleggen: welk systeem kies je?

    Gegoten dekvloer van zandcement of gips

    In een bestaande betonnen ondervloer kun je sleuven laten frezen en daar de leidingen in leggen. Laat je een hele nieuwe vloer leggen (bijvoorbeeld in een nieuwe aanbouw), dan is het handig om te kiezen voor een noppenplaat of tackerplaat waarop de leidingen worden gelegd. Over beide vloeren wordt een dekvloer van zandcement of anhydriet (een soort gips) gegoten, daarop komt de vloerbedekking. Het systeem heeft als nadeel dat de vloer traag opwarmt (door de grote massa). Ingefreesde vloerverwarming verliest ook warmte via de muren en fundering. Zorg altijd voor zeer goede vloerisolatie (Rc=5,0 of meer) onder de vloer en ‘isoleer’ de aansluitingen op de muren.

    Vloerverwarming beton en tackerplaat.jpg

    Dekvloer van gipsvezelplaat

    Je kunt ook kiezen voor een systeem waarbij de leidingen bevestigd worden op isolatieplaten op de vloer. De bovenkant wordt afgewerkt met 2 lagen gipsvezelplaat, daarbovenop komt de vloerbedekking. Je kunt dit systeem aanbrengen op een bestaande betonnen of houten ondervloer. Voordeel is dat het systeem snel opwarmt en dat je weinig warmteverlies hebt naar de fundering en muren. Nadeel is dat de vloer hoger wordt.

  • Kosten aanleggen vloerverwarming in bestaande vloer

    Als je vloerverwarming laat infrezen in een bestaande betonnen vloer en de radiatoren laat weghalen, kost dat zo’n € 140 per vierkante meter. Voor een begane grond vloer van 50 m2 betaal je dus zo’n € 7.000 .

  • Voorwaarde: zeer goede isolatie vloer begane grond

    Onder de vloer van de begane grond moet zeer goede isolatie zitten (Rc van 5 of hoger), anders verdwijnt er te veel warmte naar de bodem of kruipruimte. Meer over vloerisolatie.

  • Leidingen dicht bij elkaar: meer warmteafgifte

    De leidingen liggen in bochten: hoe dichter ze bij elkaar liggen, hoe groter het oppervlak en hoe meer warmte ze kunnen afgeven. Bij een afstand van 10 cm is het afgiftevermogen zo’n 30% hoger dan bij 20 cm afstand.

    De vloer in de kamer mag niet warmer worden dan 29 graden (badkamer: 33 graden), anders voelt het niet prettig. De watertemperatuur is daarom maximaal 40 tot 45 graden, maar 30 graden is vaak haalbaar. Voor een grote ruimte met vloerverwarming wordt vaak een speciale pomp met thermostaat geïnstalleerd, die regelt dat de temperatuur van het ingaande water niet te hoog wordt.

  • Vloerverwarming: thermostaat ’s nachts niet te laag zetten

    Vloerverwarming geeft een prettige constante warmte af, maar warmt (veel) trager op dan radiatoren en convectoren. Vooral een systeem met een gegoten dekvloer reageert traag vanwege de grote massa. Daarom kun je de temperatuur ’s nachts beter niet te veel verlagen: doe je dat wel, dan duurt het ’s ochtends te lang voor het prettig warm is. Zet de thermostaat ’s nachts 1 of 2 graden lager dan overdag. Een systeem met een dekvloer van gipsvezelplaat warmt wat sneller op: je kunt proberen of je de thermostaat ’s nachts op 3 tot 4 graden lager kan zetten: check of het ’s ochtends snel genoeg warm is.

    De temperatuur ’s nachts niet of een beetje lager zetten kan alleen met (zeer) goede isolatie. Anders verlies je teveel warmte en is je lage-temperatuurverwarming niet efficiënt genoeg.

  • Vloerbedekking: tegels, hout, parket, laminaat of tapijt?

    De vloer in de kamer (vloerbedekking of toplaag) moet de warmte van de vloerverwarming goed doorlaten. Een stenen vloer (tegels, plavuizen, gietvloer) is het meest geschikt, omdat die de warmte goed geleidt. Hout en tapijt isoleren en houden de warmte dus tegen; de watertemperatuur in de vloer moet dan hoger zijn, wat minder efficiënt is. Kies bij hout of tapijt voor een vloer met een warmteweerstand (R-waarde) die lager is dan 0,15 m2/WK.

    Zachte vloerbedekking (tapijt) kan als het dun genoeg is, maar heeft als nadeel dat er weekmakers vrij kunnen komen, wat niet goed is voor je gezondheid.
    Hout of parket met een lage R-waarde kan ook (bijvoorbeeld lamelparket), maar moet je leggen zónder ondervloer (groene platen), want die isoleren. Hout of parket kun je wel vast laten lijmen. Bij het leggen van een houten vloer moet je er rekening mee houden dat hout ‘werkt’: bij vochtig weer (eind van de zomer, als de verwarming nog niet aan is) zet de vloer uit, in de winter (als het droog is en de verwarming aan) krimpt hij.
    Voor laminaat, zeil en linoleum (marmoleum) geldt net als bij hout dat je het zonder ondervloer (groene platen) moet laten leggen. Op een gladde ondervloer hoeft dat geen probleem te zijn.

    Tip: Laat je goed informeren, de verkoper van de vloer moet je kunnen vertellen wat de warmteweerstand (R-waarde) van de vloer is en of de vloer geschikt is voor vloerverwarming. Laat de vloer leggen door een vakman die garantie geeft op de vloer en het leggen.

Elektrische vloerverwarming: niet zuinig!

Elektrische vloerverwarming bestaat uit een mat met elektriciteitsdraden die in de (stenen) vloer wordt verwerkt. Het heeft een paar voordelen: de vloer wordt nauwelijks hoger en het is goedkoop om aan te leggen (bijvoorbeeld als de badkamervloer toch getegeld wordt). Maar het grote nadeel is dat het géén efficiënte manier van verwarmen is: elektrische vloerverwarming gebruikt veel stroom. Elektrisch verwarmen is alleen duurzaam als het op een energiezuinige manier gebeurt. Zelfs als de stroom duurzaam is opgewekt, is het slim om er efficiënt mee om te gaan. Lees meer over elektrisch verwarmen.

Een warmtepomp (die het water verwarmt dat door de ‘gewone’ vloerverwarming stroomt) gebruikt ook stroom. Maar een warmtepomp is een heel efficiënt apparaat, waardoor het toch een duurzame manier van verwarmen is. Lees meer over elektrische warmtepompen.

Wandverwarming 

Wandverwarming werkt net als vloerverwarming: er liggen leidingen in de muur waar warm water doorheen stroomt. De temperatuur van het water kan wat hoger zijn dan bij vloerverwarming, waardoor het vermogen per vierkante meter ook hoger is (de muur geeft meer warmte af, en ook prettige stralingswarmte). Het heeft dezelfde voordelen als vloerverwarming: een prettige constante warmte en gezondere lucht in huis doordat er minder stof rondzweeft. Een nadeel is de trage opwarmtijd. Je kunt bovendien geen kast voor de muur zetten en je moet voorzichtig zijn met spijkers in de muur slaan.

Hoe leg je wandverwarming aan?

Wandverwarming kun je maken met prefab stenen of voorgefreesde gipsvezelplaat waarin leidingen worden gelegd. Daaroverheen komt een stuclaag. Het water dat naar de muur toegaat is maximaal 40 graden, de temperatuur van de muur zelf maximaal 35 graden. Komt de wandverwarming op een muur die je met de buren deelt, dan is het slim isolatie achter de verwarming aan te brengen, anders verwarm je ook het huis van de buren. Op een tussenmuur in je eigen huis kun je de isolatie eventueel weglaten.

Warmtepomp: elektrische naverwarming nodig voor heel koude dagen

Bij een volledige warmtepomp heb je op heel koude dagen iets extra’s nodig: elektrische naverwarming. Dat komt doordat het vermogen van een warmtepomp meestal wordt afgestemd op een minimumtemperatuur van -10 graden Celsius. Als het kouder is, kan je warmtepomp niet voldoende warmte leveren. Een ‘grotere’ warmtepomp is geen goede oplossing: die is een stuk duurder en kan gaan ‘pendelen’ (steeds kort na elkaar aan- en afslaan). Dat is slecht voor het rendement en voor de levensduur van de warmtepomp. Je zou het kunnen oplossen met een buffervat: een groot voorraadvat met water waarin je het teveel aan warmte tijdelijk opslaat. Vloerverwarming kan ook als buffer gebruikt worden. Voor die paar koude dagen in Nederland wordt meestal ook elektrische naverwarming geïnstalleerd, die bijspringt als het heel koud is. Een infraroodpaneel als bijverwarming kan ook een oplossing zijn.

Ltv: hoe zit het met comfort in huis?

In een goed geïsoleerd huis voelt lage temperatuur verwarming prettig aan: de temperatuur is gelijkmatig, er is minder tocht en je hebt minder last van rondzwevend stof of stofschroei. Veel mensen vinden vloerverwarming dan ook heel prettig en comfortabel.

Maar als je huis slecht geïsoleerd is, is lage temperatuurverwarming geen goed idee: het duurt dan te lang voordat je huis opwarmt. Je zult dan eerst je huis goed moeten isoleren.

Kou bij de ramen?

Het kan ook zijn dat de isolatie op een paar plekken niet voldoende is. Bij de ramen kun je bijvoorbeeld juist meer last van tocht hebben door ‘koudeval’. Koudeval wil zeggen dat de lucht tegen een koud oppervlak (vaak het raam) afkoelt en omlaag zakt. Dat voelt als tocht. Je kunt dit voorkomen door HR++ glas of triple glas in de ramen te zetten en de buitenmuren te isoleren. Lees alles over goede isolatie in een aardgasvrij huis.

Bij ventilatieroosters komt er frisse lucht binnen, die wordt door lage temperatuurverwarming minder goed opgewarmd, en dat kan een gevoel van koude tocht opleveren. Het is geen optie om de roosters dicht te doen: ventileren is in elk huis belangrijk voor gezonde lucht in huis. Goede oplossingen zijn bijvoorbeeld winddrukgeregelde roosters of roosters die de instromende lucht afbuigen. In de woonkamer is een ventilatiebox met warmteterugwinning slim: die warmt de binnenkomende lucht alvast op met de lucht die naar buiten gaat, zodat je geen koude luchtstroom hebt. Lees meer op Ventileren.

Vloerverwarming: soms iets te weinig comfort

In een zeer goed geïsoleerd huis is de temperatuur van het water dat door de vloerverwarming stroomt heel laag. Het kan ook zijn dat de verwarming niet aanslaat omdat de temperatuur in huis al hoog genoeg is. Sommige bewoners missen op die momenten de stralingswarmte van de vloer. Dit kan je oplossen door de thermostaat iets hoger te zetten, zodat de verwarming aan gaat. Een andere oplossing is een infraroodpaneel aan het plafond bij de zithoek. Dit paneel kun je dan zo nu en dan even aanzetten. Allebei kost het natuurlijk extra energie, dus gebruik het alleen als het nodig is.

Terug naar boven

Deze site gebruikt alleen cookies om te meten, je bezoek is dus anoniem.