Zo herken je kwaliteit (blog)

Emy Demkes (1995) is journalist en schrijft over de achtergronden van onze kleding. Van de arbeidsomstandigheden in kledingfabrieken in Bangladesh en India tot de milieu-impact van een spijkerbroek. Emy geeft vijf tips waaraan je goede kwaliteit kleding kunt herkennen.

De kledingindustrie produceert veel, snel en goedkoop. Maar kwalitatief goed? Lang niet altijd, zelfs niet als er een hoog prijskaartje of een bekend label aan hangt. De naden, de afwerking, de stof en de pasvorm zijn betere indicatoren voor een houdbaar kledingstuk.

Een shirt dat na een wasbeurt twee maten is gekrompen, een spijkerbroek die te snel scheurt of een bikinibroekje dat na één vakantie al slap om je billen hangt. De kwaliteit van kleding holt achteruit.

We willen goedkoop, maar we willen er ook bij lopen volgens de laatste trends. Dat gaat niet alleen ten koste van mens en milieu, maar heeft ook gevolgen voor de kwaliteit van de kleding. Het resultaat: shirts en broeken die na een paar keer wassen en dragen bij het oud vuil belanden. Zonde! Want hoe langer we met onze kleren doen, hoe minder snel we nieuwe items kopen en dat scheelt CO2-uitstoot, water en kostbare grondstoffen.

Maar hoe weet je nu of die spijkerbroek of dat T-shirt lang meegaat? Helaas kun je sommige kwaliteitsrisico’s niet vanaf de buitenkant zien. Pas na twee keer wassen kom je er dan achter dat het shirtje een maat gekrompen is, of dat de kleur wel heel snel begint te vervagen.

1. Kijk naar de naden

De stiksels zijn een goede indicatie of een kledingstuk met zorg is gemaakt of niet. Aan de buitenkant kun je zien en/of voelen of de stiksels plat op de stof liggen of dat ze uitsteken. In het tweede geval stond de naaimachine waarschijnlijk niet op de juiste stand. Deze draden hebben grotere kans om los te laten; ze gaan sneller schuren tegen je huid waardoor ze slijten. Ook aan het soort stiksel kan je zien of de draad goed blijft zitten of niet. Hoogwaardige items hebben steken die dicht op elkaar zitten. Trek de naden strak en kijk wat er gebeurt. Als je gaten tussen de naad ziet, is het niet goed.

Het is ook de moeite waard om aan de binnenkant van het kledingstuk te kijken. Hoe netjes ziet de naad er daar uit? Zie je veel losse draadjes? Bij een zoom (de omgeslagen en vastgenaaide rand onderaan een kledingstuk) kun je kijken of de naad bedekt wordt met een stukje stof. Dit laat zien dat er aandacht is besteed aan de afwerking, een teken van goede kwaliteit.
De zijnaden aan de binnenkant worden soms ook bedekt met bijvoorbeeld een organza, een licht weefsel, of kicktape, dit is een geweven polyester tape om de boorden van een broek of jas te beschermen tegen slijtage. De kans dat het stiksel dan nog loslaat is nihil. En je weet ook zeker dat de naad niet gaat irriteren op je huid. Wel zo prettig.

Bij een spijkerbroek kun je daarnaast letten op een dubbele platte naad op het binnenbeen. Dit zorgt voor comfort en een langere levensduur. 

2. Let op details, zoals knopen en ritsen

Bungelen de knopen losjes en aan één draadje aan je jas? Niet goed. Je kunt een knoop gemakkelijk zelf even vastmaken met naald en draad, maar zo hoort het natuurlijk niet. Het kan bovendien ook een indicatie zijn dat er op meer aspecten is bespaard.

Kijk ook altijd even naar de knoopsgaten. Hoe sterker deze zijn, des te langer ze blijven zitten zonder te scheuren of vervormen. Versterkte knoopsgaten (te herkennen aan een dikke, strakgestikte draad) zijn wat stijf. Dat heeft een reden: het voorkomt dat de knoop ongelijk aan de stof trekt en de stof rondom de knoop gaat rimpelen en lelijk wordt.

Bij duurdere kledingstukken zie je soms dat knopen worden gebonden (zie de afbeelding hierboven). Een keyhole-knoopsgat zie je regelmatig bij jassen. Het ronde gat aan het einde van de gleuf vangt de kracht van de knoop op, waardoor de stof niet vervormt.

Het verschil tussen kwalitatieve ritsen en goedkope is enorm, en je pikt ze er gemakkelijk uit. Plastic ritsen kun je beter vermijden. Als er een kleine beschadiging in het plastic zit, blijft de rits al hangen. Als een van de tanden bekneld komt te zitten en vervormt, heb je er niks meer aan. Een goede rits is van metaal, al zit er in een lichte stof vaak geen metalen rits omdat die te zwaar is voor de stof. Het beste is wanneer de rits ín de stof ligt, en dus bedekt is. Zo raakt hij ook niet beschadigd.

3. Check de kwaliteit van de stof

De stof is cruciaal. De ritsen en knopen kunnen er nog zo goed zijn, en de stiksels kunnen er nog zo netjes uitzien, als de stof van flutkwaliteit is, zul je waarschijnlijk toch niet lang met je kledingstuk doen. Maar een goede stof herkennen is best lastig, zeker als je niet veel verstand van textiel hebt.

Op internetfora en blogs lees je vaak dat je synthetische stoffen moet vermijden. Maar natuurlijk materiaal is voor de levensduur van je kledingstuk niet per se beter. Het hangt sterk af van de kwaliteit van de stof die is gebruikt. Synthetische stoffen zoals polyester kunnen hierdoor net zo goed even stevig, of zelfs steviger zijn dan een T-shirt van 100% katoen.

Test hoe snel de stof kreukt. Verfrommel een stuk stof in je hand, en kijk wat er gebeurt. Niks vervelenders dan een blouse waar na een uur de kreukels in zitten, of een jurkje waar je eigenlijk niet mee op de fiets durft te gaan zitten. Let wel op: bij de zogenaamde strijkvrije overhemden worden vaak chemische middelen gebruikt om de stof niet te laten kreuken, die schadelijk zijn voor milieu en de arbeiders.

Voel hoe zwaar en dik het materiaal is. Kijk bijvoorbeeld naar de weefseldichtheid; hoe meer draden per centimeter, hoe robuuster de stof. In het geval van breisels kijk hoe strak de draden op elkaar zitten. Hoe groter de afstand tussen de draden, hoe sneller lusjes ontstaan. In het geval van katoenen T-shirts of spijkerbroeken kijk dan naar de dikte van de stof door deze tegen het licht te houden. Hoe beter je erdoorheen kunt kijken, hoe dunner het materiaal. Bij een spijkerbroek kun je dit het best testen op de risicopunten, zoals bij de billen. Hier slijt de broek het snelst, zeker in een fietsland als Nederland.

Goede kwaliteit stoffen behouden hun vorm. Bij rekbare kledingstukken kun je dat testen door een rekbaar deel van het kledingstuk te pakken, eraan te trekken en weer los te laten. Verliest het zijn vorm, dan is de kans groot dat het item er na een paar keer wassen en dragen niet meer hetzelfde uitziet. Broeken met meer dan 5% elastaan (lycra) lubberen snel.

Als het even kan, kies dan een stof die geen speciale behandeling nodig heeft. Zijde is daarom bijvoorbeeld een afrader.

4. Let op de pasvorm

Een heel belangrijke die nog ontbreekt is de pasvorm. Kleding die met aandacht ontworpen en in elkaar gezet is, zit bij meer mensen goed dan kleding die snel geproduceerd wordt. In een snel productieproces komt het meer voor dat de verhoudingen niet kloppen. De bovenkant is bijvoorbeeld maat small en de onderkant eerder een maat medium, of het gat voor je nek is veel te klein, zodat je hoofd er moeilijk doorheen past.
Bij shirts gaat het vaak mis bij de schouders, mouwen, hals en bovenkant van de rug (daar gaat de stof soms omhoog staan). Let bij broeken op de lengte, billen, heupen en het kruis.

Maar de enige manier om te testen of het kledingstuk goed zit, is door het aan te trekken en te kijken of het mooi om je lichaam valt. Steeds meer mensen kopen hun kleding (goedkoop) online, wat de kans op een miskoop vergroot.

5. Tweedehands herken je kwaliteit snel

Als laatste tip: koop tweedehands. Het is niet alleen een stuk duurzamer dan het kopen van nieuwe kleding, het is vaak ook al een paar keer gedragen en gewassen. De kans is daardoor heel klein dat het kledingstuk na twee keer wassen nog een maat krimpt. Vintage kleding staat daarnaast niet voor niets bekend als kwalitatief hoogwaardig. Het feit dat de rekken bij de tweedehands kledingwinkels er vol mee hangen, zegt genoeg. Kleding van slechte kwaliteit redt de kringloopwinkel vaak niet omdat het daarvoor al stuk is gegaan.