Alles over energie en milieu in het dagelijks leven

Isolatiematerialen vergeleken

Als je je huis gaat isoleren heb je de keuze uit vele materialen. Van die keuze hoef je gelukkig niet wakker te liggen. Vrijwel alle isolatiematerialen hebben een lage milieubelasting. Wat je ook kiest, isoleren is zeer gunstig voor het milieu! Milieu Centraal zet de aandachtspunten op een rij.

Woningisolatie bespaart 40 tot 400 keer zoveel energie als het kost om het materiaal te maken. Zo heb je de productie-energie al in enkele maanden tot twee jaar terugverdiend. In het algemeen kun je zeggen: de verschillen in milieubelasting tussen isolatiematerialen onderling zijn erg klein vergeleken met de milieuwinst van het isoleren. Alleen schapenwol en gespoten PUR als vloerisolatie met HFK's als blaasmiddel zijn op milieugronden afraders.

Tips over isolatiematerialen

  • 1

    Kies voor een hoge isolatiewaarde: minstens Rc = 3,5 voor de vloer en Rc = 6 voor het dak. Als je nu isoleert volgens de standaard voor nieuwe huizen, hoef je de isolatie straks niet opnieuw te laten doen. De extra kosten vallen mee. Ga je voor energieneutraal? Kies dan voor een Rc van 6 tot 10.

  • 2

    Voor de gevel is bij nieuwbouw een isolatiewaarde van Rc = 4,5 de standaard. Bij bestaande woningen is het vaak lastig en duur om zo ver te gaan. Dan is spouwmuurisolatie een minder isolerend alternatief dat je snel hebt terugverdiend. Extra isolatie aan de binnen- of buitenkant van de muur kan je dan later altijd nog toevoegen.

  • 3

    Het isolatiemateriaal moet correct aangebracht worden: goed vast en onderdelen moeten goed op elkaar aansluiten. Zo voorkom je luchtlekken en koude plekken, waar je energie verliest en condens- en schimmelvorming kan optreden. Dat is ook belangrijk voor de levensduur. Kies daarom een gecertificeerd isolatiebedrijf. Dat vind je via wij-isoleren.nl. Als je zelf aan de slag gaat: volg de kluswijzers en gebruiksaanwijzing nauwkeurig.

  • 4

    Vermijd gespoten PUR voor vloerisolatie met HFK’s als blaasmiddel en schapenwol. Beide materialen zijn beduidend slechter voor het milieu dan alle andere materialen. Bij gespoten PUR voor vloerisolatie zijn HFO’s of water als blaasmiddel veel minder milieubelastend dan HFK’s.

  • 5

    Bevestig isolatiematerialen liever niet met lijm of als vastklevend schuim. Dat bemoeilijkt later bij een eventuele sloop de recycling van de materialen.

Hoe kies je een isolatiemateriaal?

Een keuze begint met de vraag welk isolatiemateriaal geschikt is voor de toepassing en de kenmerken van je woning. Ga je je dak, je gevel of je vloer isoleren? Heb je bijvoorbeeld een betonnen vloer of een houten vloer? Is je kruipruimte vochtig en moet het materiaal daar tegen kunnen? Wil je op het plat dak kunnen lopen en moet het materiaal drukvast zijn? Heb je maar weinig ruimte en wil je dun materiaal dat toch goed isoleert? Afhankelijk van de toepassing als vloerisolatie, bodemisolatie, dakisolatie, spouwmuurisolatie, gevelisolatie aan de buitenkant of gevelisolatie aan de binnenkant vallen opties af.

Vervolgens kun je naar de milieubelasting kijken. Ieder materiaal heeft zijn eigen voor- en nadelen wat betreft broeikasgasuitstoot, landgebruik, vermesting, verzuring, en gifstoffen. Kijkend naar al deze punten gedurende de gehele levensduur is de algemene milieuvoorkeursvolgorde van isolatiematerialen: 

  1. Iets beter dan gemiddeld: steenwol, glaswol, gerecycled katoen, EPS, biofoam en thermosheets en thermoskussens van warmte reflecterende folie.
  2. Gemiddeld: XPS, PIR, PUR (zonder HFK’s*), resolschuim (PF), cellulose, cellenbeton en houtvezelisolatieplaten en -dekens.
  3. Iets minder dan gemiddeld: Vlasplaten en -dekens, kurkplaten, cellulair glas.
  4. Afraders: gespoten PUR voor vloerisolatie met HFK’s als blaasmiddel en schapenwol.

* PUR-platen bevatten geen HFK's. Er bestaat ook gespoten PUR voor vloerisolatie met (minder klimaatbelastende) HFO's of water in plaats van HFK's als blaasmiddel.

Deze voorkeursvolgorde is niet absoluut. De voorkeursvolgorde verschilt per toepassing, per constructie en zelfs per fabrikant. Om die reden is het belangrijker om te letten op een hoge isolatiewaarde die lang behouden blijft door een goede wijze van aanbrengen. Kies daarom voor een gecertificeerd na-isolatiebedrijf als je de klus laat uitvoeren of volg de aanwijzingen van de leverancier van het isolatiemateriaal op als je zelf aan de slag gaat.

De verwachte levensduur van de meeste isolatiematerialen is bij correcte toepassing 75 tot 100 jaar. Alleen cellulose (20 à 30 jaar) en vlasplaten (30 à 40 jaar) moeten doorgaans eerder vervangen worden.

Afraders: PUR met HFK’s en schapenwol

Afrader: gespoten PUR met HFK’s als blaasmiddel

Vloerisolatie met gespoten polyurethaan (PUR) met HFK’s als blaasmiddel is vanuit milieuoogpunt een afrader. De gebruikte HFK's zijn zeer krachtige broeikasgassen, tussen de 800 en 3200 keer sterker dan CO2. Daarom worden deze HFK’s voor gespoten vloerisolatie per 2023 verboden. Het duurt gemiddeld 16 jaar tot het broeikaseffect van PUR-vloerisolatie met HFK’s is goedgemaakt door de CO2-besparing van lager energieverbruik in huis.

Producenten en isolatiebedrijven hebben alternatieven ontwikkeld: gespoten PUR-schuim met HFO’s als blaasmiddel of water als blaasmiddel. HFO’s zijn ook fluorkoolwaterstoffen, maar zonder krachtig broeikaseffect. De klimaatbelasting van PUR-vloerisolatie met HFO’s is laag, vergelijkbaar met andere materialen voor vloerisolatie. Dit alternatief is nu nog beperkt beschikbaar, maar dat gaat veranderen. De branche streeft er naar om alle blaasmiddelen met HFK’s per 2020 te vervangen door HFO’s en andere blaasmiddelen.

Afrader: schapenwol

Schapenwol zorgt als isolatiemateriaal voor beduidend meer milieubelasting dan andere opties. De uitstoot van broeikasgassen is 20 keer zo hoog als die van steen- of glaswol en 4 keer zo hoog als die van kunststoffen. In de schapenvacht wordt veel gif gebruikt tegen ongedierte. Over de hele levenscyclus heeft schapenwol een veel slechter milieuprofiel dan de andere materialen. Om het milieuprofiel te berekenen worden de milieueffecten van het houden van een schaap verdeeld over de wol en het vlees: twee derde wordt toegerekend aan de wol, een derde aan het vlees.

Correct aanbrengen is belangrijk!

Om verschillende redenen is het correct aanbrengen van isolatiematerialen van groot belang:

  1. Voor de effectiviteit en levensduur van de isolatie. Het is belangrijk dat materialen goed aansluiten en er geen open naden en koudebruggen overblijven. Door openstaande naden verlies je warmte en kan vochtige lucht uit de woning het isolatiemateriaal en de constructie intrekken. Als het daar condenseert, kan je schimmel krijgen en gaat de levensduur van je constructie en je isolatie achteruit. Vocht verslechtert ook nog eens sterk de isolatiewaarde van het isolatiemateriaal. Zorg daarom dat materialen goed op elkaar aansluiten met isolatieband of –tape. Pas bij het gebruik van dampopen materialen als steenwol, glaswol en natuurlijke materialen een dampremmend folie toe. Lees daarover meer op Gevelisolatie of Dakisolatie.
  2. Voor de mogelijkheid tot recycling. Gebruik liever geen lijmen en verkleefde schuimen. Daardoor wordt het lastig om later de materialen van elkaar te scheiden en opnieuw te gebruiken.
  3. Voor je veiligheid. Als je gaat doe-het-zelven moet je nauwgezet de gebruiksaanwijzing van een product volgen om te voorkomen dat je huid in aanraking komt met irriterende vezels of dat je ze inademt.

Binnenkant dampremmender dan buitenkant

Als je gaat isoleren moet je er in principe voor zorgen dat de binnenkant van de constructie dampremmender is dan de buitenkant. ’s Winters is de lucht in huis warmer dan buiten. Warme lucht bevat meer vocht dan koude lucht. Je zou kunnen zeggen dat het vocht in je huis dan ‘naar buiten wil’. Als de binnenkant van de constructie niet dampremmender is dan de buitenkant trekt het vocht in het isolatiemateriaal en de constructie en blijft daar opgesloten. Daardoor krijg je schimmel en wordt de levensduur van de constructie bekort. Dit voorkom je door aan de binnenkant een dampremmend materiaal te kiezen of daar een dampremmend folie aan te brengen.

EPS, PUR, steenwol … : wat is het precies? 

De meest gebruikte materialen zijn steenwol, glaswol en EPS. Cellenbeton, PIR, PUR en Resolschuim worden ook veel gebruikt.

Steenwol en glaswol zijn materialen van minerale oorsprong: steenwol is gemaakt van vulkanisch gesteente, glaswol van glasscherven en zand. EPS (‘piepschuim’) is kunststof, gemaakt uit aardolie. Het kan ook gemaakt worden van melkzuur, een natuurlijke grondstof en heet dan biofoam

Minerale materialen

Steenwol Dekens en half harde platen. Gemaakt van vulkanisch gesteente met organisch bindmiddel. Goed recyclebaar.
Glaswol Dekens en half harde platen. Grotendeels gemaakt van glasscherven. 100% recyclebaar.
Vacuüm silicium (of VIP) panelen Platen met een vacuüm kern van gebrand silicium met aluminium omhulsel. Hoge isolatiewaarde. Op maat gemaakt.
Aerogelvlokken of dekens uit silicium Vlokken of dekens. Siliciumdeeltjes met meer dan 95% lucht. Zeer hoge isolatiewaarde. Moeilijk verkrijgbaar.
Perliet Korrels. Vulkanisch glas met veel opgesloten luchtbelletjes.
Vermiculiet  Korrels. Brandwerend, isolerend kleimineraal.
Cellulair glas Platen. Ook bekend als foam glas. Hard schuim van een mengsel van glasafval en mineralen. Drukvast en waterbestendig.
Geëxpandeerde klei Kleikorrels (bekend van plantenbakken in kantoren en  zwembaden) van opgeblazen gemalen klei.

Kunststof materialen

PF (Fenolformaldehyde) Platen met hoge isolatiewaarde. Resolschuim
PUR (Polyurethaan) Platen of schuim met hoge isolatiewaarde.
PIR (Polyisocyanuraat) PIR is een minder brandbare vorm van PUR schuim. Hoge isolatiewaarde.
XPS (Extruded Polystyrene) Platen van geperste microbolletjes. Drukvaster dan EPS.
EPS (Expanded Polystyrene) Piepschuim. Met lucht of CO2 gevulde, van aardolie gemaakte bolletjes, los of in platen Kan ook van melkzuur gemaakt worden. Dan heet het biofoam
UF  

Natuurlijke materialen

Schapenwol Dekens.
Vlaswol Half harde platen en dekens. 
Geëxpandeerd kurk Platen van bast van de kurkeik. Productie kost veel energie en is vervuilend.
Katoen Dekens en half harde platen.
Houtwol  Half harde platen en dekens.
Cellulosevezel Vlokken en dekens van vezel uit oud papier.
Hennepvezel Half harde platen en dekens. Ook als hennepkalkblokken .
Kokos Half harde platen.

Overige materialen

Thermokussens en thermosheets Polyesterfolie met aluminiumcoating, soms met tussenlagen van vezelmateriaal (natuurlijk of synthetisch)
Cellenbeton Lichte bouwblokken van kalk, cement en zand. Bevat veel gesloten cellen met daarin stilstaande lucht.
Schuimbeton Licht, ter plaatse gestort beton met veel cellen met stilstaande lucht.

NB Isolatiematerialen hebben vaak een merknaam die anders is dan de namen van bovenstaande materialen waar ze van zijn gemaakt.

4 fabels over isolatiematerialen

Fabel 1: Natuurlijke isolatiematerialen zijn beter voor het milieu

Natuurlijk materiaal is niet per se beter voor milieu dan materialen van mineralen of aardolie. Zo is schapenwol als isolatiemateriaal een afrader voor het milieu en scoren vlas en kurk op milieu iets minder dan gemiddeld. Sommige natuurlijke materialen gaan minder lang mee en de meeste materialen zijn minder vochtbestendig. De productie van natuurlijke materialen kost vaak meer energie en landgebruik en er komen vaak meer schadelijke stoffen vrij bij de productie. Natuurlijke materialen zijn vaak brandbaar, waardoor er relatief veel giftige brandvertragers aan toe moeten worden gevoegd.

Fabel 2: Isolatiematerialen moeten kunnen ademen

Mensen moeten ademen, isolatiematerialen niet. Je hoort ook regelmatig leveranciers claimen dat natuurlijke materialen door hun vochtregulerende eigenschappen beter ‘ademen’: in een vochtige omgeving nemen ze vocht op en in een droge omgeving geven ze vocht af. Hierdoor zou het in een goed geïsoleerd huis minder benauwd worden.
De claim is misleidend: vocht uit een woning moet altijd worden afgevoerd door te ventileren (ook bij damp-open isolatiematerialen in de buitenmuur). Het wooncomfort verbetert weliswaar door vochtbufferend materiaal op de binnenkant van muren, maar daar draagt isolatiemateriaal dat is ingepakt in de constructie nauwelijks aan bij.

Fabel 3: Isolatiematerialen vormen een risico voor de gezondheid

Er wordt wel geclaimd dat natuurlijke isolatiematerialen minder schadelijke stoffen bevatten en daardoor beter zijn voor de gezondheid. Gelukkig zitten isolatiematerialen (zolang je huis niet in brand vliegt) netjes ingepakt in de constructie. Daar vormen ze geen gezondheidsrisico. Alleen bij het aanbrengen (of verwijderen) van isolatiemateriaal is het belangrijk om alle veiligheidsvoorschriften uit de gebruiksaanwijzing, strikt in acht te nemen: afhankelijk van het materiaal kan het als doe-het-zelver nodig zijn om beschermende kleding, mondkapje en/of handschoenen te gebruiken om te voorkomen dat huid of longen in aanraking komen met schadelijke vezels, stof of dampen. Aangebracht isolatiemateriaal vormt geen risico voor de gezondheid. Er is een paar jaar geleden veel te doen geweest over gezondheidsklachten na het aanbrengen van vloerisolatie met gespoten PUR schuim. Lees hieronder meer.

Fabel 4: De keuze van het soort isolatiemateriaal heeft veel invloed op de milieubelasting van de isolatie

De productie (en afvalverwerking) van isolatiematerialen vormt maar een klein deel van de milieubelasting van woningbouw. Immers: isolatiemateriaal vertegenwoordigt minder dan 1 procent van de massa van de constructie. Dat is erg weinig, als je bedenkt dat in een goed tot zeer goed geïsoleerd huis maar liefst een derde tot de helft van het volume van de constructie uit isolatiemateriaal bestaat. In feite is isolatiemateriaal vooral verpakte lucht. Daarom zijn in een milieubeoordeling de isolatiewaarde en levensduur van het materiaal het belangrijkst. 

PUR-schuim en gezondheidsklachten

In een aantal gevallen hebben bewoners melding gemaakt van gezondheidsklachten na het aanbrengen van PUR-schuim voor vloerisolatie. Bij het aanbrengen worden ter plekke twee stoffen gemengd. Als de mengverhouding van deze stoffen niet goed is, kan een verhoogde hoeveelheid gas vrijkomen. Het vermoeden bestaat dat bewoners met klachten hier ziek van werden. Het gas kan alleen in de woning vrijkomen als het PUR-schuim ter plekke gemengd wordt; bij kant en klare PUR producten zoals PUR-schuimisolatieplaten zijn dit soort klachten uitgesloten.

Onderzoeksinstituut TNO heeft in augustus 2013 geconcludeerd dat de kans op gezondheidsklachten klein is bij het correct aanbrengen van PUR-schuim vloerisolatie in een woning met een betonnen vloer, maar dat klachten niet volledig uit te sluiten zijn.

Als reactie op de klachten zijn de richtlijnen voor het aanbrengen van PUR-schuim aangescherpt door de Europese brancheorganisatie voor PUR-schuim en de brancheorganisatie van verwerkers van gespoten PUR-schuim :

  • Bewoners moeten voortaan tijdens en kort na de werkzaamheden hun huis uit als de woning met PUR-schuim wordt geïsoleerd.
  • Er is een verplichte opleiding, certificering en onafhankelijke controle van verwerkers en installaties voor gespoten PUR-schuim (polyurethaanschuim). Gecertificeerde bedrijven die aan alle eisen voldoen, vind je op wij-isoleren.nl.
  • Voorlichting aan bewoners is verplicht over veiligheidsmaatregelen vooraf, tijdens en na het aanbrengen van gespoten PUR-schuim.

Meer informatie

Op de site van NIBE staat een lijst met isolatie-producten, die vanwege een gunstig milieuprofiel het DUBOkeur keurmerk dragen. Als je je registreert kan je op de site van NIBE uitgebreide milieubeoordelingen van verschillende materialen bekijken.

Terug naar boven