Alles over energie en milieu in het dagelijks leven

Genetische modificatie van gewassen

Genetische verandering van landbouwgewassen levert economisch voordeel op. De milieulast die ontstaat door de teelt van zulke genetisch gemodificeerde gewassen (ook wel genetisch gemanipuleerd genoemd) is deels vergelijkbaar met die van gewone, grootschalige landbouw. Daarnaast zijn er milieugevolgen die specifiek zijn voor genetisch gemodificeerde gewassen.

Maiskolf.jpg

Genetische modificatie wordt ook wel gentechnologie, gentech of genetische manipulatie genoemd. Met genetische modificatie zijn gewassen zoals maïs en soja weerbaar te maken tegen insectenvraat of onkruidverdelgingsmiddel. Dit gebeurt door de genen (de erfelijke eigenschappen dus) aan te passen. Het is onzeker wat de gevolgen van genetische modificatie zijn voor de natuur (de lokale biodiversiteit), en of het nadelig is voor de biodiversiteit wanneer gemodificeerde gewassen kruisen met gewone gewassen. Door toepassing van genetische modificatie kan het gebruik van bestrijdingsmiddelen in principe dalen, maar alleen onder bepaalde voorwaarden.

Gentech

  • 1

    Milieu Centraal gaat hier alleen in op de milieueffecten van genetische modificatie van landbouwgewassen. Wil je meer weten over andere aspecten, of over andere toepassingen van genetische modificatie, kijk dan onderaan de pagina voor meer informatie.

  • 2

    Europa is tot nu toe terughoudend in het toelaten van gemodificeerde gewassen en producten, omdat consumenten er huiverig voor zijn. In andere continenten is de teelt en het gebruik ervan veel algemener.

  • 3

    Heb je bezwaren tegen genetisch modificeerde voedingsmiddelen, kijk dan goed op de etiketten van etenswaren of kies voor biologische producten. Bij voedingsmiddelen zonder genetisch gemodificeerde ingrediënten kan de fabrikant op het etiket vermelden 'bereid zonder gentechniek'; de biologische landbouw wijst genetische modificatie af.

Wat is genetische modificatie?

Al eeuwenlang veranderen mensen de landbouwgewassen die ze verbouwen door ze te kruisen (ook wel veredelen genoemd). Via plantenveredeling zijn de eigenschappen te veranderen en is het mogelijk de gewassen productiever, gezonder en ziektebestendiger maken. Met traditionele verdeling weet je vooraf niet precies welke eigenschappen het nieuwe, door kruising verkregen gewas zal hebben.

Dat ligt anders bij genetische modificatie: met gentech kun je gerichter en sneller ingrijpen. Er worden specifieke, gewenste genen ingebouwd in een gewas. Omdat genen de eigenschappen bepalen van al wat leeft, worden zo specifieke eigenschappen als het ware aan- of uitgezet. Het gewas maakt bijvoorbeeld zelf gif aan tegen bepaalde insecten. Dit biedt economisch voordeel: de boer hoeft dat gif dan niet meer te kopen.

Transgeen

Een ander belangrijk verschil tussen traditionele veredeling en gentech is dat je bij traditionele veredeling alleen plantenrassen van dezelfde soort kunt kruisen, terwijl je met genetische modificatie eigenschappen van de ene soort kunt overbrengen naar een andere. Je kunt dus de soortbarrière doorbreken. Denk bijvoorbeeld aan het overzetten van een gen van een bacterie in een plant, of een gen van maïs in koolzaad. Een gewas dat een eigenschap van een andere soort heeft ontvangen, heet transgeen.

Toepassingen van gentech

Gentech wordt in de landbouw veel toegepast in bulkgewassen zals maïs, soja en koolzaad. Twee eigenschappen worden het meest via gentech ingebouwd: weerbaarheid tegen onkruidverdelgingsmiddel (herbicide) en weerstand tegen insecten.

Onkruid bestrijden, maar niet gewas aantasten

Soja dat weerbaar (tolerant) is gemaakt tegen herbicide, is bestand tegen een specifiek onkruidbestrijdingsmiddel. Daardoor kan de boer dit middel spuiten tegen onkruid, zonder dat de sojaplant zelf er last van heeft. Voor deze eigenschap is een gen uit een bacterie in soja gezet. Er zijn ook suikerbieten, maïs en katoen met deze genetische modificatie, die dus dezelfde herbicidetolerantie hebben.

Bacterie levert gen om insecten te weren

Weerstand (resistentie) tegen vraat van bepaalde insecten is via gentech ingebouwd in maïs- en katoenrassen. De transgene gewassen bevatten daardoor een gen waardoor ze een stofje kunnen aanmaken dat giftig is voor bepaalde insecten. Dit gen is afkomstig uit de bacterie Bacillus thuriengiensis (Bt), waarvan was ontdekt dat het dit anti-insectenmiddel van nature aanmaakt. De landbouwgewassen die dit gen hebben, worden ook wel BT-gewassen genoemd, en zijn dus ongevoelig voor bepaalde plaagbeestjes.

Mogelijke milieueffecten genetische modificatie

Boeren gebruiken genetische modificatie omdat deze techniek economisch voordeel oplevert: het is niet meer nodig om gif te kopen, er zijn geen machines nodig om het onkruid onder te ploegen, en de opbrengst is soms hoger. De gevolgen van gentech voor het milieu zijn niet zomaar goed of slecht te noemen: er zijn uiteenlopende gevolgen voor het milieu, die door hun verschillende aard moeilijk bij elkaar op te tellen zijn. En sommige gevolgen zijn nog onzeker.

Duidelijk is wel dat sommige milieueffecten van de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen in belangrijke mate vergelijkbaar zijn met die van andere grootschalige teelt. Het gaat om een hoog gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, het ontstaan van plaaginsecten die resistent raken tegen het gebruikte gif, en om uitbreiding van plantages ten koste van kwetsbare natuurgebieden. Meer daarover staat Landbouw en Milieu.

Biodiversiteit: effecten onduidelijk

Elke vorm van landbouw heeft effect op de lokale biodiversiteit. Zo heeft het gebruik van insecticiden effect op de samenstelling van insectenpopulaties in de buurt van een akker, of het gif nou in de plant is ingebouwd of niet. Bij sommige genetisch gemodificeerde gewassen ontstaat meer biodiversiteit op de akkers, bij andere juist minder. Er bestaat veel discussie over de vraag of genetische modificatie in totaal beter of slechter is voor de biodiversiteit dan reguliere teelt, maar een eenduidige verklaring hiervoor is nog niet gevonden.

Meer kans op genetische vermenging

Er bestaat een risico dat genetisch veranderde gewassen zich kruisen met wilde, verwante plantenrassen. Zo kunnen kunstmatig ingebrachte genen zich verspreiden in de natuur. Wilde koolzaadsoorten kunnen bijvoorbeeld een gen overnemen van gentech-koolzaad. Dit kan in theorie de oorspronkelijke natuur en biodiversiteit bedreigen. Wel is het de vraag of deze vermenging tot problemen zal leiden: wellicht ‘heeft’ de wilde plant niet zoveel aan dit nieuwe gen en blijft het in stand zonder effect. Maar als de wilde variant dan niet meer als onkruid te bestrijden is omdat het door het gen ongevoelig is voor het onkruidbestrijdingsmiddel, dan moet de boer meer, of milieuonvriendelijkere, herbiciden gaan gebruiken. Dit is slecht voor het milieu.

Daarnaast kan vermenging van gangbare of biologische gewassen met vergelijkbare genetisch gemodificeerde gewassen economische problemen opleveren. Het product kan dan namelijk niet meer als biologisch verkocht worden, of een partij wordt afgekeurd omdat er in Europa geen toestemming is voor de verkoop van het specifieke gentech-ingrediënt.

Bestrijdingsmiddelen: gebruik en resistentie

Boeren hoeven geen insectenbestrijdingsmiddelen meer te gebruiken op gewassen die als gevolg van genetische modificatie zelf gif aanmaken tegen bepaalde insecten. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (insecticiden) gaat daardoor in eerste instantie omlaag. Na verloop van tijd kan er echter resistentie optreden bij de insecten: ze zijn dan ongevoelig geworden voor het gif in het gewas. Om dit te voorkomen moeten boeren maatregelen nemen, zoals afwisseling op de akkers tussen gentech en gangbare, niet-gemodificeerde gewassen. Doen de boeren dit niet, dan kan het voorkomen dat ze na verloop van tijd weer evenveel insectenbestrijdingsmiddel spuiten als voorheen.

Gewassen die weerbaar zijn gemaakt tegen onkruidbestrijdingsmiddelen (de zogeheten herbicidetolerante, of HT-gewassen) leveren in eerste instantie milieuvoordeel op, omdat de boer op gentech-akkers met relatief onschadelijke middelen kan spuiten tegen onkruid. Maar als het onkruid resistent raakt, kan het gebruik toch omhoog gaan.

Het gebruik van herbiciden kan ook omhoog gaan als de boer niet langer wil ploegen om de akker vrij te maken van onkruid, maar naar de gifspuit grijpt. Dat is minder werk en het landbouwgewas heeft er immers geen last van. Dit is vooral het geval bij HT-soja. Welk van bovengenoemde mechanismen de overhand heeft voor de HT-gewassenteelt als totaal is onduidelijk: onderzoeken spreken elkaar tegen.

Maatregelen tegen resistentie

Net als bij gangbare teelt kunnen insecten of onkruiden resistent raken tegen de gespoten of in het gewas ingebouwde gewasbeschermingsmiddelen. Wisselteelt (elk jaar een ander gewas op de akker) moet dit voor komen, maar er zijn ook andere maatregelen. Zoals het aanleggen van een zogeheten refuge zone met niet-gemodificeerde planten, waar de niet-resistente plaaginsecten zich kunnen voortplanten. Regelgeving en controle zijn belangrijk om resistentie te voorkomen, maar dat is niet in alle landen goed geregeld.

Ploegloze landbouw

Genetisch gemodificeerde gewassen worden vooral op grote plantages gebruikt. Als de boer kiest voor herbicidetolerante gewassen dan hoeft het onkruid op de akkers niet te worden ondergeploegd. Dit maakt de zogenoemde ploegloze landbouw of niet-kerende grondbewerking (NKG) mogelijk. Voor het milieu heeft dit voordelen aangezien ploegloze landbouw gunstig is voor het bodemleven en verhindert dat de vruchtbare bodem wegspoelt (erosie). Nadeel van deze landbouwtechniek is het verhoogde gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen.

Met NKG kan er snel en goedkoop, met weinig mankracht, landbouwareaal worden ontgonnen. Als dat ervoor zorgt dat kwetsbaar natuurgebied verdwijnt, is dat nadelig voor de biodiversiteit. Dit geldt echter niet specifiek voor gentech: het gebeurt ook voor grootschalige landbouw met gangbare gewassen.

Gentech in het dagelijks leven

Genetische modificatie is een relatief nieuwe techniek die de boer economisch voordeel biedt. Daarom is het te verwachten dat genetische modificatie op steeds grotere schaal en in steeds meer gewassen zal worden gebruikt.

Gentech is aanwezig in jouw dagelijks leven. De enzymen in jouw wasmiddel, het katoen van jouw kleding, de bijgemengde biobrandstof voor jouw auto, het veevoer voor vleesvee en verschillende soorten bloemen zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde bacteriën en plantengewassen. Dit hoeft de producent niet op de verpakking te zetten.

Als voedingsmiddelen gebruik maken van genetische modificatie, moet het wel worden vermeld. In Europa, dat een terughoudend beleid voert, is het gebruik van gentech in voedingsmiddelen nog zeer beperkt, vergeleken met bijvoorbeeld de Verenigde Staten.

Liever gentech-vrij? Lees het etiket!

Boodschappen uit de supermarkt kunnen ook ingrediënten bevatten die gemaakt zijn met genetisch gemodificeerde gewassen of bacteriën. Dit moet al bij heel kleine hoeveelheden worden vermeld. Zodra een ingrediënt voor meer dan 0,9 procent uit genetisch gemodificeerd materiaal bestaat, moet volgens de Nederlandse wet een van de volgende teksten op de verpakking staan:

"Geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais (of soja of koolzaad)."
"Bevat ingrediënten geproduceerd met genetisch gemodificeerd mais (of soja of koolzaad)."

Kleinere hoeveelheden hoeven niet vermeld te worden. Tijdens het productieproces kan het bijvoorbeeld gebeuren dat enkele korrels transgene maïs achterblijven in een container en vervolgens bij gewone maïs terecht komen. Zolang dit onder de 0,9 procent blijft, hoeft het niet op het etiket te staan.

Biologisch is gentech-vrij

Gebruik je liever geen voedingsmiddelen met ingrediënten die via genetische modificatie zijn geproduceerd, dan bieden biologische producten uitkomst. Binnen de biologische teelt wordt gebruik van gentech in landbouwgewassen afgewezen. Dit is ook vastgelegd in Europese regelgeving.

Het gentech-vrij houden van de biologische keten zal steeds moeilijker en duurder worden. Doordat steeds meer en grotere arealen landbouw gebruik maken van gentechnologie, neemt de kans toe dat ook biologische ingrediënten sporadisch met gentech-ingrediënten vermengd raken.

Beleid en discussie over genetische modificatie in landbouw

De Europese Unie voert een terughoudend beleid ten aanzien van genetisch gemodificeerde landbouw en de toelating ervan in voedingsmiddelen. Producenten moeten wetenschappelijk aantonen dat het gewas onschadelijk is voor mens, dier en milieu - en precies aangeven hoe de modificatie bij onderzoek aangetoond kan worden in producten.

Controle is echter niet waterdicht. Juist omdat buiten Europa meer gemodificeerde gewassen worden geteeld, komen er steeds meer gentech-handelspartijen de Europese Unie in. Het ontbreekt aan middelen om alles te controleren. Er is zelden sprake van gezondheidsrisico’s.

Voorstanders: verantwoord gebruik biedt kansen

De overheid is voor een zorgvuldige en verantwoorde toepassing van genetische modificatie, om eventuele kansen van biotechnologie verantwoord te kunnen benutten. De landbouwbelangenorganisatie LTO Nederland is eveneens voorstander van verantwoorde toepassing, en vindt bovendien dat teelten die Europa toelaat voor de import, ook binnen Europa toegestaan zouden moeten worden.

De Nederlandse Biotechnologie Associatie (Niaba) is als belangenbehartiger van bedrijven in biotechnologie voorstander. Gentech maakt volgens Niaba veel goede toepassingen mogelijk, van energiezuinige wasmiddelen tot gerichte medicijnen, en heeft grote economische potentie voor Nederland.

De Consumentenbond is positief kritisch. Producten moeten veilig zijn en voordelen bieden voor de consument, vindt de Consumentenbond. Nieuwe toepassingen moeten stuk voor stuk worden beoordeeld. Essentieel voor de bond is dat de consument kan kiezen tussen producten mét en zonder genetisch gemodificeerde ingrediënten.

Het Voedingscentrum ziet de mogelijkheden van genetische modificatie, maar vindt de gevolgen voor milieu en boeren onduidelijk. Omdat Europa strenge voorwaarden hanteert, is genetisch gemodificeerd voedsel veilig redeneert het Voedingscentrum. Etikettering is noodzakelijk.

Tegenstanders

De biologische sector wijst het gebruik van genetische modificatie in de landbouw principieel af, vanwege de techniek zelf omdat gentech volgens de biologische sector de integriteit van planten en dieren aantast, en omdat mens en milieu nadelige gevolgen zouden ondervinden. Gentech biedt volgens de sector geen duurzame oplossingen. De biologische sector vindt ook dat de biologische landbouw in gevaar komt door het uitkruisen van de genen. De sector wijst onder meer op de onomkeerbaarheid.

Ook Greenpeace wijst op onomkeerbaarheid en vindt de gevolgen van gentech niet te overzien. Bovendien lijken de milieuvoordelen op lange termijn weer teniet te worden gedaan. Greenpeace hanteert het principe: bij twijfel niet doen en is daarom tegen genetische modificatie van landbouwgewassen. Greenpeace vindt dat er betere alternatieven denkbaar voor zijn.

Meer informatie

Wil je meer weten over genetische modificatie in landbouwgewassen, andere toepassingen of discussies rond gentech? Onderstaande organisaties en websites helpen je op weg.

  • Informatie over wetten, regels en het beleid van de overheid vind je op Rijksoverheid.
  • Informatie over Europese wetgeving voor genetische modificatie, rapporten en studies vind je op de website van de Europese Commissie.
  • De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft een aantal vragen en antwoorden over genetisch gemodificeerd voedsel op een rij gezet: WHO.
  • Behalve in de landbouw wordt genetische modificatie ook gebruikt in de geneeskunde: in medicijnenproductie, proefdieronderzoek en gentherapie, en voor industriële doeleinden: de productie van enzymen, biomaterialen en biobrandstoffen. Meer daarover staat op NEMO Kennislink.
  • Voor sojateelt zijn initiatieven gestart voor een duurzamere teelt, zoals het Amazone Moratorium, de Baselcriteria en de criteria van de Round Table on Responsible Soy. Meer daarover op Soja.
Terug naar boven