7 x schade door kledingproductie

Kleding Vrouw In Winkel Met Kleding In Rek
Voor kleren zijn grondstoffen nodig. Denk aan katoen en wol, verkrijgbaar door katoenplanten te verbouwen of schapen te scheren. Of niet-natuurlijke stoffen, zoals polyester en nylon, gemaakt in een fabriek. Van zulk basismateriaal maken producenten vezels, die ze verwerken tot draden. En van deze draden maken ze kledingstoffen, die ze kunnen kleuren, waterdicht kunnen maken of een andere eigenschap kunnen geven. Elke stap van grondstof naar kledingstuk belast het milieu. Hieronder lees je hoe.

1. Klimaatverandering

Voor de productie van kledingstoffen is energie nodig. Veel energie. Bijvoorbeeld om gewassen te verbouwen of stallen te verwarmen. Maar ook om olie voor synthetische vezels te winnen. En om stoffen te maken in de fabriek. Die energie komt vaak uit fossiele brandstoffen, zoals olie, kolen en gas. Bij de verbranding hiervan komt CO2 vrij. Schapen laten bovendien massaal winden en boeren vol methaan. Dat zijn allemaal broeikasgassen: gassen die de aarde opwarmen en het klimaat veranderen. Kleding (inclusief schoenen) veroorzaakte in 2018 ongeveer 4 procent van de wereldwijde uitstoot van

De toename van broeikasgassen in de atmosfeer zorgt voor klimaatverandering, één van de grootste problemen ter wereld. Lees meer over klimaatverandering en kijk wat je zelf kunt doen tegen dit probleem.

2. Landgebruik

Voor de productie van kleding is grond nodig. Alleen al om materiaal als katoen en bamboe te verbouwen. Hiervoor leggen producenten grote plantages, productiebossen en kwekerijen aan. Ook voor wol is een flink oppervlak nodig: schapen moeten weidegrond hebben om te kunnen grazen. Alleen de productie van synthetische en gerecyclede stoffen neemt weinig land in beslag. De grond waar de fabriek op staat, is daarvoor genoeg.

Wist je dat... Kledingproductie vereist soms zoveel water dat er voor de lokale bevolking niet genoeg overblijft om te drinken.

3. Waterstress

Voor de productie van kleding is water nodig. Bijvoorbeeld om gewassen te verbouwen, zoals bamboe en katoen. De katoenteelt vereist zelfs heel veel water, terwijl katoenplantages vaak in gebieden liggen waar het weinig regent. Daarnaast is er veel water nodig voor het maken van stoffen uit vezels, of die vezels nu zijn. In droge gebieden neemt de katoenteelt soms zoveel water in beslag dat er niet genoeg schoon drinkwater overblijft voor de bevolking. Als watergebruik leidt tot dit soort watertekorten, noem je dat 'waterstress'.

Producenten gebruiken vooral water voor het verven van stoffen, al gebeurt dat steeds vaker met technieken die geen water nodig hebben. Ook voor het verbouwen van natuurlijke grondstoffen is soms zoveel water nodig dat er geen drinkwater meer overblijft. Voor het winnen van synthetische grondstoffen is dat niet het geval.

4. Afname fossiele grondstoffen

Om kleding te maken zijn fossiele grondstoffen nodig. Denk aan aardolie, kolen en aardgas. Er zijn veel toepassingen van fossiele grondstoffen. De energie die nodig is voor kleding bewerken en vervoeren is meestal afkomstig van de fossiele . En synthetische kledingstoffen zijn deels gemaakt van aardolie. Kunstmest – vaak gebruikt bij de teelt van niet-biologisch katoen – is bovendien ook gemaakt van een fossiele grondstof. Er zijn veel redenen om fossiele grondstoffen in de grond te laten. Bijvoorbeeld dat ze in hoog tempo opraken en het milieu vervuilen.

Fossiele brandstoffen bevatten koolstof die miljoenen jaren geleden door planten is vastgelegd. Doordat we aardolie, aardgas en kolen nu gebruiken als brandstof komt de koolstof vrij in de atmosfeer als een flinke hoeveelheid extra CO2. De fossiele brandstoffen zijn verantwoordelijk voor de uitstoot van broeikasgassen, en bovendien veroorzaken ze de nodige vervuiling.

Wist je dat... Microplasticvezels uit kleren zorgen voor vervuiling van onder meer zeeën en oceanen.

5. Plastic vervuiling

Bij het produceren, dragen, wassen en drogen van synthetische kleren komen kleine plastic vezels vrij. Vooral fleece geeft veel van dit soort microplasticvezels af. Ze kunnen vervolgens in de lucht, bodem, zoete en zoute wateren belanden. Dat is een probleem, want deze kleine plastic deeltjes zijn niet biologisch afbreekbaar. In het zeewater zorgen ze voor ernstige vervuiling: de zogenaamde plasticsoep. Omdat de oceanen onze grootste zuurstofleveranciers en een belangrijke voedselbron zijn, kan dat grote gevolgen hebben voor de mens.

6. Chemische middelen

Bij het bewerken van sommige materialen zetten producenten chemische middelen in, zoals oplosmiddel of chroom. Als deze giftige stoffen weglekken kan dat leiden tot grote schade aan het milieu. Bij het verbouwen van basismateriaal als katoen gebruiken producenten vaak bestrijdingsmiddelen. Deze bestrijdingsmiddelen kunnen kunstmatig of biologisch zijn. Hun doel is planten en bomen te beschermen tegen ziekten, plagen en onkruid. Vooral in de niet-biologische katoenteelt worden veel kunstmatige bestrijdingsmiddelen gebruikt. Overmatig gebruik van bestrijdingsmiddelen zorgt voor zwaar verontreinigd drinkwater en voedsel. Datzelfde geldt voor andere chemische middelen die weglekken in het milieu.

Wist je dat... Producenten gebruiken soms chemische stoffen. Wanneer die weglekken, leidt dat tot grote milieuschade.

7. Mensen- en dierenleed

Wereldwijd werken miljoenen mensen in de kledingproductie. Werken zij in veilige en gezonde omstandigheden, met voldoende salaris? Bij sommige merken en kleren is het antwoord 'nee'. Dat is geen milieufactor, maar wel iets om rekening mee te houden als je een wil maken. Hetzelfde geldt voor dierenleed. in kledingproductie, bijvoorbeeld bij het maken van wol en leer. Maar indirect ook dóór die processen. Klimaatverandering, landgebruik, waterstress, plasticsoep en giftige middelen tasten de gezondheid en leefgebieden van dieren enorm aan.

Wil je weten bij welke merken en kleren aandacht is voor mens en dier? Let dan op de keurmerken die dat aangeven. De Keurmerkenwijzer laat zien wat keurmerken op kleding zeggen over mens, dier en milieu.

Uit onderzoek in 2019 bleek dat dierlijke materialen minder dan 1 procent uitmaken van het totaal aan gebruikte materialen voor textiel. Van die dierlijke materialen was 49 procent leer, 48 procent wol, 2 procent dons en 1 procent zijde.

Wist je dat... Je kunt 27 kg CO2 per jaar besparen door 10% van je kleding tweedehands te kopen in plaats van nieuw. Wanneer alle Nederlanders dat doen scheelt het net zoveel CO2-uitstoot in een jaar als 60.000 keer met de auto rond de wereld.